1997 – Papa-Razzia

Categorie:

Er is leven, er is leven na de dood, zingt Freek de Jonge nog tot en met oktober 1997 in zijn theatershow Gemeen Goed. Met de cd-opname van dat lied heeft hij dat jaar onverwacht een groot verkoopsucces. Als hij ruim een maand later start met deze oudejaarsconference, verbindt hij dat lied schijnbaar achteloos met een anekdote over een verkeersongeluk dat hij zogenaamd kreeg. Hij herinnert zich alleen nog dat hij werd achtervolgd door paparazzi en een tunnel inreed. Nu kan het niemand ontgaan waarnaar hij verwijst: het verkeersongeluk op 31 augustus van dat jaar van prinses Diana, die in Parijs achtervolgd wordt door de roddelpers en samen met haar chauffeur en haar vriend Dodi Al-Fayed om het leven komt.

Dit procedé volgt Freek de Jonge veelvuldig, niet alleen nu. Bij andere navolgers van Wim Kan als oudejaarsconferenciers zijn de belangrijkste gebeurtenissen van een voorbij jaar doel op zichzelf (Lebbis & Jansen) of een belangrijk bindmiddel (Youp van ’t Hek). Bij Freek de Jonge daarentegen komen zij steeds naar voren als zogenaamd terloopse invallen binnen een veel breder en filosofischer raamwerk. Geen conferences over politieke namen, maar wel enkele venijnige uithalen naar wie er in zijn ogen recht op hebben, zoals VVD-leider Frits Bolkestein, eerder door hem geprezen, en minister van defensie Joris Voorhoeve:

Srebrenica. Vijftienduizendzeshonderdeenenveertig… Als je dat bord ziet staan, is het niet de afstand van daar tot Srebrenica, maar het aantal moslims dat onder verantwoordelijkheid van de heer Voorhoeve is omgebracht… De heer Voorhoeve staat vijfde op de nieuwe verkiezingslijst van de VVD. Ja, je kan Bolkestein geen groter plezier doen dan eens in de zoveel tijd een paar duizend moslims om zeep helpen. Zulke dingen mag je niet zeggen? (…) Als je altijd zo de mond vol hebt over de oren wassen van ex-communisten en je weet niet eens orde op zaken te stellen in je eigen partij, mag je zelf de oren wel eens gewassen worden.

En geen uitvoerige bespotting van het modieuze Montignac-gedoe, maar wel als decoratie en gebruiksvoorwerp een televisiekeuken à la Joop Braakhekke en zijn televisiekookprogramma Kookgek. Nu is De Jonge zelf de kok, wiens kookkeuzes (‘Bemoei je d’r nou niet mee!’) veelvuldig tot grote hilariteit leiden. Dat beroep is meteen wéér een mooi lijntje naar de bereider van de politieke menukaart: minister-president Wim Kok. Overigens zou Braakhekke wel aanwezig zijn geweest om in te koken, confereert De Jonge, maar Marco Bakker moest het wildseizoen openen van Braakhekke’s restaurant Le Garage en reed zo wild dat hij nu met auto en al in de spoelkeuken staat – een verwijzing naar een dodelijk verkeersongeval dat Bakker recent veroorzaakte. Braakhekke zou papa-razzia komen maken: vaders jachtschotel – in welke woordspeling hij zowel de paparazzi als hun ‘jagen’ vangt. Want er is dan wel geen directe verwijzing naar het ongeluk van Diana, maar wel die verbeelding van zijn eigen ‘fatale ongeluk’ na te zijn opgejaagd door de Story, evenals een ‘sprookje’ over ‘de nieuwsgieren’ en hun onstelpbare honger naar ‘De Koningin van de Jacht’. Beide verhalen waren al te lezen in Het Parool, waarin hij sinds augustus zijn dagelijkse column schrijft op de voorpagina. De laatste column declameert hij bijna letterlijk.

De leeuw is de koning der dieren.
– Dat is toch zo?
Dat zeggen ze maar. Om de nieuwsgierigen in toom te houden.
– Dus het is niet zo?
Het is eigenlijk meer een sprookje.
– Met andere woorden: het stelt niks voor?
Juist wel. Dat is precies wat het koningschap is: een voorstelling.
– Wil de leeuw dat wel? Acteren?
Ook een koning heeft weinig te willen.
– Heeft een koning dan geen macht?
Niet over de sprookjesmakers.
– Wie zijn dat?
De jagers.
– Maar jagers op leeuwen zijn toch altijd slecht?
Niet als koning leeuw zijn onderdanen minacht.
– Maar als de koning geliefd is bij het volk? Wat dan?
Dan spelen leeuw en jager kat en muis.
– Waarom laat de jager de koning niet met rust?
Een jager moet ook leven.
– Waarom hebben nieuwsgierigen behoefte aan sprookjes?
Omdat ze niet kunnen leven bij lijken alleen.
– Dus de zoon van de leeuw is de prins der dieren?
En die kiest een prinses om weer een koning te kunnen maken.
– En als zij hem verlaat?
Dan is de jacht geopend.
– Hoe lopen die sprookjes meestal af?
Iedereen gaat dood.
– Maar wie leven er dan lang en gelukkig?
De nieuwsgieren.
– Hoe heette de godin van de jacht ook alweer?

Ook andere onderwerpen uit Parool-columns komen terug, zoals in een van de vertellingen over hanggroepjongeren van baby tot bejaard (‘Men is pas hanggroepjongere als men zich al vervelende op de hangplek bevindt. Iemand tussen de twaalf en achttien die zich in de huiskamer verveelt, blijven we gewoon een klier noemen’) en binnen een veelzeggend verhaal over De mug, dat hij in oktober ook al heeft gedeclameerd tijdens het Paradiso-concert Rapsodia:

Een boeddhistische monnik in Noord-Vietnam ten tijde van het groot conflict met de Amerikanen heeft zich teruggetrokken in de cel van zijn klooster om op zijn brits te gaan mediteren op het thema oorlog. Hij kan de anders zo snel verworven concentratie niet vatten, gestoord als hij wordt door een rondzoemende mug.
In een bede verzoekt de kloosterling de Allerhoogste de rust in zijn cel te doen weerkeren door het insect ergens plaats te laten nemen. Zijn gebed wordt verhoord. De mug gaat op zijn neus zitten.
De monnik begrijpt de hint en verlaat het klooster om zijn meditatie hoog in de heuvels voort te zetten. Binnen luttele ogenblikken is de benodigde concentratie daar dieper dan ooit tevoren. Zo intens zelfs dat hij het miljardvoudig geronk van God mag weten welke monstermug niet hoort. Als hij zijn meditatie heeft besloten, de oorlog heeft teruggebracht tot de consequentie van het materialisme, aanvaardt hij de terugtocht. Halverwege de heuvels ziet hij hoe zijn klooster is platgebombardeerd door Amerikaanse B-52’s. Hij heeft er vrede mee.

Het conflicteren van het individueel belang met het algemeen belang komt steeds terug, onder meer in De afvalrace (ook een Parool-column), in opmerkingen over die hanggroepjongeren – ‘We helpen ze in plaats van daadwerkelijk iets te doen’ – en over de varkenspest die ons trof, maar ook over de Eurotop die heeft plaatsgehad in Amsterdam:

We hebben de mond vol over het bewaren van onze nationale identiteit binnen het groter geheel van Europa… Er valt alleen aan identiteit van de Efteling en Madurodam niet te tornen en voor de rest leveren we alles in: taal, drugs, abortus, euthanasie, vrijheid van pornografie en – wat hebben we nog meer voor fantastisch in ons land?
Waarom moeten wij in Nederland in dat soort zaken als ‘Europa’ altijd de braafste van de klas zijn op het moment dat de lessen er niet te doen? Nee, wij zijn recalcitrant, kont tegen de krib als het erom gaat… Zodat we op de gang staan als de belangrijke beslissingen genomen worden.

Maar hij betrekt het thema ook zeer nadrukkelijk op zichzelf. Onder meer in een verhaal over een reis in Nieuw-Zeeland met zijn vrouw. Zij moeten te lang (flink gelogen) zoeken naar een restaurant. Op de onheilsplek waar ze uiteindelijk belanden (ook flink gelogen), duurt het allemaal veel te lang, want zij stelt hoge eisen omdat ze lijdt aan een ernstige spijsverteringsziekte (niks gelogen) en hij heeft geen geduld (ook niet gelogen). En dan gaat het mis. En hij huilt tot drie keer toe krokodillentranen, maar heeft uien nodig om zijn traanklieren te laten werken. Ook hier zit weer symboliek achter, want de schellen vallen hem uiteindelijk van de ogen. Maar met geen ander inzicht dan dit:

Ik weet niet waar ik ben. Wel weet ik dat ik steeds verder verwijderd raak van waar ik zou willen zijn. De toekomst is tegenwoordig dichterbij dan het verleden, want draaien op de snelweg is er niet bij. Wie te lang omkijkt is al gauw een spookrijder. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te vermoeden wat ons langs de weg nog allemaal te wachten staat aan mededelingen…

De laatste zin is weer een verwijzing naar een nieuw fenomeen in het wegverkeer, waarmee hij de voorstelling is begonnen: het calamiteitenscherm, wat weer in verband te brengen is met dat ongeluk et cetera. Veel van de zoveel verschillende lijnen van de voorstelling kunnen aan toeschouwers voorbij zijn gegaan. Dit door de kracht die het programma ontleent aan de hoge dosis visuele grappen door die bedrijvige kok vanachter dat keukenaanrecht en eromheen, inclusief verrassende vondsten (zoals een waterkraan die ook bier geeft), clowneske acrobatische capriolen (onder meer met een op Spaanse wijze te braden kippetje en met een sportieve deegklomp), een Snip & Snap-achtige scène rond een in te draaien lamp en de aanwezigheid (aan het begin en slot) van een dakloze, gespeeld door Peter de Bruin. Hij is al sinds 1994 zijn inspeciënt. Freek de Jonge leert hem kennen bij Dankzij de Dijken. Peter de Bruin doet voor de Nits de merchandising. Bij Freek de Jonge ontwikkelt hij zich tot manus-van-alles.

COULISSEN

Als Janis Ian de Engelse vertaling van zijn Slaapliedje opneemt, logeert Freek de Jonge bij haar en hij treedt als haar gast op in Nashville. Daar koopt hij het t-shirt dat hij kort daarna draagt in Papa-Razzia. Het is een fair trade-t-shirt van Bongo Java, met een afbeelding van een kaneelbroodje dat verdacht veel op Moeder Teresa lijkt.

Het is geen directe uitzending, zoals de vorige keren het geval was, maar een registratie van op 29 en 30 december opgenomen voorstellingen vanuit het Amsterdamse Nieuwe De la Mar Theater. De VPRO zendt deze registratie wel op oudejaarsavond uit. De Jonge in de VPRO Gids van 27 december 1997: ‘Ik heb het tot nu toe bijna altijd live gedaan, maar de laatste keren bleek dat weinig zinvol. Er kwam eigenlijk niets meer bij en ik had het gevoel dat de druk veel te veel op die ene avond kwam te liggen. Daarvoor ben ik te oud geworden.’

Dat er ook wat mis kan gaan als het niet live is, blijkt als de opname enkele minuten te vroeg wordt uitgezonden. Het is een fout van de VARA, die die avond de eindregie voert. Ruim vierhonderdduizend kijkers missen daardoor het begin van de conference.

Had het laatste programma, Gemeen Goed, te kampen met matige bezoekersaantallen, voor Papa-Razzia is de belangstelling weer zó groot dat het Nieuwe De la Mar extra voorstellingen inlast.

Sinds augustus 1997 is Freek de Jonge dagcolumnist op de voorpagina van Het Parool. Een aantal van die columns van het eerste half jaar maakt deel uit van deze oudejaarsvoorstelling. Hoewel hij de krant heeft aangegeven zeker tot 1 januari 2001 door te gaan, zal hij er in oktober 2000 voortijdig mee stoppen en zich volledig gaan richten op zijn oudejaarsconference van dat jaar: De Gillende Keukenmeid.

Papa-Razzia speelt dus t/m 30 december. Maar als Theo Maassen zijn programma Ruwe Pit terugtrekt uit De Kleine Komedie omdat het nog niet af is, blijkt Freek de Jonge (zoals al eerder voor het Nieuwe De la Mar) meteen bereid de serie over te nemen. Dat betekent dat hij op 27 en 28 februari (inspelen in Almelo en Hengelo) en van 3 t/m 7 maart 1998 (De Kleine Komedie) alweer optreedt met een volledig nieuwe theaterprogramma. Het komt ‘in plaats van’ en hij noemt het dan ook I.P.V. Het speelt dus maar zeven keer, maar als hij hiermee opnieuw ervaart hoe veel voldoening het hem geeft in een paar weken tijd een nieuwe voorstelling te maken, ontstaat het idee voor zijn volgende project: De Grens, een theater- en televisiefeuilleton in tien delen binnen één jaar tijd.

De VPRO zendt Papa-Razzia in voor het Gouden Roos-festival in Montreux, het Europese festival voor amusementsprogramma’s op televisie. Treurige aangelegenheid, herinnert Freek de Jonge zich, want met een paar mensen zit je dan naar zo’n ondertiteld programma te kijken.
Als hij in Montreux zit te eten met journalist Frans Happel, die hem interviewt voor de Haagsche Courant, komt er een vrouw naar hun tafeltje die zeer hinderlijk overdreven bewonderend gaat staan doen. Even later blijkt dat het een verklede Joop Braakhekke is, die meewerkt aan Ralph Inbars Bananasplit. Tegen de zin in van Freek de Jonge wordt het fragment nog uitgezonden ook. Het maakt zijn herinnering aan Montreux niet vrolijker.

KRITIEKEN

‘Freek de Jonge, die voor de zevende maal in zijn loopbaan met een conference een jaar uitluidde, is er de man niet naar om het publiek louter te behagen met moppen en woordspelingen. De Jonge wil meer. Het publiek aan het denken zetten bijvoorbeeld. Zijn grappen zijn pijlen die gericht zijn op tevredenheid.
Op oudejaarsavond schoot De Jonge tal van pijlen naar de kijkers. Hij schilderde de maatschappij af als een wereld vol gieren, die bij gebrek aan prikkels in het eigen leven loeren naar sprookjesverhalen in bladen. In Papa-Razzia kwam de Nederlander ervan af als een door welvaart blasé geworden wezen dat voor een huilbui eerst een ui moet opensnijden.
Het decor van Papa-Razzia was een keuken van de duurdere soort – zo’n keuken waarin een espressomachine om aandacht schreeuwt en zelfs de pannen volgens de regels van de goede smaak zijn gestroomlijnd. Op die plek – de welvaart in een notendop – evalueerde De Jonge (“Ik sta hier als kok”) het afgelopen jaar. Hij deed dat lichtvoetig, terloops bijna. (…)
De kracht van Papa-Razzia zat in de afwisseling. Tussen de clowneske nummers door speelde De Jonge de rol waarmee hij faam verwierf. Dan bleek hij ook nog altijd de geëngageerde verteller te zijn die meer verhalen naast elkaar vertelt. Verhalen waarin naar de betekenis van het leven wordt gezocht.
Papa-Razzia, een optelsom van grollen en bespiegelingen, was voor de kijker een soort grabbelton – wat er uitkwam, was aardig of lollig of beeldschoon.
Dan weer opende de conferencier de aanval op de prominente plek van minister Voorhoeve op de nieuwe VVD-lijst (“Je kan Bolkestein geen groter plezier doen dan eens in de zoveel tijd een paar duizend moslims om zeep helpen”). Voor een tirade tegen verkeersborden (“U rijdt te hard! Hoezo? Hoe weten zij nou hoe laat ik waar moet zijn?”) maakte hij ruim baan, evenals voor een verslag van een diner in restaurant Het Hiernamaals, waar een verminkte kok zich verschanst in de keuken.
“Ik weet niet waar ik ben, wel weet ik dat ik steeds verder verwijderd raak van waar ik wil zijn”, zei De Jonge halverwege zijn show.
Niet vaak zal een naar de juiste richting speurende artiest zo’n montere indruk hebben gemaakt. De Jonge’s preek is een mop geworden. Een mop met diepte, uitstekend verteld.’ (Ronald Ockhuysen in de Volkskrant, 2 januari 1998)

‘Het beste bewijs voor het meesterschap dat hij in deze Papa-Razzia ten toon spreidde, werd geleverd door het publiek dat in het Nieuwe De la Mar in Amsterdam aanwezig was bij de opname. Zodra de naam van Marco Bakker viel, klonk er al een gulle lach uit de zaal op – zo aanstekelijk werkte het optreden van de conferencier deze keer. “Mensen, laat me nou eerst de grap maken!”, riep De Jonge, en opnieuw lachte het publiek. Wie dat kan – twee keer een lach oogsten zonder een reguliere grap te maken – kan veel.’ (Henk van Gelder in NRC-Handelsblad, 2 januari 1998)

SPEELDATA

3 november t/m 30 december 1997, met een serie in het Nieuwe De la Mar van 19 t/m 30 december.

MUZIEK

Robert Jan Stips.

TELEVISIEREGIE

Jop Pannekoek.

PUBLICATIES

Tekst

De conferences Fender Stratocaster en Crèchepuppies en wipkippen staan afgedrukt in de bundel De Toeschouwer (2006). De voor de conference gebruikte Parool-columns Afvalrace, Diana, Hangen, Mug en Story zijn opgenomen in de bundel De Hoekvlag (2000).

Beeld

DVD, met De Gillende Keukenmeid (2000), als de vierde dvd van zes dvd’s in cassette onder de titel Oudejaarsconferences 1982-2001 (2001).

Foto's