1996 – De Brand

Categorie:

Freek de Jonge komt oplopen in een blauw maatpak. Het publiek in VPRO-Studio Amstel klapt. Hij gaat zitten achter zijn computer en leest: ‘Dat was, dames en heren thuis in de huiskamer, nog een oud applausje van Wim Kan uit het radio-archief. Het gelach dat u hoorde is van Toon Hermans uit 1957. En mijn stem is nu…’
Tot nu toe zijn de eindejaarsprogramma’s van Freek de Jonge, anders dan de meeste theatervoorstellingen, geen grote verhalen met terzijdes, maar een aaneenschakeling van min of meer losstaande onderdelen. De Brand vertelt één verhaal. De verteller stelt zich voor als een man die mooi kan lopen met zijn cello. Er op spelen, dat kan hij niet. Hij kent een echte cellist. Die heeft gekozen voor het spelen, ook al kan hij er niet van leven, en leidt een zwervend bestaan. Dan is er nog een tweede persoon: een vriend van hem. Ook die heeft de consequenties getrokken uit zijn talent. Hij is karikaturist. Als hij niet meer in vrijheid kan tekenen, maar gedwongen wordt het regime te dienen, steekt hij zich de ogen uit.
Freek de Jonge’s voorstelling is gebaseerd op vrijheid van mening en heeft een recente gebeurtenis als directe aanleiding. Op 10 november 1995 is de Nigeriaanse schrijver en milieu-activist Ken Saro-Wiwa vermoord. Saro-Wiwa behoort tot het Ogoni-volk, een etnische minderheid waarvan het oorspronkelijke land gebruikt wordt voor oliewinning door multinationals als Shell en BP. Jarenlang leidt hij een organisatie die met geweldloze campagnes aandringt op meer autonomie voor het Ogoni-volk, een deel van de olie-inkomsten en een vergoeding voor schade aan het milieu. De Nigeriaanse militaire overheid arresteert hem in 1992 en 1993, maar steeds komt hij na korte tijd vrij. In mei 1995 arresteert men hem opnieuw op beschuldiging van het met protesten aanzetten tot moord. Samen met acht andere leiders van zijn organisatie wordt hij opgehangen, wat niet alleen tot afschuw leidt, maar ook tot schorsing van Nigeria als lid van het Gemenebest van Naties. De tekst die Freek de Jonge schrijft bij de dood van Saro-Wiwa en op 17 november 1995 in NRC-Handelsblad is afgedrukt, is de basis van het laatste verhaal van De Brand.

Ik had nog nooit van hem gehoord, nog nooit iets van hem gelezen. Ik wist niet eens dat hij gearresteerd was. Het hele proces is me volkomen ontgaan. En opeens ken ik zijn laatste woorden, zijn naam. (…)
‘Waarom behandelen jullie mij zo?’, vroeg hij zijn beulen, die stonden te klungelen als kinderen die een worp katjes moeten verzuipen. (…)
‘Wat voor land is dit?’, vroeg hij. Er waren vijf pogingen nodig hem zo op te hangen dat de dood er op volgde. Misschien was de bedoeling wel dat hij de beul de strop uit handen rukte en zichzelf verhing.
Zeep is genade voor de beul. Waar hij zijn handen mee kan wassen in de weet dat hij zijn geweten wist. ‘Heer, neem mijn ziel, maar de strijd gaat door’, waren zijn laatste woorden als een hond.
Ik ken hem niet. Ik ken hem. Ik ken. Ik. Ken. Ken en Saro. Ken Saro-Wiwa…

Kort voordat hij aankomt bij deze tekst voor Saro-Wiwa, heeft hij verteld dat hij zijn blinde vriend, de voormalige karikaturist, na een etentje naar huis heeft gebracht. Dan ontmoet de verteller de cellist in het portiek weer en vraagt hem of die hem in het nieuwe jaar les wil geven. De cellist weigert en zegt dat leren pijn doet… Dat wie pijn kan verdragen, wijzer wordt… Dat wie van de pijn kan genieten tot inzicht komt…
De 75 minuten die deze nieuwjaarsconference duurt, zijn een felle aanklacht tegen de tijdgeest. Op de plekken in de wereld waar brand is, doet niemand iets. Ook letterlijk. De Herculesramp op 15 juli van dat jaar is een motief voor de voorstelling en de titel ervan. Daarbij kwamen 34 jonge militairen om het leven op vliegbasis Eindhoven. Door miscommunicatie wist de brandweer niet dat er meer mensen in het vliegtuig zaten dan de bemanning. Men begon eerst met het bluswerk en toen pas met het reddingswerk.
Wat de figuurlijke brandjes betreft: steeds vaker kiest men ervoor ze niet te blussen, maar juist olie op het vuur te gooien. Om onze sensatiezucht te bevredigen met reality-tv, om onze leegheid op te vullen. Freek de Jonge:

Het Vuur is er bij de politici allang uit, maar de Brand kunnen ze niet blussen. (…) Kritiek wordt verdrongen in een bombardement van woord en beeld. Wekelijks komt er een radio- en televisiezender bij. Kijken en luisteren is onmogelijk. Beetje zappen, zoals lezen is verworden tot vluchtig bladeren in glimmende tijdschriften. Wie durft de tijdgeest nog te weerstaan? Wie waagt het iets in te brengen tegen het zorgvuldig gecreëerde volmaakte? Want zeg nou zelf: wat is er leuker dan dat leuk leuk is. Lijden is lastig. Wie van de generatie van de drie R’en – Rust, Reinheid en Regelmaat – durft zich nog te verzetten tegen de doctrine van de drie L’en: Leuk, Lui en Lekker? Wie kan de misnoegden mobiliseren onder de mensen die weten dat lachen nederige onmacht moet zijn en geen misplaatste hoogmoed…

Al eerder in deze conference heeft hij fel uitgehaald naar de televisie:

Wie vroeger in de schijnwerper stond, kon zingen of acteren of had iets te zeggen. Tegenwoordig kom je al een heel eind als je je lippen synchroon bij de woorden van een ander kan laten bewegen. En over enige tijd zal zelfs dat niet meer hoeven. Dan blijkt er een markt te zijn voor mensen die dramatisch of leuk bij een liedje kunnen staan. (…) Zo keren we terug naar de radio als televisie waar je je fantasie bij moet gebruiken.

Maar ook naar mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen, zoals overste Karremans bij de val van de moslimenclave Srebrenica, in juni van dat jaar, of regeringen, niet alleen bij executies, maar ook bij olierampen. Of de politiek met haar parlementaire enquêtes, meineden, gouden handdrukken, procedurefouten en gelobby om Lubbers na drie kabinetsperiodes aan een nieuw baantje te helpen.
In de cd-inlay schrijft Freek de Jonge dat het verhaal over een bezoek met de blinde karikaturist aan een restaurant in Woerden gebaseerd is op een interview met Vincent Bijlo in Het Parool. Het etentje met de blinde cabaretier vond in werkelijkheid plaats. Freek de Jonge in de voorstelling: Mijn blinde vriend wilde eend. (…) Hij moest geholpen worden, want hij pakte zijn bestek op, zette zijn vork in zijn servet, gooide het vingerbakje om en begon in de tafel te snijden.

Ook een andere cabaretier wordt onderwerp van zijn conference. Een dag voor deze nieuwjaarsconference is Youp van ’t Hek op de VARA-televisie te zien met zijn oudejaarsconference 1995. Daarin kiest hij als motto Sterven of Liegen, een citaat van de Franse auteur Louis-Ferdinand Céline. Die stelt in zijn beroemdste boek, Reis naar het einde van de nacht: ‘De waarheid van deze wereld, dat is de dood. Je moet kiezen: sterven of liegen.’ Sterven of Liegen is ook de titel van een in 1994 uitgegeven keuze uit Céline’s brieven, interviews en documenten.
Terwijl de beste en de populairste cabaretier de laatste jaren in het openbaar al de nodige schimpscheuten op elkaar hebben losgelaten, stoort het De Jonge enorm dat Van ’t Hek uitspraken van een omstreden auteur als de antisemitische Céline als voorbeeld neemt.

Weet u wel waar ik op kan spugen, dames en heren? Onze volkskomiek. Niemand is treuriger dan de populaire komiek die door zijn imago gedwongen zijn gevoel voor humor aanwendt om te kwetsen. Zijn kritische kanonskogels treffen vaak niet meer dan een poserende mug en zijn hagelslagmoraal raakt op zijn hoogst de besluiteloze olifant.
(…)

Kritisch en nietsontziend zijn de praatjes van de nar wiens video’s de volgende dag al in de winkel verkrijgbaar zijn. (…) ‘Liegen of sterven’, bralt de fascistoïde romanticus en de enige komiek waar het volk nog naar luistert, kakelt hem na…

Tegenover zulke harde aanvallen plaatst hij veel onschuldige grappen over zaken die het jaar passeerden, maar ook een prachtig moment van zelfrelativering. Dan neemt hij plaats achter de vleugel en zingt zijn lied Doodsangst, waarin de oudere cabaretier zich realiseert dat tegenover zijn huidige cynisme ooit kinderlijke verbazing en jeugdig idealisme stonden. Hij nam het mee uit zijn voorstelling met de Nits: Dankzij de Dijken (1994). In de uitgebreide heruitgave van Iets rijmt op niets (1997) schrijft hij voor dit lied schatplichtig te zijn aan Mies Bouwman ‘die mij naar aanleiding van mijn denigrerende opmerkingen over een liefdadigheidsprogramma op de televisie erop wees dat, naarmate je ouder wordt, je het gevoel alles al eens meegemaakt te hebben niet te veel je oordeel moet laten kleuren’. Om daar nog aan toe te voegen: ‘Ze had gelijk.’

er schuilt een oude man in mij die het beste met de wereld voorheeft
die het leven doorheeft die piekfijn uit kan leggen hoe het zit
er schuilt een oude man in mij die met het gelijk van een tiran
waakt over mijn geweten met het selectief geheugen van een Tweede Kamerlid

er schuilt een oude man in mij die voor mijn teevee gezeten
naar de chaos in de wereld kijkt en daarvan heimelijk geniet
die meewarig lacht om het gestumper van wat idealisten
die van het kastje naar de muur gaan met een kluitje in het riet
waar is het kind in mij gebleven dat zich verbazen kon
dat bang was als het onbekende kwam
waar is die jongeman in mij die overal in meeging
en die in blind vertrouwen de wereld op zijn schouders nam

Een jaar na De Brand, 28 december 1996, komt hij in een interview in Trouw terug op Ken Saro-Wiwa en op het hebben van idealen:
‘Dan protesteer je tegen dat doodvonnis en dan lees je een paar weken later in Engelse kranten over zijn twijfelachtige reputatie. Hij heeft gecollaboreerd en geheuld met Idi Amin en heeft zich schuldig gemaakt aan moord op mensen die niet meegingen in zijn veel te radicale strijd, hoe goed die op zichzelf ook was. Met zo’n conclusie heb ik het moeilijk en helemaal als ik zie hoe allerlei groeperingen en organisaties zich meteen over zo’n zogenaamde martelaar ontfermen.
Wel sta ik nog steeds honderd procent achter mijn actie hoor, want wat er gebeurd is deugt niet. En de manier waarop Shell zich in Nigeria manifesteert en de ogen sloot voor die executie, is kwalijk en laf. Dáár moeten we tegen ageren en in dezen draag ik graag mijn steentje bij. Maar ik ben natuurlijk een preker in de woestijn, zoals allen die met mij zien dat het goed mis gaat, maar tevens beseffen dat daar niets tegen te doen is en dat het ravijn in zicht is.

Ik heb grote bewondering voor de mensen die actie voeren, soms vanuit dezelfde naïviteit als die zich dikwijls van mijn meester maakt. In Nederland is gebrek aan dat soort verzet. We lijden aan totale besluiteloosheid; we worden zelfs geregeerd door partijen die het fundamenteel met elkaar oneens zijn en het vooral druk hebben met het vinden van compromissen. Dan krijg je besluiten waar niemand zich in kan vinden, maar omdat men er mede schuldig aan is, is men ook niet bij machte ertegen te ageren.’

COULISSEN

In maart en juni 1995 herneemt hij met de Nits het muzikale programma Dankzij de Dijken. Intussen speelt hij ook zijn theaterprogramma De Tol nog door. In september en begin oktober 1995 gaat de voorstelling zelfs nog in de herhaling om aan de grote publieke belangstelling te voldoen. Daarmee is het jaar nog niet rond. Hij willigt het verzoek van NRC-Handelsblad in om op 11 november 1995 op te treden bij de viering van het 25-jarig bestaan van de krant. Daarvoor geeft hij vanaf 2 november ook nog vijf inspeelvoorstellingen in het land. En hoewel de optredens die begin december geboekt staan in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel het gevolg zijn van een verkeerde planning, komt hij ook daaraan tegemoet. Als er geen programmamateriaal is, moet het er maar komen.

‘Hierdoor,’ zo schrijft Freek de Jonge op de cd-inlay, ‘had ik eind december een aantal teksten waarvan ik wist dat ze nooit een nieuw programma zouden halen. Bij de VPRO-radio heb ik sinds jaar en dag een goed steunpunt in de onvolprezen Wim Noordhoek. In het radioprogramma Music Hall, onderdeel van De Avonden, lees ik nu en dan iets voor wat later, meestal in sterk gewijzigde vorm, zijn weg vindt naar een nieuw show. Wim ging, licht tegenstribbelend vanwege organisatorische probleempjes, van harte akkoord met het plan om De Brand op 1 januari 1996 rechtstreeks op de radio uit te zenden. En om nog wat in vorm te komen, speelde ik de laatste dagen van december in het Betty Asfalt Complex te Amsterdam.’

Hij vervolgt: ‘Het aardige van De Brand is dat het materiaal nooit helemaal is losgekomen van de laptop, die al een aantal jaren onmisbaar is geworden bij het maken en instuderen van een programma. Tijdens de NRC-Handelsblad-avond heb ik voornamelijk voorgelezen en ook bij een voorstelling in Brussel stond het apparaat de hele avond op het toneel.’

Na het overvolle jaar 1995 volgt er een overvol 1996. Met deze nieuwjaarsconference en met het presenteren voor de VPRO-televisie van de vijf zomerse zondagavondafleveringen van het interviewprogramma Zomergasten. Met eind augustus, onder de titel Langzame Liedjes, een nieuw gelegenheidsprogramma in de stijl van Het Geheugen/Dankzij de Dijken en met vanaf 1 november inspeelvoorstellingen van Het Luik, met welke oudejaarsconference hij het jaar 1996 zal afsluiten dat hij met deze nieuwjaarsconference is begonnen.

SPEELDATA

1 januari 1996 – Nieuwjaarsconference.
Rechtstreekse uitzending op Radio 5 in het VPRO-programma De avonden. Met publiek opgenomen in VPRO-Studio Amstel (Amsterdam).
Eind december probeert hij de voorstelling een paar keer uit op publiek in het Amsterdamse Betty Asfalt Complex.

MUZIEK

Henk Hofstede / Robert Jan Stips (Doodsangst).

VIDEOREGIE

Jop Pannekoek.

PUBLICATIES

Tekst

Verhaal bij de dood van Ken Saro-Wiwa: Het eeuwige proces. NRC-Handelsblad, 17 november 1985.

Geluid

2cd met Het Luik, de oudejaarsconference van 31 december 1996.
Het karton om de cd meldt Het Luik en daaronder als (gedrukte) sticker Inclusief bonus-cd ‘De Brand’. Het Luik en De Brand staan elk op een cd.

Beeld

VHS-uitgave Het Luik. Op de voorkant is een sticker geplakt met de tekst Inclusief bonusvideo ‘De Brand’ (1996).

De achterkant van de videodoos meldt bovenaan Een heel jaar in beeld en vervolgens alle gegevens van beide voorstellingen. Beide programma’s staan op dezelfde videoband.
DVD (met Het Luik,1996) als de derde dvd van zes dvd’s in cassette onder de titel Oudejaarsconferences 1982-2001 (2001).

[Tekst: Frank Verhallen uit ‘Kijk! Dat is Freek’]

Foto's