1994 – Minetti

Categorie:

Minetti. Of eigenlijk Freek de Jonge doet iets met Minetti van Thomas Bernhard.
Freek de Jonge leest voor. Minetti wilde graag King Lear spelen, maar voor die rol was hij te jong, te onervaren. Minetti was een briljante nar, maar dat vond hij niet genoeg. Met als gevolg dat hij een bittere nar werd, waarna er zich daadwerkelijk een koningsdrama voltrok tussen de kroonprins en de koning der acteurs, waarbij de laatste stierf. Daarna trok Minetti zich dertig jaar – ‘32 jaar, om precies te zijn’ – terug in de anonimiteit. En nu? Nu zal hij De Lear dan eindelijk gaan spelen. Althans, dat verbeeldt hij zich.

Met het jaarlijkse Theaterfestival opent sinds 1987 elk nieuw theaterseizoen. Het festival toont de tien beste voorstellingen van het jaar. Die zijn gekozen door een vakjury. Daarnaast is er ruimte voor bijzondere initiatieven, zoals lezingen, discussies, cursussen, themabijeenkomsten, readings en gelegenheidsvoorstellingen. Zoals in 1994 deze Minetti dus, bewerkt en als solo gespeeld door Freek de Jonge. De cabaretier was in seizoen 1993-1994 zelf de nar in Koning Lear van Het Nationale Toneel.

Als Freek de Jonge in 2007 geïnterviewd wordt (door Kester Freriks voor NRC-Handelsblad) over zijn toneelmatige voorstelling De Laatste Lach, noemt hij een aantal keren de toneelauteurs die hem als theatermaker inspireren: Shakespeare, Beckett, Pinter en… de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard. Freek de Jonge: ‘Een van de favoriete voorstellingen die ik bracht was Minetti (…), over een acteur die terugkijkt op zijn leven.’ De Laatste Lach is erdoor beïnvloed.

Thomas Bernhard schreef Minetti in 1976 voor de beroemde Duitse acteur Bernhard Minetti, die hij zeer bewonderde. De acteur Minetti speelt het personage Minetti: een ‘toneelkunstenaar’ die zichzelf ten gronde heeft gericht en ruim dertig jaar – ‘32 jaar, om precies te zijn’ – niet meer heeft gespeeld. Op oudejaarsavond reist hij opnieuw naar het hotel in Oostende, waar destijds, ook op oudjaar, zijn carrière abrupt ten einde kwam. Daar zal hij vanavond een ontmoeting hebben met een vooraanstaand theaterdirecteur. Die heeft hem gevraagd De Lear te spelen als jubileumvoorstelling bij het tweehonderdjarig bestaan van het theater. Ze hebben om negen uur afgesproken, maar als het tegen twaalven loopt, is hij er nog steeds niet. Het telegram van de uitnodiging is hij trouwens kwijt…
Het is wachten op iemand die niet zal komen. In de lounge van het hotel praat hij tegen andere bezoekers en leren we de man Minetti kennen via een constante stroom van persoonlijke opvattingen over de maatschappij en de rol daarin van ‘het kunstbedrijf’, maar bovenal via herinneringen aan zijn loopbaan en leven, inclusief het grote falen. De ondergang van een groot acteur die wacht, wacht, wacht op wat niet meer zal komen. Zo lijkt Minetti een kruising tussen Koning Lear van Shakespeare en Becketts Wachten op Godot, maar bovenal is het zo’n kenmerkend Bernhard-stuk: over iemand die verbitterd en eenzaam ervaart dat hij niet in staat is geweest de ander lief te hebben en alleen nog maar zichzelf kan verafschuwen.

Freek de Jonge doet iets met Minetti van Thomas Bernhard, zo omschrijft hij zijn bewerking zelf. Hij heeft van het ensemblestuk een monoloog gemaakt, waarin hij niet Minetti speelt, maar mevrouw Botervlieg. Zij wilde ooit operazangeres worden. Maar na haar mislukte auditie voor Madame Butterfly hield Mevrouw Botervlieg het voor gezien. Ruim dertig jaar geleden – ‘32 jaar, om precies te zijn’, zo stelt de verteller keer op keer – was zij ook in dit hotel in Oostende op oudejaarsavond. En ook toen kwam de acteur Minetti binnen. Zij was 18 en hij was 48 jaar. En nu zit zij daar weer en maakt hij opnieuw zijn opwachting. Hij herkent haar niet meer en dringt zich onmiddellijk aan haar op. Maar nu niet meer als jager, maar als opgejaagd wild.

Ik vind het ook doodeng…
Keer op keer wordt mij de vraag gesteld door toneelliefhebbers of critici of toneelschoolleerlingen, die liever studenten genoemd worden tegenwoordig… Dan vraagt men mij: ‘Mevrouw Botervlieg, u was toch die oudejaarsavond op de Boulevard van Oostende toen Minetti stierf? Hoe is dat eigenlijk precies gegaan? Zou u, als enige ooggetuige, ons daar wat details over kunnen verschaffen?’ En het is me zo vaak gevraagd en er zijn zoveel mensen die zich op welke wijze dan ook geprobeerd hebben meester te maken van de erfenis van Minetti, dat ik gedacht heb: laat ik dat nou eens allemaal opschrijven en…

Nou ja, ik ben ontzettend blij – en een beetje nerveus natuurlijk – dat ik vanavond hier op dit prachtige theaterfestival in de gelegenheid gesteld word wat ik dan daarover opgeschreven heb voor te lezen. Helaas voorlezen, omdat ik natuurlijk niet in staat ben om dat allemaal uit mijn hoofd te leren…

Freek de Jonge komt op in een rode jurk. Hij draagt een rode turban en rode kousen en gympen. Hij gaat zitten op de van thuis meegebrachte rode bank van Jan des Bouvrie, waarboven rode lampions hangen. Hij schenkt voor zichzelf champagne in en zet zijn glas op het tafeltje met rood kleed en een vaas met verlepte gladiolen. Hij zet zijn rode leesbril op en begint zijn script te lezen. Tussen de (drie) bedrijven door zal hij ook nog breien en uithalen: rode wol uiteraard.

…U heeft geen idee hoe nerveus ik ben. De enige tweehonderd ­theaterliefhebbers die er in Nederland bestaan, zitten op dit moment pal voor mijn neus… Mensen die precies weten wie Minetti was. En hoe Minetti was. En die niet dulden dat er aan dat ingelijste portret geknoeid wordt.

Freek de Jonge heeft in zijn versie die zo kenmerkende Bernhard-stijl gehandhaafd, vol herhalingen van zinnen en tekstfragmenten. Via die verbrokkelde verhalen komen we telkens net iets meer te weten over Bernhards uitgesproken opvattingen over kunst en maatschappij. Zelfs in een beschaafd land zijn kunstenaars afhankelijk van politici. En dat zullen ze blijven. Wanneer een kunstenaar er andere denkbeelden op nahoudt dan de politicus, zo is een van Bernhards stokpaardjes, kan de kunstenaar oprotten. En we leren het tragisch personage kennen dat hij ten tonele voert. Bernhard is bovenal een schrijver: door zijn verhaal stukje bij beetje en schijnbaar zonder enige logica prijs te geven, dwingt hij zijn publiek alert te blijven. Tot de meeste stukjes van de puzzel liggen en het onthutsende beeld van die gemankeerde mens compleet wordt.
Wat wezenlijk anders is, is dus dat Freek de Jonge in de derde persoon over Minetti spreekt en een van de vrouwelijke bijrollen uit het ensemblestuk tot hoofdrol heeft geschreven in zijn theatermonoloog. En de Oostenrijkse plaatsen werden Nederlandse. Zo wacht hij op de directeur van Drachten en woonde hij al die jaren in anonimiteit in Hoevelaken. En ook de gebeurtenissen heeft hij naar zijn hand gezet, waarbij hij vernuftig refereert aan zijn recente narrenrol in De Lear, maar ook aan zijn status als cabaretier: de man die moet reizen naar die weerzinwekkende theaters in Kampen en Dronten, waar het publiek al bij opkomst dubbel ligt.

Ik haat cabaret. Die vrijblijvendheid, dat onartistieke, dat onspirituele, dat zelfgenoegzame amateurisme, dat ondeugende, dat au-gevoel maar-niet-heus…

Minetti wilde dus De Lear spelen, maar was de nar. In de kleedkamer kwam het tot een gevecht met de grote acteur die de koningsrol vertolkte en die al vanaf de repetities hinder ondervond van de jaloerse acteur Minetti. Na het gevecht om de koningsmantel komt Minetti oplopen en speelt hij Koning Lear. Maar als de nar niet ten tonele verschijnt, ontdekt men het bedrog en vindt men de dode hoofdrolspeler in de kleedkamer. Hij vlucht naar Oostende en verleidt daar op oudejaarsavond het maagdelijke 18-jarige meisje Botervlieg. De gendarmerie en haar ouders betrappen hem. Minetti wil haar juist van achter nemen, terwijl hij het masker van Koning Lear draagt en haar dwingt zichzelf Cordelia – nota bene Lears lievelingsdochter in King Lear – te noemen. Hij wordt uiteindelijk niet veroordeeld voor moord, omdat het er de schijn van heeft dat de oude acteur een hartaanval kreeg en er dus onvoldoende bewijs tegen Minetti is. En ook zijn straf voor verkrachting ontloopt hij, omdat meisje Botervlieg weigert aangifte tegen hem te doen. Dit zeer tegen de wil van haar vader in en sindsdien is ook zij op de vlucht voor zichzelf. Eerst naar Milaan voor die auditie. En toen dat niet lukte, stuurde haar vader haar naar een zangpedagoge in Salzburg, maar ook dat bracht niet waar ze toch al niet meer op hoopte…

Ruim dertig jaar later – ‘32 jaar, om precies te zijn’ – zou ze zo weer met hem naar Kamer 74 – ze herinnert het zich precies – gaan als hij in de lounge blijft dralen omdat de theaterdirecteur op wie hij wacht maar niet verschijnt. Zij stelt geen hoge eisen meer en ook al stinkt hij naar goedkope aftershave, Kukident en pis. Haar droom sneuvelde hardhandig ruim dertig jaar geleden – ‘32 jaar, om precies te zijn’. Wie Botervlieg heette, faalde toen ze Butterfly wilde zijn. Net zoals hij die zo graag Koning Lear wilde zijn zich eerst letterlijk vergreep aan Koning Lear en vervolgens aan zijn lievelingsdochter, waarmee hij zelfs Shakespeare’s toneelopvattingen verkrachtte, zo maakt Bernhard duidelijk.

Ook Freek de Jonge handhaaft de betekenis van het masker in dit stuk. Als gezegd: Bernhard was bovenal een schrijver. Zijn visie is dat een toneelspeler een tekst naar zijn hand zet. Hij ontmaskert de schrijver en zet dat masker zelf op, zoals de hele avond gemaskerden, die op weg zijn naar het oudejaarsavondbal, uit de lift komen en het hotel verlaten. Minetti zet in het stuk letterlijk een masker op als hij de rol van Koning Lear ontneemt aan de hoofdrolspeler van het stuk. Maar Bernhard bedoelt ook dat de toneelspeler erin moet slagen de boodschap van de schrijver over te brengen op zijn publiek. Theater is om van te leren en dus moeten de spelers het publiek ‘de kap van de geest’ op zetten.

Ook op andere onderdelen blijft Freek de Jonge trouw aan het origineel. In het hotel noemt men Minetti een komisch heerschap, zoals ook Bernhard hem bewust presenteerde. Een clown die, op zijn best, de wereld verstoort, maar meestal alleen maar weet te verstrooien. Hij is onbedoeld onhandig met zijn koffer, die nog zijn enige bezit is. Daarin zit het masker van Lear, gemaakt door James Ensor, de beeldend kunstenaar uit Oostende, die Minetti indertijd in hetzelfde hotel ontmoette. Minetti leerde Ensor dat Shakespeare de enige auteur van wereldfaam is en gaf aan hoe Ensor dat masker moest maken. Sindsdien zit het in zijn koffer.
Leugens vouwen zich uit. Hij zal Lear spelen bij het tweehonderdjarig bestaan van het theater, maar dat theater bestaat nog niet zo lang. En zijn koffer gaat niet meer open, dus of dat masker…

Als Mevrouw Botervlieg een plas is gaan doen en terugkeert, is Minetti in geanimeerd gesprek met een jong meisje dat via haar ghettoblaster naar popmuziek luistert. En aan deze bakvis vertelt hij dezelfde verhalen als hij ruim dertig jaar geleden – ‘32 jaar, om precies te zijn’ – vertelde. En zij stelt dezelfde vragen. Botervlieg hoort het aan vanaf de leestafel waar ze heeft plaatsgenomen. ‘Als hij haar Cordelia noemt, grijp ik in’, zo neemt ze zich voor.

Het is niet nodig. Het wordt twaalf uur en de theaterdirecteur is niet gekomen. Ruim dertig jaar – jaja – heeft Minetti elke ochtend zijn masker opgezet en weer terug in de koffer gestopt in het huis van zijn zus in Hoevelaken (en in het oorspronkelijke stuk niet in ons vlakke land, maar in de Alpen). Maar nu kwam hij naar de zee van Oostende. De zee maakt schoon, maakt eindelijk vrij. Minetti maakte zijn reis naar het einde. Want wie verder wil dan de zee, die verzuipt…

COULISSEN

Minetti is in theaterseizoen 2000-2001 gespeeld door De ­Appel, met Eric Schneider in de hoofdrol en met Sacha Bulthuis als de zwijgende vrouw. Er is veel lof voor deze bewerking van regisseur Aus Greidanus, ook al omdat het toneelgezelschap De Appel op dat moment met opheffing wordt bedreigd en dit toneelstuk dus zeer toepasselijk is.

Eric Schneider vertelt in interviews dat collega-acteurs uit Duitsland verbijsterd reageren als hij zegt dat hij Minetti gaat spelen. Of hij wel zeker weet dat hij dat wil? Minetti wordt, net als Wachten op Godot, beschouwd als een stuk dat niet alleen zwaar en moeilijk is, maar dat je als acteur ook nooit meer uit je toneelgenen geschrobd krijgt.

KRITIEKEN

‘Bernhards monoloog rolt en rammelt door over hoe mooi en hoogstaand en voorbij zijn Vak is. Superieur, tragisch en vilein uitpakkend voor de spreker zelf. Masochistisch verlustigt hij zich in de slechte staat waarin het toneel nu zou verkeren. Tot in het absurde ettert hij door over het verfomfaaide gedoe dat voor toneelkunst doorgaat, over het opportunisme van schouwburgdirecteuren, over de domheid van het publiek – ­allemaal ergernissen die ook De Jonge op zijn terrein woedend hebben gemaakt.
Freek de Jonge las Bernhards tekst, die hij aanvulde met eigen zinnen, voor, maar hij speelde wel degelijk theater. Een show maakte hij. Geen toneel. Bernhards hypnotiserende staccato-zinnen stonden op zijn blaadjes papier, maar vielen in de voordracht niet meer op. Het taaleigen en het karakter van het stuk waren onzichtbaar gemaakt, onderworpen aan De Jonge’s meeslepend laconieke, zwartgallige spotlust.’
(Joyce Roodnat in NRC-Handelsblad, 12 september 1994)

‘Freek de Jonge zou Minetti lezen, van Thomas Bernhard. Het Theaterfestival was er trots op. Een reading van dat mooie stuk van die Oostenrijkse mopperkont door die grote Nederlandse clown: daar kun je nog eens mee aankomen. Gelukkig weet De Jonge dat als een artiest op de planken staat en er in de zaal een paar honderd mensen zitten, dat er dan theater gemaakt moet worden – wat iets anders is dan een tafel met een stoel en een lampje boven een script. Freek de Jonge las dus niet Minetti, hij speelde Minetti, en aan het eind werd hij Minetti. Zwalkend van ouderdom op de Boulevard van Oostende, waar de zanderige stoeptegels zijn doodsbed werden.
Minetti door Freek de Jonge werd een complete voorstelling, voor een groot deel met een script in de hand, maar met een theatraliteit die eerdere Thomas Bernhard-opvoeringen in het afgelopen seizoen door De Trust en Toneelgroep Amsterdam deed verbleken. (…)
Minetti is de zoektocht geworden van een van de grootste Nederlandse acteurs van dit moment. De man die na twintig jaar cabaret het podium vaarwel zei, toch weer die gerafelde jas van de nar aantrok en (vorig seizoen) De Nar speelde in King Lear bij Het Nationale Toneel. In Minetti was hij in een epiloog tien onvergetelijke minuten lang Koning Lear. Van dit eenmalige optreden zijn televisie-opnamen gemaakt. Er heeft zich alleen nog geen omroep gemeld. Dat moet een vergissing zijn.’
(Hein Janssen in de Volkskrant, 12 september 1994)

SPEELDATA

Alleen gespeeld op 9 september 1994 in de Koninklijke Schouwburg. Het Theaterfestival heeft dat jaar in Den Haag plaats van 1 t/m 12 september.

[Tekst: Frank Verhallen uit ‘Kijk! Dat is Freek’]

Foto's