2001 – Het Laatste Oordeel

Categorie:

In april 2001 gaat het persbericht uit van Freeks oudejaarsvoorstelling, die vanaf oktober in de Nederlandse theaters speelt. De titel wordt Het Laatste Oordeel en daarin zal het natuurlijk gaan over de brand op 1 januari 2001 in een café in Volendam. Daarbij komen veertien jongeren om het leven, terwijl enkele honderden anderen ernstig lichamelijk en geestelijk letsel oplopen. En inmiddels heeft koningin Beatrix de verloving aangekondigd van kroonprins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta. Dat vormt ook een dankbaar onderwerp. Over dit hoofdstuk in het leven van Koningin Haarlak sprak de cabaretier weliswaar al in De Gillende Keukenmeid, maar het feit dat ons land geen consequenties trekt uit het foute verleden van Máxima’s vader, zit hem erg dwars. En dus heeft hij nog wel wat kruit te verschieten op de Oranjes: ‘Van huis uit terroristen; daarom pappen ze aan met de junta.’
En wat de wereldpolitiek betreft: George Bush is in 2000 gekozen als nieuwe president van de VS en slaat ferme taal uit tegen terroristische regimes en tegen landen die terroristen onderdak bieden. Andere gebeurtenissen: in januari vindt in India een aardbeving plaats die tienduizenden mensen het leven kost en in februari breekt mond- en klauwzeer uit onder runderen in Engeland en Frankrijk. Eind maart wordt duidelijk dat Nederland niet gespaard blijft: vanaf april zal er in ons land een kwart miljoen gezonde koeien preventief worden uitgeruimd. Als in juli Herman Brood zelfmoord pleegt door van het Amsterdamse Hilton Hotel te springen en Nederland zich begin september niet weet te plaatsen voor het WK voetbal van 2002, krijgt de oudejaarsavond er alweer wat grappen bij. En dan wordt het september.

Waar was u op 11 september 2001? Goede vraag, dames en heren. Ik zat in Frankrijk en ik werkte aan dit programma. Je kan nergens beter dan vanuit Frankrijk over Nederland oordelen. (…) Opeens zegt mijn vrouw: ‘Kom even naar beneden. Kom even kijken.’ Ik ga naar beneden toe en ik ga zitten op de bank. En ik kijk naar de televisie en ik zie daar een vliegtuig het World Trade Centre binnen vliegen! Ik vraag aan mijn vrouw: ‘Is dit echt?’ ‘Nee,’ zegt zij, ‘het is een herhaling.’ Ik vraag: ‘Maar het is wel echt gebeurd?’ ‘Ja’, zegt zij. En werkelijk: ik zal niet zeggen dat mijn hart stil stond, maar ik had een soort orgastische ervaring. Dat je even geen verleden en geen toekomst hebt… U weet wel, dat subtiele, dat kleine religieuze moment dat wij nog hebben in ons leven. Ik zei ook direct tegen mijn vrouw: ‘Ik hou van je.’ Ja, dat ben ik gewend… Ik meende het ook… Ik was een beetje onthecht… ‘Ik, ik, ik hou van je.’ En onmiddellijk dacht ik aan mijn oudejaarsprogramma. Toen zag ik die twee torens zo instorten en toen dacht ik: stof genoeg! Maar ik dacht ook meteen: kan ik dat wel zeggen straks, op 31 december? Maar wat blijkt: ik kan het op 13 december al zeggen…

Er is ongelooflijk veel gebeurd in korte tijd. Weet u dat we nog geen jaar geleden doodsbang waren voor de Hell’s Angels? Nou, daar lachen we nu om! (…) Weet u nog de Bijlmerramp? Dat vonden we verschrikkelijk. Dat El Al-toestel dat in dat flatgebouw was gedoken. Slachtoffers, mensen getraumatiseerd die nog dagelijks bij de psychiater lopen. Die psychiater laat ze nou dat filmpje uit New York zien en zegt: ‘En nou heel snel wegwezen!’

Net zoals in De Gillende Keukenmeid, zijn oudejaarsconference van een jaar eerder, kiest Freek de Jonge voor een sober decor, met in het oog springend slechts achter zich een meubel waarin de landelijke dagbladen naast elkaar hangen in krantenstokken. Geen liedjes, geen clownerie, geen attributen – alle aandacht voor de kracht van het gesproken woord en zeker ook de veelzijdigheid daarvan. Dit in tegenstelling tot de beperktheid van stand-uppen. Nu dat genre zo populair is, geeft hij graag het goede voorbeeld.
Het Laatste Oordeel is een aaneenschakeling van losse grappen (bondscoach Louis van Gaal ‘weet wel wat Afghaan is’), anekdotes, verhaallijnen, uitweidingen – bijzonder humoristisch, maar met groot persoonlijk en maatschappelijk engagement. Vooral rond 11 september dus en dan met name de gevolgen van die aanslag. Zoals het islam-fundamentalisme (hij is voor dit programma in de ‘moslimhumor’ gedoken, want ‘Imam moet het doen’ en ‘Dat viel nog niet mee: alle bakken hebben een baard’), de strijd in Afghanistan en de jacht op Osama Bin Laden, het gedachtengoed van Pim Fortuyn (‘Pim Geluk’) en zelfs de aandacht voor de islam in het theater. Tegenover de Vaginamonologen van de Amerikaanse schrijfster en feministe Eve Ensler, die in 2001 ook in Nederland te zien zijn, plaatst hij zijn eigen Lulverhalen, waarvoor hij zogenaamd citeert uit de kranten die er hangen om tot de conclusie te komen dat dat soort humor na 11 september toch echt niet meer kan!

De grote kracht van Het Laatste Oordeel is dat Freek de Jonge er opnieuw voor kiest als cabaretier niet alleen met humor en engagement te reageren op de aanslagen en de gevolgen ervan, maar zelf in de vuurlijn gaat staan door standpunten in te nemen, hoe gevoelig dat op dat moment ook ligt in de wereld, in ons land en zelfs in de zaal. Mohamed Rabbae, Kamerlid voor Groen Links, heeft de oproep gedaan aan de ‘beroepshumoristen’ om geen grappen te maken over moslims.
In een van de vier interviews die aan de dvd-registratie van de voorstelling zijn toegevoegd, zegt Freek de Jonge dat hij niet wil kwetsen of ophitsen, maar dat zijn vak hem wel verplicht zich alles te permitteren. Tegen sommige bedreigingen, zoals een jaar eerder dus vanuit de Hell’s Angels, kun je je wapenen of je legt ze naast je neer. Tegen deze niet, weet hij, al zal pas de jaren daarna blijken hoe veel gevaar het vrije woord ook in ons land loopt met de moord op Pim Fortuyn (2002) en Theo van Gogh (2004).

Dat persoonlijke karakter dankt de voorstelling aan de verhalen over zijn eigen jeugd en hoe verdraagzaam toch zeer verschillende geloven – katholieken en protestanten – toen met elkaar omgingen. Hij introduceert daarvoor jeugdvriend Engel Hart. Die is niet alleen in zijn naam vredelievend, maar ook in daad en woord, met uitspraken als ‘Na de dood gaan we rechtstreeks terug naar de harten van onze geliefden’ en ‘Uiteindelijk moet je bereid zijn het leven van je vijand te redden’. Engel Hart opereert als een Deus Ex Machina als uiteindelijk de schakel naar recente gebeurtenissen en ontwikkelingen moet worden gelegd, waarna als eindconclusie rest: ‘Als mensen bereid zijn meer offers te brengen zullen er minder slacht-offers vallen.’ De cabaretier blijft dicht bij zichzelf als hij schijnbaar terloops zegt dat hij niet in God gelooft, maar er wel veel aan denkt. In zijn kringen wordt hem dat niet in dank afgenomen, al is hij daardoor meer gaan twijfelen over die kringen dan over zijn gedachten. Voor hem is God geen doekje voor het bloeden, maar Het Woord.

De vrijheid van het woord staat centraal in alles. Hij toetst historische kennis (kruistochten, Luther, Willem van Oranje…), want zo vaak roepen we van alles zonder de feiten te kennen, zonder verbanden te leggen, terwijl die er heus wel zijn. Bovendien, zo houdt hij zijn publiek voor: ‘U vindt het misschien raar om al die jaartallen nou zo op te rakelen. Maar misschien hebben we over twee jaar een totaal andere cultuur en dan is het toch lekker om nog even…’
Hij laakt de radio- en televisieprogramma’s waarin de mensen op straat zelfs om die mening wordt gevraagd:

De gemiddelde Nederlander voor de microfoon. Alles wat hij geleden heeft in zijn leven, heeft hij geleden onder zijn vrienden en zijn familie. Zijn vrouw heeft hem misschien in de steek gelaten. Zijn ouders willen maar niet doodgaan. Zelf heeft hij er een hekel aan om ouder te worden. Zijn kinderen willen niet volwassen worden. Hij heeft niet in Nederlands-Indië een bajonet in de maag van een plopper gestoken. Hij is niet ter meerdere glorie van Joseph Luns in de bossen van Nieuw-Guinea achtergebleven. Hij is niet in Vietnam geweest. Hij was niet in Srebrenica toen de mannelijke moslimbevolking werd afgevoerd.
En deze man moet mij gaan vertellen wat hij van de bouwfraude vindt.
– Meneer, wat vindt u van de bouwfraude?
– Ja, wat vind ik van de bouwfraude? Ik vind dat de onderste steen boven moet komen.
Ja, ja. Dat zei Osama Bin Laden ook en die dacht laat ik eens middenin beginnen.

Gaandeweg de voorstelling vlecht hij steeds meer verhalen in verhalen, vol symboliek over ‘de vijand’. Daarin legt hij niet alleen verbanden tussen vroeger en nu, maar hij speelt ook een geraffineerd spel met werkelijkheid en fantasie. Terwijl velen op dat moment waarschuwen voor de schade die het woord kan aanrichten, toont hij, met diezelfde taal als zijn enige wapen, aan wat de kracht ervan is.

COULISSEN

‘Toen Neerlands Hoop in het voorjaar van 1978 opriep tot een boycot van het wereldkampioenschap voetbal, wisten Bram en ik nauwelijks wat zich in Argentinië afspeelde. Die waanzin werd ons gaande de actie stukje bij beetje duidelijk tijdens ontmoetingen met bannelingen en Dwaze Moeders. Toch wisten we op het moment dat we de actie begonnen genoeg om te kunnen zeggen: hoe kun je aan een wereldkampioenschap voetbal meedoen dat moet dienen ter meerdere eer en glorie van een regime dat systematisch martelt en moordt?
Ik had al vrij snel in de gaten dat die boycot er niet in zat. Uit discussies na afloop van de voorstellingen van Bloed aan de Paal bleek dat een deel van het publiek ons niet radicaal genoeg vond. Op internationale bijeenkomsten waren de Argentijnse vluchtelingen sterk verdeeld over de boycot als wapen. Respectabele politici, vakbondsleiders, sportbestuurders en diplomaten, een enkeling uitgezonderd, weigerden hun positie op het spel te zetten door zich solidair te verklaren. Koning Voetbal bleek de baas.
Het ging ons natuurlijk niet om die boycot. Het ging in de eerste plaats om de erkenning van de stuitende – ik kan sinds die tijd het woord flagrant niet meer uit mijn bek krijgen – schending van mensenrechten. Zelfs dat was te veel gevraagd. Het heeft tot ver na het WK geduurd voor er van officiële zijde werd toegegeven dat er wantoestanden in Argentinië heersten. Intussen werd ons opportunisme, hypocrisie, bemoeizucht, aandachttrekkerij en weinig verstand van zaken verweten. De discussie ging meestal niet over de zaak: hoe ernstig de situatie in Argentinië was en hoe je die kon veranderen, maar altijd over of het wapen van de boycot wel terecht was, of je het de voetballers die het ook niet konden helpen zoiets mocht aandoen en waar je je als de Argentijnen er zelf niet om vroegen mee bemoeide. Bij kwesties heb je in Nederland namelijk altijd twee dingen. De zaak en de discussie over de zaak.
De zaak is nu dat onze kroonprins wil trouwen met een jonge Argentijnse vrouw wier vader als lid van de regering heeft gewerkt voor een abject regime. De onvermijdelijke publieke aanwezigheid van een fascist in de rol van schoonvader tijdens de bruiloft vervult een groot deel van ons volk met afschuw. Men roept op, uit solidariteit met de slachtoffers van de Argentijnse junta, die aanwezigheid te voorkomen. Immers, hoe kunnen wij oprecht feest vieren en blij zijn met de keuze van onze kroonprins als wij door de aanwezigheid van zijn schoonvader voortdurend herinnerd worden aan het feit dat er Argentinië nog steeds geen recht gedaan is aan de slachtoffers van de junta?
De discussie is inmiddels traditiegetrouw met de zaak op de loop gegaan. Die gaat over of wij niet beter het koningshuis zouden opdoeken. Of de motieven van de tegenstanders van Zorreguieta’s aanwezigheid wel zuiver zijn. Of dat we er alleen maar op uit zijn onze arrogante koningin dwars te zitten. En of het niet hypocriet is om, nu er niets hoeft te worden ingeleverd, een moreel oordeel te vellen over iemand die waarschijnlijk niet actief betrokken is geweest bij de verschrikkingen. En waar we ons mee bemoeien als de Argentijnen kennelijk zelf geen behoefte hebben hun kwelgeesten te vervolgen. En of we de zonden van de vader op de dochter mogen verhalen. Er wordt intussen door politici gesuggereerd dat Máxima’s vader op de trouwdag maar een griepje moet voorwenden. Er wordt achter de schermen gesleuteld aan een diplomatieke oplossing. Keurige Eerste Kamerleden gewagen van een list die verzonnen moet worden.
Ik wil omwille van de zaak de zaak maar even de zaak laten en me in de discussie storten. Onze minister-president die de zaken ook liever boven de discussie stelt, de definitie van poldermodel, heeft om geduld en vertrouwen gevraagd. Begrippen waarmee nog nooit een steigerend paard is beteugeld, maar wel menig keffertje het blaffen vergaan. Rosenmöller let op uw zaak! Mogen we de zonden van de vader op de dochter verhalen? Daar gaat het niet om. Zorreguieta komt officieel in beeld en hij heeft een besmet verleden.
Is Zorreguieta minder aan te spreken op de wandaden van het regime-Videla omdat hij misschien niet persoonlijk doodvonnissen getekend heeft, maar de beulen ongehinderd hun vuile werk liet opknappen? Nee, wie de hand schudt van de beul krijgt het bloed niet meer van zijn vingers. Is de coup in Argentinië te rechtvaardigen door het feit dat het land op de rand van de afgrond balanceerde? Nee, de bevoorrechten hadden genoeg van het gelazer en vervingen het anarchistische kwaad door een strak georganiseerd kwaad. Doet het er toe of zij die vinden dat Máxima’s vader fout geweest is hypocriet zijn? Nee, want de vraag is niet minder hypocriet en het doet niets af aan de zaak. Mogen wij met onze beboterde hoofden een moreel oordeel vellen? We zijn zelfs verplicht ondanks de doem van de erfzonde elkaar en onszelf moreel aan de kaak te stellen. Een ouder voedt toch ook in het volle bewustzijn van zijn eigen onvolmaaktheid zijn kinderen op. Mogen wij ons bemoeien met een interne Argentijnse zaak? Ja, Leo Platvoet had gelijk toen hij stelde dat Pinochet ook zonder bemoeizucht van het buitenland nooit zou zijn aangepakt in eigen land (Forum, 5 februari). Doet het er toe dat als Willem-Alexander niet op Máxima gevallen was, wij ons nooit om de streken van de heer Zorreguieta bekommerd hadden? Nee, de geschiedenis hangt nu eenmaal van toevalligheden aan elkaar.
Laten we niet weer, zoals in 1978, verdrinken in de discussie, maar recht op ons doel af gaan en voorkomen dat de heer Jorge Zorreguieta straks al zwaaiend van het bordes ongehinderd de binnenkant van zijn vuile handen mag tonen. Wij burgers moeten ons vorstenhuis voor deze schande behoeden. Want traditiegetrouw hebben we van die zijde in moreel opzicht weinig te verwachten.
Ik heb al eens beweerd dat de constitutionele monarchie zich verhoudt tot het klassieke koningschap als Shakespeare tot Privé. Met andere woorden: we hoeven van Willem-Alexander geen dramatische monoloog te verwachten waarin hij het fout-zijn of niet-fout-zijn aan de orde zal stellen. Hij zal zich beperken tot het theater van de glimlach. Ik ben er zeker van dat als onze kroonprins door de streken van Cupido op het pad van de dochter van een prominent lid van een linkse terreurbeweging was gezet er helemaal geen discussie zou zijn gekomen. Alleen een zaak. Die snel door onze vorstin beklonken zou zijn. Beatrix greep in het geval Emily ook kordaat in omdat de vader haar niet aanstond. Dat vader Zorreguieta haar wel bevalt, geeft evenveel te denken als dat ze haar ski’s in Oostenrijk laat staan.
Nu nog even de zaak. Het gaat erom Zorreguieta buiten de deur te houden om de slachtoffers en de nabestaanden van de slachtoffers van een verderfelijk regime een steun in de rug te geven in het strijd om gerechtigheid. Het huwelijk zal een miljoenenpubliek trekken. Het beeld van Beatrix’ huwelijk dat de wereld is over gegaan was dat van een in rook gehulde gouden koets in de Raadhuisstraat. Het is nu aan Kamer en kabinet of de geschiedenis zich zal herhalen. Want in een democratie heeft de koning gelukkig niks te zeggen. De politiek zal zich bewust zijn van haar taak in de strijd tegen afkalvend norm- en waardebesef. Of is ze erop uit te bevestigen dat de begrafenis van Sam Klepper door het centrum van Amsterdam geen incident was in het gedogen van eerbetoon aan geboefte, maar beleid?’ (Opinie Freek de Jonge in de Volkskrant, 12 februari 2001)

Dat hij boos is over het feit dat ons koningshuis geen afstand neemt van Jorge Zorreguieta, de toekomstige schoonvader van de kroonprins, blijkt overtuigend in De Gillende Keukenmeid, in Het Laatste Oordeel en in bovenstaand opiniestuk in de Volkskrant.
Naar aanleiding van de verloving van Willem-Alexander en Máxima, maart 2001, is de Stichting Nationaal Geschenk Mensenrechten Argentinië opgericht. Samen met advocate Britta Böhler en oud-ambassadeur Coen Stork vormt Freek de Jonge daarvan het Comité van Aanbeveling.
Als Het Laatste Oordeel wordt uitgezonden, zijn we nog maar een maand verwijderd van 2 februari 2002, oftewel 2-2-2. Het is de huwelijksdatum van de kroonprins. Dat betekent dat hij ook in de periode tussen zijn oudejaarsconference en het huwelijk veel in het nieuws is.

Harm Ede Botje en Thijs Broer interviewen Böhler, Stork en De Jonge voor de Vrij Nederland-editie van de huwelijksdag:
‘De uitspraken van Willem-Alexander en Máxima tijdens hun televisie-interview zijn het drietal danig in het verkeerde keelgat geschoten. Eerst deden de aanstaande echtelieden het rapport-Baud af als “een mening”, vervolgens sloten ze zich aan bij Jorge Zorreguieta’s bewering dat hij niets van de verdwijningen tijdens de dictatuur geweten heeft. “Aanvankelijk,” zegt De Jonge, “vroegen we ons in Nederland af of de Oranjes zich wel moesten verbinden met een meisje uit een milieu waar we eigenlijk niets mee te maken willen hebben. Maar nu conformeert de aanstaande koning zich zo aan zijn aanstaande vrouw dat ze ons beiden zitten voor te liegen.”
VVD-leider Hans Dijkstal zei (…) dat het afgelopen moet zijn met het hypocriete gezeur en dat het nu tijd is voor feest.
De Jonge: “(…) Hoe durft hij die woorden in de mond te nemen. (…) Waarom mogen wij geen kritische kanttekeningen plaatsen? Vroeger keken we de andere kant op als er joden uit hun huizen werden gehaald. Nu kijken we weer de andere kant op. Het sprookje kan kennelijk niet naast de nachtmerrie bestaan. De vraag is waarom. Er kan feestelijk getrouwd worden en daarnaast kunnen we met open vizier praten over wat er gebeurd is tijdens de dictatuur.”
De afgelopen weken werd de opnieuw oplaaiende kritiek “politiek correct” genoemd en “gelegenheidsengagement”.
De Jonge: “Dat kregen wij in 1978 ook te horen. Waar het hier om gaat, is: waarom kan Nederland in deze situatie, nu we door toeval opnieuw geconfronteerd worden met de mensenrechtenschendingen in Argentinië, niet een ferm standpunt innemen en zeggen: wij gaan er alles aan doen de Argentijnen te helpen met het verleden in het reine te komen. Laten we tegen onze koningskinderen zeggen dat ze hun kop dicht moeten houden, trouwen en hun handjes dichtknijpen. Laten we vaststellen dat vader hier de rest van zijn leven niet welkom is. En uitspraken over het regime, of het wel of niet deugde, neemt de Nederlandse overheid wel voor haar rekening. (…)
Het traditionele idee is dat een vorst boven de partijen staat. Dat hij het volk een spiegel voorhoudt, die laat zien wat goed en slecht is. Maar nu wordt het voorbeeld gesteld door een kroonprins die een opportunist is, die ons voorliegt als het hem uitkomt. Straks gaat Willem-Alexander kersttoespraken houden. Dan neemt hij morele standpunten in, gaat hij praten over vrede op aarde. Maar op het moment dat die vrede op aarde hem niet uitkomt, maakt hij even een bocht. Daar is hij de afgelopen weken toe bereid gebleken. (…)
Alles wat Willem-Alexander een Máxima doen, is haar vader uit de wind houden. Waarom laten ze niet zien dat ze echt mededogen hebben met de slachtoffers van het regime? Dan is het klaar! Ze moeten zo snel mogelijk met de Dwaze Moeders in gesprek gaan. Dat hadden ze veel eerder kunnen doen, maar die kans hebben ze nog steeds”.’ (Vrij Nederland, 2 februari 2002)

Op verzoek van het actualiteitenprogramma NOVA maakt Freek de Jonge een videobrief voor het bruidspaar, die een dag voor het huwelijk wordt uitgezonden. In 1978 voert hij protest tegen de dictatuur van Videla en roept het Nederlands elftal op het WK voetbal te boycotten en thuis te blijven. En nu mijdt hij het Nederlandse feest door… naar Argentinië te gaan. Op uitnodiging van NOVA reist hij daar acht dagen heen: tot en met de feestelijke dag. Hij is er voor het eerst, samen met NOS-correspondent Twan Huys. Die houdt zijn Dagboek Buenos Aires bij op de site van NOVA.

‘Een week lang op pad in Buenos Aires met Freek de Jonge op zoek naar de leugens uit het verleden en de geschiedenis van Jorge Zorreguieta. Het is een van de mooiste reizen van mijn leven. Begin januari vraag ik Freek of hij mee wil naar Argentinië in de week voorafgaand aan het huwelijk van prins Willem-Alexander en Máxima. Zijn verleden met dit land is inmiddels bekend. De mislukte boycotactie tegen deelname van Nederland aan het WK in 1978 en zijn steun aan de Dwaze Moeders. Freek hoeft niet lang na te denken over ons verzoek, bovendien wil hij het Oranjefeestgedruis liever ontvluchten. Hij is niet gecharmeerd van de overdreven aandacht voor het huwelijk, maar bovenal vindt hij dat Máxima en prins Willem-Alexander de waarheid over de geschiedenis van Argentinië geweld aan doen.
In Buenos Aires hebben we afspraken met voor- en tegenstanders van het Videla-regime, met komiek Enrique Pinti en we dringen binnen bij het zomerpaleis van president Eduardo Duhalde. Terwijl we rondreizen in de stad zijn er her en der demonstraties van de bevolking tegen zijn bewind. Meer dan 35.000 mensen gaan afgelopen maandag de straat op en slaan op potten en pannen, ook in Nederland inmiddels een bekend protestmiddel. Gedurende de week ontpopt Freek zich als een uitstekende verslaggever, ondanks zijn gebrekkige kennis van de Spaanse taal.’ (Twan Huys: Dagboek Buenos Aires, februari 2002)

‘Iedere dag zijn er hoogtepunten. Soms vrolijk, soms melancholisch en vaak dramatisch. De binnenkomst in het totaal verlaten voetbalstadion waar ooit de finalewedstrijd Argentinië-Nederland werd gespeeld, is enorm indrukwekkend. Op steenworp afstand van het stadion werd Miriam Lewin gemarteld, zij was politiek gevangene tijdens het Videla-regime en hoorde vanuit haar cel de kolkende massa’s in het stadion. Het maakt eens te meer duidelijk hoe weerzinwekkend de toenmalige politieke en vooral militaire klasse omging met de idealistische jeugd. De generatie die toen werd vermoord en verbannen, had nu een oplossing kunnen zijn voor de gigantische economische problemen van het land.
’s Avonds laat spreken we in restaurants over de opnamen van die dag en natuurlijk wordt er veel gelachen. Freek de Jonge is ook naast het podium de leukste man van Nederland. Fragmenten van zijn shows, vermakelijke anekdotes en scherpe observaties leiden in veel gevallen tot lachkrampen. Een heerlijke ontlading na een lange dag van opnamen in de stad.’ (Twan Huys: Dagboek Buenos Aires, februari 2002)

‘Gedurende de week ontwikkelt zich bij ons langzaam een idee voor de vorm van de reportage. Na drie dagen staat vast dat de NOVA-reportage Freeks huwelijkscadeau moet worden aan het bruidspaar. Zijn mening wordt verpakt in beelden en interviews. De reacties naar aanleiding van de uitzending zijn overweldigend. Veel mensen reageren positief op Freeks videobrief. Via zijn website en ook bij NOVA stromen lovende reacties binnen. Zijn boodschap aan Máxima en prins Willem-Alexander aan het slot van de uitzending raakt bij veel mensen een snaar. In Freeks woorden: “Een koning die de leugen uit het verleden laat voortleven, zal in de toekomst door de waarheid onttroond worden”.’ (Twan Huys: Dagboek Buenos Aires, februari 2002)

‘De kroonprins en zijn aanstaande bruid hebben geen enkel gebaar gemaakt naar de slachtoffers. Ze hebben geen enkele daadwerkelijke solidariteit getoond met de nabestaanden van de vermisten. Ze blijven met grote stelligheid tegen beter weten in volhouden dat vader c.q. schoonvader van niks wist. Ze liegen ons willens en wetens voor. Sterker nog, ze maken van slachtoffers, onderzoekers en historici leugenaars. Deze twee mensen worden straks onze koning en koningin. En de meerderheid van het volk vindt het prachtig. Het is weerzinwekkend.’ (Freek de Jonge tegen Twan Huys in de VARA-gids, mei 2002)

Het excuus van Willem-Alexander en Máxima aan het Argentijnse volk maakt hij in 2003 onderwerp van zijn bewerking van Shakespeare’s Midzomernachtsdroom.

Freek de Jonge mag zich vanaf 5 mei 2001 – een half jaar na zijn besluit te stoppen bij Het Parool – alweer columnist noemen, maar nu van het gesproken in plaats van het geschreven woord. Elke zaterdagavond vult hij, onder de titel Vijf voor Freek, de laatste vijf minuten van het dagelijkse Radio 1-programma Met het oog op morgen.
Uit het persbericht van de NOS: ‘In Vijf voor Freek laat Freek de Jonge zijn licht schijnen over de actualiteit(en) van de afgelopen week. Een nieuw podium en een nieuw medium: na het theater, de televisie en het papier, vertoont hij in Met het oog op morgen voor het eerst zijn kunsten op de radio. De vorm waarin De Jonge zijn column giet, is vrij. Hij zal, zoals we dat van hem gewend zijn, afwisselend preken, zingen, dichten en fulmineren.’
Dat Freek de Jonge dan al zo’n 25 jaar zeer actief is als medewerker aan radioprogramma’s van eerst de VARA en later de VPRO is de NOS klaarblijkelijk volledig ontgaan.
In februari 2002 verhuist Freek de Jonge naar de donderdagavond en gaat Erwin Kroll op zaterdagavond de laatste vijf minuten vullen met informatie over het weer.

Het Laatste Oordeel is zijn laatste oudejaarsconference:
‘Volgens De Jonge is de datum ontheiligd en de ooit door Wim Kan ingezette tv-traditie danig gedegradeerd. “Het zwembad wordt mij te vol”, is zijn toelichting in het Algemeen Dagblad. “Laat de derde hond er maar met het been vandoor gaan.”
Vanuit zijn jeugd is oudejaarsavond met magie omgeven. In zijn herinnering ziet Freek nog hoe zijn vader bij de radio ging zitten om naar Wim Kan te luisteren; dat had in ons calvinistische landje ook iets van een biecht in zich. Dat directe gevoel van verantwoording afleggen, boetedoening is weggevallen. Oudjaar heeft wat dat betreft zijn functie verloren.
De oudejaarsconference is volgens De Jonge te gewoon geworden. De spanning heeft plaats gemaakt voor verzadiging, verveling. “Toen ik met Neerlands Hoop begon, was het voor het publiek een sensatie om daar bij te zijn. Dat was een opwinding op zich en dat gebeurde ook met mijn eerste solovoorstellingen en dat was met De Openbaring ook. Dat element is gaandeweg totaal verdwenen uit de oudejaarsconference. Komt ook misschien omdat ik het zelf te veel gedaan heb. Youp is er beter in om zijn geduld te bewaren en heeft bijvoorbeeld een plan van eens in de drie jaar. Maar daaromheen zijn er zoveel mensen gekomen die het ook doen dat er automatisch iets van vervlakking zijn intrede doet.”
Iedere kneus die roept dat hij cabaretier is, mag tegenwoordig op de buis, zegt hij. De Jonge ergert zich aan de vele voorgebakken komische cabaretprogramma’s. Het is alleen nog maar hela-hola op tv, is zijn kritiek. Voor de echte concentratie is volgens hem nog maar een klein publiek over. Daarbij gaat ook zijn leeftijd tellen, geeft hij eerlijk toe. “Ik zoek nu andere momenten. Ik heb de verkiezingsconferences, de sportconference gedaan. Dat zijn ook wel verkapte oudejaarsconferences eigenlijk”.’
(Peter Voskuil in De Koning is dood, Leve de Koning! De geschiedenis van de Oudejaarsconference (2009)

‘Hoe toepasselijk kan een titel zijn? Met Het Laatste Oordeel is voor Freek de Jonge de cirkel rond van oud en nieuw. Op een bepaalde manier maakt hij nu mee wat Wim Kan twintig jaar geleden overkwam, vertelt hij. “Dat je bij wijze van spreken merkt dat je aan je nagels aan een rotswand hangt”, verduidelijkt hij. “De vraag is dan of je nog mans genoeg bent het tij te keren. Wat Kan altijd heeft geroepen over: als het niet goed is, moet je het niet uitzenden, vergat hij in 1982 uit te voeren en dat was natuurlijk sneu. Ik heb die fout niet willen maken en gezegd: ik doe geen oudejaarsconferences meer”.’
(Peter Voskuil in De Koning is dood, Leve de Koning! De geschiedenis van de Oudejaarsconference (2009)

Ruim twee weken na de laatste voorstelling van Het Laatste Oordeel, op woensdag 16 januari 2002, speelt hij een compilatie in het Duits in Berlijn: ‘De paar honderd toeschouwers in het nieuwe Berlijnse theater Tempodrom reageren enthousiast op de Duitse uitvoering van Freeks oudejaarsshow, al zijn er ook enkelen die zichtbaar geërgerd in rap tempo wegbenen. “Het was voor ons doen zeer harde humor”, verklaart een jonge Berlijner. “Jullie Nederlanders zijn veel toleranter. Daardoor kunnen jullie ook harde grappen maken over moslims. Wij moeten daar nog wat aan wennen.”
De Jonge is een van de tweehonderd internationale cabaretiers die deze week optreden op het Berlijnse festival van de woordkunst Maulhelden. Freek treedt voor het eerst op in het Duits, wat hem goed afgaat: “Ik heb mezelf ingeprent dat ik vooral niet moest twijfelen over de naamvallen, want dan ga je dingen omkeren en dan betekent het iets totaal anders.”
Speciaal voor het Duitse publiek heeft hij een uur durende samenvatting gemaakt van zijn oudejaarsprogramma, dat hij wel enigszins heeft aangepast, vertelt hij: “We hebben erg getwijfeld over de grappen over de negers, de moslims en de joden. Men kent hier in Duitsland niet de techniek van een verhaal dat zich ontwikkelt. Men is hier gauw bang dat het politiek-incorrecte opmerkingen betreft. En dat merkte ik ook wel aan de reacties in de zaal.”
Inderdaad valt op dat het Duitse publiek wat ongemakkelijk op de stoelen schuift als de joden ter sprake komen. De ontlading komt pas bij de pis- en penisgrappen. Freek: “De thema’s die ik aansnijd, heb ik nog niemand horen behandelen op dit festival. Het is hier toch wat burgerlijk. Bovendien is hier nog een echte authentieke verbazing die in Nederland niet meer bestaat, omdat men daar weet wat ik doe.” Sommige gevoelige opmerkingen, zoals die over de 350 miljoen moslims die “ons” de strot willen afsnijden, zijn geschrapt. (…)
Voor een prolongatie van zijn eerste Duitstalige show is Freek wel te vinden. “De sfeer was goed en de mensen hebben zich uitstekend geamuseerd. (…) Als men graag wil dat ik dit in Duitsland ga spelen, vind ik dat zelf ook erg leuk. Eerst maar even afwachten of er reacties komen”.’ (Het Parool, 17 januari 2002)

Als de populaire rechtse politicus Pim Fortuyn op 6 mei 2002, negen dagen voor de voorspelde verkiezingsoverwinning van zijn partij LPF (Lijst Pim Fortuyn) wordt vermoord, besluit Freek de Jonge een nieuwjaarsconference te maken. Die gaat De Bedreiging heten. Juni 2002 is hij er al mee aan het try-outen, hoewel die voorstellingen eigenlijk de voorbereiding zijn van Parlando, het programma dat hij in augustus en september opvoert met het Metropole Orkest.
Als het eerste kabinet-Balkenende eind juli 2002 valt en er nieuwe verkiezingen worden aangekondigd voor januari 2003, besluit hij niet de nieuwjaarsconference De Bedreiging te gaan spelen, maar een speciale verkiezingsconference, getiteld: De Stemming.

KRITIEKEN

‘Zijn schop tegen 2001 gaat behoorlijk hard aankomen. Voor moslims (“niet alle moslims, alleen die 350 miljoen die ons de strot willen afsnijden”), christenen (“als iemand moslims heeft geleerd hoe je een strot moet doorsnijden, zijn wij dat wel”), Máxima-aanbidders (met een verwijzing naar de rol van haar vader in de Argentijnse junta: “Legitieme regimes hebben altijd nog oneindig meer bloed aan de handen dan alle terroristen bij elkaar”), het Nederlands elftal en Louis van Gaal, Leefbaar Nederland, fans van Herman Brood. Het Laatste Oordeel is al geestig, hilarisch, grof en soms uiterst scherp. Maar ver boven alle kwalificaties uit steekt “meedogenloos”. Voor omzichtigheid is (…) vaak geen plaats. Voor politieke correctheid in de zaal evenmin. Hij “discrimineert” er op weergaloze wijze lustig op los. (…) Goed voor een groot aantal ouderwetse “ai’s” en ingehouden lachen. De vrijheid van meningsuiting wordt op het toneel zo krachtig uitgeoefend dat zijn aansporing – “Lach gerust! Het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn!” – bevrijdend mag heten.’ (Ruud Buurman in de GPD-bladen, 14 december 2001)
‘Deze tiende moet voor hem ook de moeilijkste zijn geweest. Vorig jaar had hij het, grappend over de dreiging van de Hell’s Angels, over de vrijheid van meningsuiting. Dit jaar is die vrijheid een des te beklemmender onderwerp. De vraag is alleen wat een cabaretier nog over zo’n onderwerp kan zeggen zonder zijn lachlustige publiek te verliezen. Het moet wel leuk blijven.
De Jonge heeft het, zoals hij wel vaker deed, gezocht in een gelijkenis. Hij vertelt over de vreedzame manier waarop katholieken en protestanten in zijn jeugd samengingen en hij introduceert een vriend van vroeger wiens huidige gedrag alles met de actualiteit te maken heeft. Met de islam bijvoorbeeld, maar ook met Herman Brood (want diens naam kon evenmin ontbreken). Dat is niet om te lachen, maar de vele zijpaden zijn dat weer wel. Bij de inspeelvoorstelling die ik vorige week zag (…) viel in elk geval veel te lachen.’ (Henk van Gelder in NRC-Handelsblad, 29 december 2001)

SPEELDATA

17 oktober t/m 30 december 2001, waarvan series in Vlaanderen (16 t/m 29 november) en, zoals gebruikelijk, in het Nieuwe De la Mar Theater. Daar speelt hij vanaf 19 december en daar wordt ook de tv-registratie opgenomen.

PUBLICATIES

Tekst

Vier verhalen zijn afgedrukt in De Toeschouwer (2006), te weten: Moslim, Hulp-imam, Straatinterview en Outletstore.

Geluid

2CD Het Laatste Oordeel (2001).
Deze verschijnt, net als de andere geluidsdragers die hij de komende jaren uitbrengt, op het eigen label Cabariolet, de voorloper (in 1967) van Neerlands Hoop.

Beeld

DVD Het Laatste Oordeel (2001)
Opname vanuit de Utrechtse Stadsschouwburg, 13 december 2001.

Met behalve deze registratie ook vier interviews met Matthijs van Nieuwkerk tijdens de inspeelperiode van de voorstelling. Daarin gaat het onder meer over de ramp van 11 september, wat dat betekende voor de inhoud van zijn geplande oudejaarsconference en wat hij met de ramp wil, kan en moet (15 oktober), over het moslimfundamentalisme en de betekenis van het vrije woord (15 november), over het belang van een tournee door Vlaanderen en hoe ver de conference is (29 november) en over de vraag of humor veranderd is na 11 september en de thematiek van de voorstelling (14 december).

Daarnaast bevat de dvd een registratie van de Vlaamse editie van Het Laatste Oordeel en ook de verschillende affiches, aangezien 11 september ook leidde tot nieuwe ontwerpen.
Uit enkele van die ontwerpen blijkt dat de Lulverhalen daar aanvankelijk mede model voor stonden, totdat de combinatie Twin Towers/Vredesteken zich daar bij voegde.

De Vlaamse versie is op 29 november opgenomen in de Arenbergschouwburg in Antwerpen en verschilt op een aantal punten van de Nederlandse. Ten eerste omdat zij twee weken eerder in de inspeelperiode is opgenomen en ten tweede omdat Freek de Jonge ‘Vlaamse onderwerpen’ behandelt als ‘De Rode Duivels’ (wél geplaatst voor het WK voetbal van 2002), politieke partijen en natuurlijk het Belgische koningshuis.

[Tekst: Frank Verhallen uit ‘Kijk! Dat is Freek’]

Foto's