1995 – Dankzij de Dijken (met Nits)

Categorie:

In 1995 bestaat het Nederlandse cabaret honderd jaar en bij dat feit wordt vanaf december 1994 ook stilgestaan in een aantal bijeenkomsten in samenwerking met Theaterinstituut Nederland. Kort voor de première van dit gelegenheidsprogramma van Frits is zo’n theaterbijeenkomst in zijn geheel gewijd aan de historie van het cabaretduo Neerlands Hoop. Daar komt onder meer ter sprake dat Freek de Jonge zich nogal ongelukkig moet hebben gevoeld tijdens Neerlands Hoop Express, toen Bram & Freek zich lieten bijstaan door een hele band en de conferencier werd overstemd door de muziek.
Twee weken na die bijeenkomst en twintig jaar na Neerlands Hoop Express staat Freek de Jonge met de Nits op het podium en het programma vangt aan met Quo Vadis, het openingsnummer van Neerlands Hoop Express. Alleen vervangt hij in de tekst de vijf jongens vijf maanden op tournee door zes ouwe lullen, al jaren op tournee. Vervolgens brengt Frits – met als duidelijke rolverdeling: performer Freek de Jonge op de voorgrond en op de achtergrond muzikaal bijgestaan door de Nits – ander en soms zelfs nóg ouder Neerlands Hoop-repertoire ten gehore, evenals al dan niet geactualiseerde liedjes en conferences uit zijn latere producties. Van Kijk, dat is Kees, Bello de hond en het verhaal van het hondje Whiskey (uit Neerlands Hoop) tot Dood kind (geschreven voor De Komiek):

als een blad van een boom valt
kijkt niemand op of om
een boom een blad ach wat
een speelbal van de wind
Maar nu valt geen blad
geen boom zelfs nee nu valt een kind

(…)

ach God hou me staande
ach God anders val ik om
zeg me God waar ik je vind
ach God hij was drie maanden
ach God hij huilde soms
ach God ben jij dat kind

sprakeloze mensen kijken
zwijgend naar een kistje
van spaanplaat met fineer
dat schommelend wegzakt
in de betraande aarde
een kind niet meer

En van Schoolreisje (uit De Bedevaart) tot Snackbargebed (uit De Tol). Daarnaast een aantal prachtige nieuwe composties van de Nits op gedeclameerde teksten uit dat lopende programma, zoals Denken en Een fantast. En ook twee teksten die de première van De Tol niet haalden: Sarawak en De stem van vader:

Zondagmiddag negentienvijftig
met mijn vader naar de kerk
voor mij is het een wekelijks uitje
voor hem is het zijn dagelijks werk
Het kerkje staat in Brandeburen
Heidenskip noemen de Friezen het
de garagehouder komt ons halen
in zijn zwarte Chevrolet

De kosteres zet mij op mijn plaatsje
in de ouderlingenbank
ze geeft mij twee pepermuntjes
wat zeg je dan ik mompel dank

als alle mensen zijn gezeten
verschijnt de ouderlingenrij
vader loopt daarin als tweede
klimt op de kansel knikt naar mij

jongetje op zondagmiddag
dat niets begrijpt maar alles hoort
verliefd is op de stem van vader
die rustig voorleest uit Gods woord

in de verte loeien koeien
een eendejager lost een schot
maar niets verstoort de stem van vader
die voorleest uit het woord van God

terug in de consistoriekamer
staan de thee en koekjes klaar
vader bevrijdt zich uit zijn toga
en jaagt de brand in een sigaar

maar ik heb eventjes geen aandacht
voor de daden van mijn held
ik mag collectezakken legen
helpen bij het tellen van het geld

wij rijden door de Friese weiden
benzine ruik ik gier en hooi
de chauffeur vraagt hoe ik de preek vond
vader glimlacht ik zeg mooi
het is maar tien minuten rijden
thuis wacht moeder nog meer thee
ik mag de togakoffer dragen
en een volgend keer weer mee

jongetje op zondagmiddag
in de ban van vaders stem
dat niets begrijpt maar heel goed luistert
of hij zacht klinkt of met klem

jongetje op zondagmiddag
dat niets begrijpt van de Heilige Geest
maar weet dat die stem op zijn mooist klinkt
als vader uit de Bijbel leest

In interviews (zoals in Opzij, juni 1995) herinnert hij zich:
‘Mijn vader is maar 53 geworden, hij is overleden toen ik 24 was. Eigenlijk heb ik maar heel weinig met hem gepraat, pas aan het einde een beetje, maar ik ben altijd veel bij hem in de buurt geweest en heb heel veel naar hem geluisterd, in de kerk vooral. Als hij in een andere gemeente preekte, ging ik met hem mee, op de Berini of in een auto van een rijk gemeentelid dat hem kwam halen. (…) Mijn vader is al in 1968 overleden, maar op sommige momenten en met name in sommige teksten, zoals in Luthers avondgebed Blijf bij mij, Heer, hoor ik zijn stem nog echt. Vanaf mijn vijfde zat ik bij hem in de kerk en hoorde die stem…’

De gesproken teksten doet hij grotendeels uit zijn hoofd; van veel liedjes fladderen de hele avond tekstvellen over het podium. Daaronder ook vrolijke niemendalletjes, zoals een potpourri van vertaalde covers en van bewerkte amusementsklassiekers als Huilen is voor jou te laat en Twee motten. Maar ook Het wijnglas, een cabaretklassieker (van Jean-Louis Pisuisse) die het wel verdient rond dit eeuwfeest afgestoft te worden. Freek de Jonge toont met subtiele actualisering van de tekst (van Dirk Witte) aan hoe actueel dit lied uit 1918 na bijna tachtig jaar nog is:

’s avonds zien we op televisie weer een dorp gebombardeerd
een konvooi dat was vertrokken is halverwege teruggekeerd
duizenden dekens blijven steken honderden monden zonder brood
zoveel vrouwen, zoveel kind’ren dichter bij een domme dood

maar des morgens – welk een vreugde – lezen w’in het ochtendblad
van een rijk en deftig feestmaal in de een of and’re stad
waar Karadzic heeft gedronken op de Blut und Boden-band
waar de oorlog werd beklonken met het wijnglas in de hand

Ook schreef hij de vertaling van het bekendste Nits-nummer: In the Dutch mountains. Dat heet nu Dankzij de Dijken, onder welke titel Het Geheugen vanaf maart 1995 nog een aantal keren speelt.

ik bleef heel mijn leven een rasoptimist
een Hollandse jongen een stadsalpinist
die zijn leven vergeefs naar de hemel zal reiken
dankzij de dijken dankzij de dijken

De kracht van Frits schuilt in de symbiose van tekst, muziek en interactie en is dan ook ontstaan uit wederzijdse bewondering. De verliefdheid straalt de hele avond van het podium af. Het is de bedoeling twee uur achtereen op te treden, maar het worden er alle avonden drie. En dus zegt Freek de Jonge bij aanvang: ’Er is geen pauze. Als u geluk heeft, bent u voor twaalven het pand uit.’
Enkele keren onderbreekt hij, gespeeld en/of gemeend, een lied om dat opnieuw te laten inzetten. ‘Bij de repetities lukte dat ook niet; je moet me toch nog eens uitleggen wanneer ik precies moet invallen.’ En de mooiste nummers klinken nogmaals in drie rondes met toegiften, waarbij Hella de Jonge de tweede viool speelt. Bovendien heeft Freek voor de gelegenheid nog een ‘actuele conference’ paraat en hij heeft een meezinger geschreven op de muziek van het ceremoniële Auld Lang Syne, bij ons het bekendst als het voetballied Wij houden van Oranje. Tekstvellen en sfeerverhogende Frits-aanstekers worden uitgedeeld en het lied wordt ingestudeerd:

laat vergeven en vergeten zijn
de last van het oude jaar
geen voornemen kan beter zijn
dan vrede met elkaar
dan liefde voor elkaar
wij houden van Oranje
en vooral van Prins Bernáár

Vanaf nu zal de muziek weer een zeer wezenlijk deel van de theatervoorstellingen gaan uitmaken, waarbij de conferencier die in het verleden wel eens door zijn publiek werd uitgelachen om zijn beperkte zangkwaliteiten, steeds meer bewondering zal oogsten om zijn magnifieke manier van interpreteren.

COULISSEN

In 1990 schreef Freek de Jonge in zijn nawoord van Iets rijmt op niets: ‘Gedurende de afgelopen tien jaar heb ik minder liedjes geschreven dan in de Neerlands Hoop-tijd. Dat is voornamelijk te wijten aan het probleem van de begeleiding op het toneel. Een tape is een aanfluiting en ik heb er ook een hekel aan een stel muzikanten meer dan een halve avond voor joker op het toneel te laten zitten. Aan op- en aflopen van begeleiders heb ik helemaal een broertje dood.’
In de uitgebreide heruitgave van deze bundel reageert hij zes jaar later op zijn eigen uitspraak: ‘Zingen is voor mij een natuurlijke behoefte gebleken. Uit mijn voorgaande nawoord kon de lezer opmaken dat ik het lied als expressiemiddel was gaan verwaarlozen. Na vele jaren van monologen, conferences en verhalen ging ik opeens als vanzelf weer liedjes schrijven. Na de a capella-uitbarsting met Het houthakkerslied in Losse Nummers groeide het verlangen weer eens met muzikanten samen te werken. Dat werd Robert Jan Stips, die ik eind jaren zestig op een popfestival in Leiden was tegengekomen waar hij triomfen vierde als zestienjarige toetsenist van de avantgardistische groep Supersister. Na een ontmoeting tijdens een avond ten behoeve van Radio Freedom ontstond het idee om samen te werken, maar dat was door tijdgebrek mislukt.
De Nits, waarvan Stips deel was gaan uitmaken, behoorden al jaren tot mijn favorieten. Ze wisten in hun songs op een originele manier aan het cliché te ontsnappen zonder in parodie te vervallen. Dus was het niet zo gek dat ik bij Robert Jan en Henk Hofstede terechtkwam als componisten voor mijn nieuwe werk.’

Het persbericht dat het Nieuwe De la Mar november 1994 uitgeeft gaat over De Tol, maar krijgt onderaan een extra alinea met deze mededeling:
Freek de Jonge verzorgt in het Nieuwe De la Mar-theater tevens de uitsmijter van 1994. Samen met de Nits brengt hij van woensdag 28 t/m zaterdag 31 december een verrassend liedjesprogramma.

De mooiste tekst uit De Tol, getiteld De stem van vader, verdween na de voorleesvoorstellingen uit het programma om als lied terug te keren in Het Geheugen. Freek de Jonge (in het nawoord bij de herziene druk, uit 1997, van Iets rijmt op niets): ‘Het idee voor dit lied ontstond na een radiogesprek met Wim Noordhoek en Arend Jan Heerma van Voss over geluiden uit de jeugd. Hierin kwam ik tot de conclusie dat wat mij fascineerde niet zozeer was wat mijn vader zei, maar de melodie van zijn stem.’
Als de voorstelling op 29 december haar perspremière beleeft, heeft het samenwerkingsverband inmiddels een naam gekregen: Frits, opgebouwd uit FR(eek & De N)ITS. En het programma heeft een titel: Het Geheugen. In Carré en op de video- en cd-uitgave is die naam inmiddels vervangen door Dankzij de Dijken.
Uitverkocht. Om 18 uur inschrijven voor niet-afgehaalde kaarten melden de recensies om belangstellenden niet teleur te stellen. Freek de Jonge had een persoffensief nodig om de zalen gevuld te krijgen voor De Tol, maar de voorstelling werd anderhalve maand verlengd om aan de grote belangstelling tegemoet te komen. Ook voor Frits bestaat grote belangstelling en daarom krijgt ook die voorstelling extra speelbeurten in maart 1995.

Kort daarna, in 1996, stapt Robert Jan Stips uit de Nits en gaat verder met eigen muzikale projecten onder de naam Stips, maar ook verschillende met Freek de Jonge, waaronder Langzame Liedjes (1996), Gemeen Goed (1997) en Rapsodia (1998). Ook de wederopstanding van het lied Leven na de dood is hieraan te danken.
Freek de Jonge (in tweespraak met Bert van de Kamp in de bundel Wees niet bang) over het verschil van samenwerken met Bram Vermeulen en Robert Jan Stips: ‘Het is en blijft geweldig om mensen aan het lachen te maken. Maar zelf moet ik steeds minder lachen ondanks de tsunami van grappen die ons dagelijks overspoelt. Humor is niet grappig. Muziek daarentegen onuitputtelijk inspirerend. In mijn liedjes kan ik veel meer ziel en zaligheid leggen dan in mijn verhalen. Heel langzaam begin ik er een beetje van te begrijpen. Ik schreef al eerder dat mijn timing op wat ik uit de zaal terug hoor gebaseerd is. Als je met een groepje muzikanten een band wil vormen, moet je je egootje ondergeschikt maken aan het geheel. Dat zijn voor mij niet alleen belangrijke inzichten, het zijn diepe ervaringen die alleen te begrijpen zijn voor mensen die het zelf meegemaakt hebben. Het kan zijn dat ik geen geweldige stem heb en al dat gelul over wel of niet kunnen zingen, maar ik kan muzikanten in een band en in een groot orkest inspireren en heb uitgesproken ideeën over opvatting en uitvoering die ik goed kan overbrengen. De grootste fout die wij bij Neerlands Hoop misschien gemaakt hebben, is dat wij riepen dat wij een duo waren, maar onze eigen terreinen heel duidelijk afgebakend hadden. Ik liet Bram niet toe op het tekstgebied en hij mij niet waar het muziek betrof. Met moeite ontfutselde ik hem het geheim der akkoorden. Toen hij zelf teksten begon te schrijven, was het te laat om er samen naar te kijken.
Robert Jan Stips heeft me enorm gestimuleerd door mijn beperkingen creatief te benutten. Hij is de meester van het doorbreken van wetmatigheid en clichés. Een merkwaardige tekortkoming die er bij mij ingeslopen is, is dat ik niet meer kan repeteren. Met Bram heb ik van september 1967 tot en met juli 1968 zes uur per dag, zeven dagen per week gerepeteerd. Daarna eigenlijk nooit meer zo intens. Muzikanten weten het na een of twee keer doorspelen wel. Ik voel me al heel snel lastig en roep: we gaan het niet doodrepeteren. Dus tijdens de voorstelling moet het goed komen. En dat doet het meestal ook wel.’

Tijdens deze concertreeks maken Hella en Freek de Jonge kennis met Nits-medewerkers Peter de Bruin (merchandising) en Tom Telman (lichttechniek). Vanaf dit moment werkt Peter de Bruin voor Hella en Freek de Jonge als toneelmeester, terwijl Hella een beroep doet op Tom Telman bij grote projecten, zoals De Grens en De Vergrijzing.

KRITIEKEN

‘…Het is alsof de klok twintig jaar terug wordt gezet. Toen, in 1974, speelde hij met Bram Vermeulen en drie geroutineerde rockmuzikanten de voorstelling Neerlands Hoop Express (…) en nu staat hij (…) vier avonden op het toneel met de vijfkoppige popgroep de Nits. Het lied Quo Vadis behoefde slechts op één punt te worden aangepast: waar het destijds ging over vijf jongens vijf maanden op tournee, rept de tekst nu van zes ouwe lullen. Maar er is nog een veel belangrijker verschil: Freek de Jonge wijkt ditmaal geen duimbreed van het middelpunt van de voorstelling. Van de rivaliteit die twee decennia geleden in Express ontstond tussen de vier muzikanten en de ene grappenmaker, is nu geen sprake. Hoe joviaal de Nits (…) ook worden bejegend, ze blijven de begeleiders. Ze brengen één enkel refreintje uit hun eigen repertoire ten gehore en dat is alles. Hooguit kan de fraaie Nederlandse tekst die Freek de Jonge zingt op hun stemmige In the Dutch mountains (Hollandse bergen blijken de dijken) als een ode aan de groep worden opgevat. Verder is hij de solist, de gangmaker en de ster. Als hij een hakketak-orkestje wil, zijn ze een hakketak-orkestje. Als hij The Shadows wil, zijn ze The Shadows. En als hij rock ’n roll wil, spelen ze rock ’n roll.’ (Henk van Gelder in NRC-Handelsblad, 29 december 1994)

‘Twee jaar geleden speelde Freek de Jonge de oudejaarsconference De Estafette. Een van de vragen was toen aan wie hij het cabaretstokje kon doorgeven. Eigenlijk is dat nog steeds niet aan de orde, want De Jonge geeft het stokje gewoon door aan De Jonge. Hij weet telkens weer in een nieuwe gedaante op te duiken, waardoor gewenning nooit een kans krijgt. Onder het Freek de Jonge-dak huist een cabaretier, romanschrijver, filmer, acteur en een blues-rockzanger. (…)
Frits was van plan om zonder pauze van kwart over acht tot kwart over tien te spelen. Het werd uiteindelijk drie uur loltrappen op hoog niveau.’ (Patrick van den Hanenberg in de Volkskrant, 30 december 1994)

SPEELDATA

28 t/m 31 december 1994 (als Het Geheugen) in het Nieuwe De la Mar in Amsterdam; 2 t/m 5 maart 1995 vervolgd (als Dankzij de Dijken) in Theater Carré te Amsterdam en 1 t/m 3 juni in België, respectievelijk te Antwerpen, Brussel en Gent. De voorstelling van 2 juni in Brussel is later bijgeboekt, maar komt uiteindelijk ook weer te vervallen wegens onvoldoende belangstelling.

SAMENSTELLING

Frits = Freek + Nits, bestaande uit Martin Bakker (bassen en mandoline), Henk Hofstede (gitaren, banjo, stem), Rob Kloet (slagwerk), Peter Meuris (percussie en viool) en Robert Jan Stips (toetsen). Op de cd bestaat Frits niet uit deze zes ouwe lullen, maar uit zeven personen, aangezien ook Hella de Jonge op viool dan deel uit maakt van het gezelschap.

TEKSTEN

Freek de Jonge (gesproken teksten en oorspronkelijke en vertaalde/hertaalde liedteksten), Dirk Witte e.a. (bestaand cabaret- en amusementsrepertoire).

MUZIEK

Bram Vermeulen (Neerlands Hoop-repertoire), Henk Hofstede/Robert Jan Stips/Rob Kloet (nieuw repertoire in samenwerking met de Nits); Dirk Witte e.a. (bestaand cabaret- en amusementsrepertoire).

DECOR

Hella de Jonge en de Nits.

PUBLICATIES

Tekst

Van de veertien liedjes op de cd staan de teksten afgedrukt in het bijbehorende cd-boekje. Het betreft de Neerlands Hoop-nummers: Beter zo, God wat ben ik blij, Kijk, dat is Kees, Quo Vadis en Vieze ouwe man. Daarnaast Het wijnglas (repertoire Jean-Louis Pisuisse) en zijn eigen klassieker Freek doe me een lol (Holland Festival, 1981). Nieuw repertoire is: Dankzij de Dijken, Denken (al vertolkt in De Tol, idem 1994), Doodsangst, Een fantast, Sarawak, Vaders stem (= De stem van vader) en De zandloper.
Alle teksten van de cd, uitgezonderd Dirk Witte’s Het wijnglas, en nagenoeg alle overige liedteksten uit de voorstelling staan afgedrukt in de uitgebreide heruitgave van Iets rijmt op niets (Verzamelde liedjes 1967-1996) (1997) en in Leven na de dood en alle andere liedjes (2004). In Wees niet bang (Mijn 101 mooiste liedjes) (2007) krijgen de volgende teksten een verwijzing naar deze voorstelling: Dankzij de Dijken, Denken, Doodsangst, Sarawak en De stem van vader (als Vaders stem).

Geluid

CD (1995).

Beeld

VHS-uitgave (1995).

Er is nog geen dvd-uitgave.

Foto's