2005 – Freek doet de deur dicht

Categorie:

Een week na de laatste voorstelling van Cordon Sanitaire en in de laatste maand van zijn tv-serie Freek Kortgehouden begint hij met Freek doet de deur dicht (van het Nieuwe De la Mar Theater). Dat programma zal hij een maand spelen in dit Amsterdamse theater, dat daarna zijn deuren sluit. Maar hij sluit niet alleen theaters, hij opent ze ook. En dus staat hij in maart 2006 vier dagen in Rotterdam met Freek doet de deur open (van het Oude Luxor Theater).

Het podium van het Nieuwe De la Mar is vormgegeven met zogenaamde attributen uit voorstellingen die in dit theater gespeeld hebben, zoals een zitje uit De Stunt en de achtergrond van golven, afkomstig uit Op hoop van zegen. En in het midden staat een kapstok met jasjes en hoofddeksels die hij in de theaterkelders vond. Door daar schijnbaar terloops naar te grijpen, kan hij anekdotes starten over collega’s, over wie hij vertelt dat zij natuurlijk altijd bij hem te rade kunnen gaan. Zoals John Lanting, meester van, zo demonstreert hij, pikante kluchten. Of Youp van ’t Hek, die in die periode ook daadwerkelijk zijn oudejaarsconference speelt. Hij raadt hem aan vooral op de ingeslagen weg door te gaan en niet meer te doen dan hij kan: Ik kan zeggen, daar houdt hij zich behoorlijk aan.
En over Paul van Vliet, die hij tijdens een vakantiewandeling uit het oog verliest, zegt hij: Hij was wat met de mensen meegelopen en daardoor de weg kwijtgeraakt. Zijn carrière ten voeten uit, zeg maar.

Behalve dat hij refereert aan het verleden van dit theater haalt hij er ook dikwijls de actualiteit bij, zoals rond de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk, van wie is onthuld dat hij gebruik maakt van de diensten van heroïnehoeren:

Wat is toch onze fascinatie voor deze losers, al deze klunzen… Neem ook George Best: vier goede voorzetten gegeven, acht mooie doelpunten gemaakt. Maar een puinhoop dat z’n leven was: zuipen, achter de wijven aan, dronken achter het stuur… Maar wel honderdduizend man op zijn begrafenis. Of neem André Hazes… Mislukkeling…
Mocht mij ooit iets overkomen… Mocht ik ooit in handen vallen van ‘demon alcohol’ zodat ik alsnog geliefd wordt bij de massa… En dat ik dan spectaculair om het leven kom: bij een liquidatie of een terroristische aanslag… En dat men mij opeens in de armen sluit… Ik wil geen standbeeld! (…)
Moet je eens gaan kijken naar dat standbeeld van André Hazes op de Albert Cuyp. Met dat stalen smoel van ’m! Hij had toch helemaal geen stalen smoel? Dat gezicht van André Hazes, dat was toch gewoon van ‘silly putty’, van smurfensnot (…)
Herman Brood, die staat nu in Zwolle! Heeft z’n hele leven gespoten, gesnoven, achter de vrouwen aan gezeten… Staat nu in Zwolle! En het lijkt nergens op. Hoe moet je Brood nou verbeelden? Je moet eerst z’n kop kleien en die van de bovenste verdieping van het Hilton naar beneden flikkeren en het resultaat in brons gieten!

In deze voorstelling put hij grotendeels uit hetzelfde repertoire als voor Cordon Sanitaire. Maar nu staat de gesproken tekst veel centraler, wat ook te maken heeft met de VPRO-tv-serie Freek Kortgehouden, waarvoor de meeste conferences zijn geschreven, inmiddels ook zijn opgenomen en soms al zijn uitgezonden. In de weinige liedjes die hij zingt – Aandacht, David Olney’s Jerusalem, Brels Mijn vlakke land (versie Filip Dewinter), Quarantaine (na opmerkingen over de vogelgriep) en Vergeet mij niet – begeleidt hij zichzelf op vleugel. Die staat vol met snuisterijen, die hun betekenis pas krijgen in de tweede helft, bij een van die nieuwe Kortgehouden-conferences, getiteld Bernmonument.

Er is gedurende de twee keer een uur durende show veel ruimte voor losse invallen. Als hij geritsel hoort, stopt hij en zegt:

Ik hoor alles! Geef ik niet genoeg? Moeten er ook andere zintuigen bevredigd worden? Mensen willen tegenwoordig én-én. Ga er ook bij snoepen: dan wordt het dubbel zo leuk! Of, zoals Henk Hofland zei: ‘Vroeger had je repen en nootjes. Tegenwoordig heb je noten in de repen’.

En als de zaal stilvalt in een conference:

Ik voel dat u een beetje op een bevrijdende grap zit te wachten. Nou, die is er in dit geval dus even niet. Ik vind het vreemdelingenbeleid in dit land geen aanleiding geven tot flauwe grappen. Het is werkelijk een hufterig schandaal wat er in ons land gebeurt.

En als een zin hem niet wil invallen, zegt hij dat er tegenwoordig een drietal figuren in zijn hoofd om aandacht schreeuwt: Gilles de la Tourette, Alois Alzheimer en Cor Sakov (Korsakov):

Cor roept iets, Alzheimer zegt: Wat zei-die? En Tourette schreeuwt: Lul niet!

Ook deze keer zijn er veel visuele grappen met het scherm van zijn laptop, dat op het achterdoek te zien is, bijvoorbeeld om het openingslied Imagine van John Lennon te kunnen meezingen. December is, zo vertelt hij, uitgeroepen tot John Lennon-maand.
Gespeeld gedoe met de laptop vormt ook de inleiding voor nog zo’n conference uit Freek Kortgehouden, getiteld Meppelerbroek. In het filmpje in de tv-serie draagt hij de scène op aan de komiek die hij ermee wil eren: Toon Hermans.
U spreekt u hier met Stein Meppelerbroek. Mag ik de helpdesk van u? Meppelerbroek, Stein Meppelerbroek. De Broek van Meppel. Stein. Met een korte broek – korte ei. Ja, dat kan ik wel even…
Meppelerbroek. Dat is de M van Meppelerbroek. De E van gelie. De P van de A. De P van in hebben. Er de P in hebben. Er de P van de A in hebben. E van gelie. De L van Lu – Fallussymbool. E van gelie. De R van de Vries. De Vries. Peter Rrrrrr de Vries. Broek. Meppelerbroek…
Precies. Stein. Omgekeerd niets. Als je niets omkeert krijg je Stein. En als je Stein omkeert, kan je een klap voor je harses krijgen, zei mijn vader al.

Freek doet de deur weer open

Vanaf zondag 19 maart 2006 doet hij vier dagen achtereen de deur weer open van het gerenoveerde Oude Luxor in Rotterdam. Bij enkele conferences refereert hij aan actuele kwesties die niet erg actueel meer zijn. Hij verontschuldigt zich met de mededeling dat hem gevraagd is deze voorstelling te spelen, maar dat hij eigenlijk geen programma heeft en daarom dingen doet die hij al maanden geleden bedacht.
De conferences en liedjes van Doet de deur weer open zijn identiek aan het repertoire van Doet de deur dicht, al zingt hij minder (alleen Imagine en Mijn vlakke land, de aanklacht tegen Filip Dewinter) en grapt hij in Rotterdam veelvuldig over kwesties die deze stad aan gaan. Zoals over veiligheid, parkeerbeleid en wijkproblematiek. En hij fileert weer eens een warrige publiciteitstekst, deze keer van de SDR: Servicedienst Rotterdam.
Helemaal nieuw is een column die hij op zaterdag 18 maart, een dag voor de start van Freek doet de deur weer open heeft voorgelezen op de Dam. Daar was een demonstratie tegen de arrestatie van 75 dissidente Cubanen die precies twee jaar eerder waren vastgezet door het regime. Zijn column gaat over de gearresteerde journalist Omar Moises Ruiz Hernandez, maar nog meer over Fidel Castro:

Ontrouwe hond. Je hebt de wereld het geloof in de revolutie ontnomen. Het vertrouwen van de mensen in een menselijk alternatief beschaamd. Je hebt onze idealen belachelijk gemaakt. Je bent geworden wie je bevochten hebt. Je naam kan gevoegd worden bij de grootste schoften der geschiedenis. Hoe machtig ben je als je de machtelozen gevangen zet?

De voorstellingen in het Oude Luxor worden heel goed bezocht, maar zijn niet uitverkocht. Daarom vraagt hij zich hardop af waarom er in Rotterdam eigenlijk een Nieuw Luxor is gebouwd, terwijl op deze avond blijkt dat het Oude Luxor al te veel plaatsen heeft..

 

De dienst van Freek

In augustus, twee dagen voordat hij begint aan zijn verkiezingsconference De Stemming 2006, leidt hij drie keer een theatrale kerkdienst. Titel: De Dienst van Freek, door hemzelf omschreven als een muzikale mis onder het motto Wat is ons nog heilig? Hij doet dat op uitnodiging van het Haagse jazzfestival PureJazzFest, dat hem als opdracht gaf zo’n mix te maken. De Nieuwe Kerk ligt op het festivalterrein en de organisatie wil de kerk daar graag bij inzetten. Zij vraagt de cabaretier om de invulling.

Freek de Jonge besluit in de voetsporen van zijn vader te treden. Hij is de voorganger in een liturgische dienst. Omdat hij zich de protestants-christelijke kerkdiensten herinnert als saai en taai, kiest hij voor een feestelijke samenkomst met weliswaar een klassieke opbouw – welkomstwoord, gebed, schriftlezingen, preek, geloofsbelijdenis, collecte, dankwoord -, maar zonder de strenge leer ervan. Zo valt er genoeg te lachen en gaat de dienst ook in de leer over geloofsgrenzen heen. Onder meer door ruimte in te lassen voor een katholiek intermezzo: Herman Finkers komt Gregoriaans zingen. En het koor zingt negro spirituals en met de bijdragen van de musici – leden van zijn eigen ‘band’, aangevuld met vier blazers – komt de muziek soms bijna bij jazz uit. Geheel in het kader van het festival dus. Freek de Jonge: ‘Het is de bedoeling dat de mensen de kerk swingend verlaten.’

De koorleden klingen hun belletjes en Freek de Jonge komt oplopen in Chinees gewaad. Hij spreekt zijn openingswoord:

Dit is geen plek voor ironie. Ironie is de hoogmoed van de twijfel. Ironie is het voorportaal van liefdeloze onthechting. Dit is de plek waar wij ons nederig mogen voelen, erkennen dat wij beperkingen hebben die ons dwingen naar vormen te zoeken om ons mens-zijn te manifesteren. Religie is een vorm. Een beeld is een vorm. Een metafoor is een vorm. Jazz is een vorm, ontstaan uit de blues die zijn wortels heeft in het lijden. Leven is lijden. God, wie zei dat ook alweer: leven is lijden? Boeddh A, Mohammed B of Jezus C? Ieder oordeel voor het laatste oordeel is een vooroordeel. Of zoals een groot eigentijds mysticus eens zei: ‘Ieder oordeel hep zijn nadeel’ Er zij kunstlicht!

Het gebed dat daarna volgt, kennen we (als Snackbargebed) uit De Tol. De schriftlezing handelt over het conflict tussen de Israëli en de Palestijnen. De preek is een Freekiaanse conference over Inzicht; de collecte is een visuele grappentrommel. De geloofsbelijdenis een taalkunstig spel rond het belijden van geloof:

Ik geloof dat alles al een keer gezegd is, maar dat niets verstaan zal worden. Ik geloof dat ik geloof in alles en dat ik niets zeker weet. Ik geloof dat ik geloof dat alles er altijd geweest is en dat alles er altijd zal zijn en dat niets tijdelijk is. Ik geloof dat ik geloof dat alles de oorzaak van ons lijden is en dat niets ervoor zorgt dat we in staat zijn te leven. Ik geloof dat ik geloof dat alles helpt om ons lijden te verzachten en dat niets te veel is. Ik geloof dat ik geloof dat alles steeds weer een vorm krijgt waar we tijdelijk vertrouwen in vinden en dat niets absoluut is, want in wat absoluut is, kan ik niet geloven. Daarom geloof ik in alles. Ik geloof dat als alles verketterd zal zijn en niets meer heilig is de mens geen toekomst meer heeft, omdat hij de enige is die alles kan openbaren. Ik geloof dat ik geloof in een wereld waarin iedereen in alles mag geloven wat ie wil en waar niets en niemand wordt uitgesloten, want wij leven voor de vorm en sterven voor de inhoud.

En de liedjes zijn ontroerend (het toepasselijke De stem van vader uit Dankzij de Dijken), getuigend (Denken, idem uit Dankzij de Dijken) en beschouwend (Wees niet bang, op de nieuwe muziek uit De Vergrijzing).

COULISSEN

Architect Piet Grossouw kocht het gebouw aan de Marnixstraat waar in de zomer van 1947 het De la Mar Theater begon. Hij noemde het naar Nap de la Mar, de overleden vader van zijn echtgenote: cabaretière-actrice Fien de la Mar. Die leidde het theater tot 1950 en trad er zelf ook veelvuldig op. Maar het theater kwam in geldnood, waarna Wim Sonneveld en anderen het theater in 1952 overnamen en het, tot woede van Fien de la Mar, herdoopten tot Nieuwe De la Mar. Sonneveld bleef tot aan zijn dood, maart 1974, bij het theater betrokken.
Landelijke bekendheid kreeg het theater in de jaren zestig en zeventig door de seriebespelingen van Sonneveld, maar ook door die van Wim Kan en de musicals van Annie M.G. Schmidt. Tot aan de sluiting, in december 2005, gold het als een van de spraakmakende theaters van Amsterdam. Toen sloot Freek de Jonge de deur en nam de Van den Ende Foundation het theater over. Architect Arno Meijs ontwierp een nieuw theatercomplex met 1500 stoelen. Het heet De la Mar en is in november 2010 officieel geopend.

Het Luxor Theater aan de Rotterdamse Kruiskade bestaat sinds december 1917. Het gebouw bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog ongeschonden bij het bombardement op Rotterdam. Daardoor konden er kort na de oorlog alweer voorstellingen gegeven worden. Het theater werd begin jaren zeventig grondig verbouwd, waarmee het theater zijn huidige vorm kreeg. Sinds 2001 beschikt Rotterdam over het Oude Luxor aan de Kruiskade en het Nieuwe Luxor op de Kop van Zuid.
Freek de Jonge gaf in september 1998 theatraal vorm aan de start van de bouw van het Nieuwe Luxor. En na een grondige renovatie heropende hij in maart 2006 het Oude Luxor.

De column over Omar Moises Ruiz Hernandez schreef Freek de Jonge voor de Dam-demonstratie op 18 maart 2005. Daar zijn behalve De Jonge ook andere gastsprekers aanwezig. Zij lezen op het podium voor tussen de tralies van een houten gevangenis. Onder hen: Max van den Berg, Boris Dittrich en René Appel.
De manifestatie is georganiseerd door onder meer Amnesty International, CNV, Pax Christi en de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ). Gelijktijdig vinden ook in andere Europese steden, waaronder Praag, Frankfurt en Bratislava, manifestaties plaats. De aanwezigen pleiten voor de vrijlating van 75 Cubaanse journalisten, mensenrechtenactivisten, vakbondsleden, schrijvers en leraren die op 18 maart 2003 tijdens een politionele actie gevangen zijn genomen. Onder hen dus ook Omar Moises Ruiz Hernandez. Anno 2011 is hij een van de ruim vijftig dissidenten die nog altijd vastzitten.

Komt u nog weleens in de kerk?
“Nee. Als kind zag ik op zondagmorgen het verkeer door de straat rijden en dacht ik: hoe kan dat nou? Die mensen horen in de kerk te zitten. Tegenwoordig zie ik elke zondag mensen braaf de kerk in gaan en denk ik: wat hebben ze daar in godsnaam te zoeken? Nou ja, ik snap wel wat ze er zoeken, maar ik vraag me af of ze het vinden.” (…)
Wat is het verschil tussen kerk en theater?
“In de kerk is geen plaats voor ironie. Ironie is hoogmoed, de kerk is een plaats van nederigheid. Juist de ironie heeft ervoor gezorgd dat de kerk leeg is geworden. De kerk is als vorm overleefd, daar moet je afscheid van nemen – en dat is verschrikkelijk moeilijk. Voor mij is de kerk een plaats waar we het overal over kunnen hebben. In het theater moet ik leuk zijn.” (…)
Wat kan de kerk van het theater leren?
“Theater is uit de kerk voortgekomen en heeft de kerk volledig overvleugeld. De kerk kan van het theater leren dat ze voorbij is. Tegelijkertijd kan de kerk een plaats blijven waar voor een enkeling grote vragen worden gesteld en beantwoord. Ik gebruik de kerkdienst als metafoor voor mijn boodschap.”
En die luidt?
“Dat het niet om de inhoud gaat maar om de vorm. Het ongeluk van de mens schuilt erin dat hij niet de juiste vorm weet te vinden. De inhoud is er, want alles is er altijd geweest en zal er altijd zijn. We ervaren vernieuwing als dat wat er al is een andere vorm aanneemt. We slagen er niet in om met de vorm die we nu hebben gelukkig te worden. We zijn gelukkig als we onszelf geen existentiële vragen stellen.”
En dat kan door te geloven?
“Geloof is een vorm om te voorkomen dat je jezelf zulke vragen stelt. Maar als je ergens in een dancing staat, waar tweehonderd beats per seconde in je oren tetteren, hoef je je ook geen existentiële vragen te stellen. Het ene is een geloof, het andere is een roes. Juist gelovige mensen zijn beperkt, omdat de vorm God een gepasseerd station is. Je kunt er wel aan vasthouden om nostalgische redenen, maar het heeft geen kracht meer om de inhoud tot zijn recht te laten komen. We roepen dat moslims een Verlichting nodig hebben, maar die hebben we zelf ook nodig. De hele samenleving is een kanker- en klaagmaatschappij geworden, en we begrijpen maar niet dat we zelf de oorzaak van het geklaag zijn.”
Hebben we iets heiligs nodig?
“Ik denk het wel. Maar alles wat heilig is, is gedoemd om ontheiligd te worden. Door ironie bijvoorbeeld.”
En wat komt ervoor in de plaats?
“De roes van het consumentisme. We denken dat veertien dagen aan het strand in Spanje liggen leven is”.’
(Interview Sytse Wilman voor Trouw, 17 augustus 2006)

‘Ik heb niets tegen Freek de Jonge en al helemaal niets tegen z’n zoektocht naar bezieling. Ik vond z’n herinnering aan z’n meegaan met zijn vader op zondagmiddag ontroerend. Als emeritus-predikant herinner ik mij ook dat mijn kinderen meegingen als ik uit preken ging… Maar ik ben geschokt door de IKON-leiding dat tijdens de kerstdagen wel Freek zijn dienst alle ruimte kreeg (meer dan een uur), maar dat er geen ruimte was voor een ordentelijke kerkdienst op kerstavond of kerstmorgen.’ (IKON-forum)

‘Ronduit schandalig dat deze omroep zo’n godlasterend optreden durft uit te zenden.
Dit is de naam IKON niet waardig en al helemaal niet het kruis dat jullie in je logo hebben opgenomen. (…) Dat Freek zich met hand en tand verzet tegen het christelijk geloof was allang helder. Maar op deze manier laat ie de haat er tegen wel heel direct zien. Niks geen verzachtende omstandigheden of mooie praat. Nee, de directe aanval op alles wat God lief heeft. Helaas past dit geheel in de stijl van de ontkerkelijking in de wereld en daarom doet het mij zoveel verdriet dat een omroep die zich laat inspireren door Het Evangelie (…) zo’n godlasterend programma uitzendt. (…) Gelukkig doet het voor mij geen afbreuk aan de werkelijke Kerstboodschap die ik deze dagen mocht ervaren. Een boodschap die ik een ieder van harte toewens.’ (IKON-forum)

‘Al eerder hebben we kennis kunnen maken met Freeks gedachten over geloven, God en Kerk. En gisteravond konden we vaststellen dat Freek wel prachtige one-liners heeft en soms tot heel aangrijpende gedachten en vormen kan komen (zoals in: wat geweld-dadig is het denken) maar dat het geheel bij hem inderdaad pure vorm is: een groot theaterego met heel veel woorden die uiteindelijk als het gaat om zijn gods-dienst niet verder komt dan het branden van vier kaarsjes aan tafel met de vrouw. Als deze show gewoon show had geweest, dan had ik als liefhebber van Freekiaanse onzin (en zin) er wel mee weggekomen. Maar niet in deze context. Niet in het speelveld van het Heil. Freek, laat dat nondeju aan je vader over, je kunt echt niet aan hem tippen.’ (IKON-forum)

‘Conclusies zijn als lucht. Een geloof in geloof? Een kerkdienst waar je meegenomen wordt in pijn, verwarring, hoop en verlangen en terug bij af! Knap gedaan, Freek. Maar daar zit je blijkbaar niet op te wachten? Waar wel op? Het lijkt wel of God een spel met je pijn, verwarring, hoop en verlangen speelt. En jij kunt Hem niet ontdekken. En je nam me mee. En ik vraag me af waarom “de mens” zichzelf blijkbaar zo in de weg staat om Levend Water te drinken! Probeer eens om “het” niet te doorgronden maar Hem te ontvangen.’ (IKON-forum)

‘Volgens mij heeft de uitzending niets met het christelijk geloof te maken. De vorm mag dan christelijk of kerkelijk zijn, maar dat geldt zeker niet voor de inhoud. En mijn mening is dat het in de eerste plaats om de inhoud gaat en niet om de vorm. Precies het omgekeerde van wat Freek dus beweerde. De Dienst van Freek was gewoon de neerslag van een persoonlijke zoektocht van Freek (…), waarbij hij als decor een kerk gebruikte. En het is volgens mij wel duidelijk dat Freek zijn geloof verloren heeft (dat zei hij ook in de uitzending) en dat je dus niet kunt spreken van een “alternatieve” kerkdienst. Dat kwam ook goed tot uiting in het begin van het programma toen hij de toon zette met de opmerking dat “God er even niet is”.’ (IKON-forum)

‘Beste Freek, Ik kan wel janken, helaas om twee redenen. De eerste van pure ontroering. Ik hoef jou niet uit te leggen waarom. Maar blijkbaar zijn er mensen die ondanks de helderheid van je betoog weer totaal geen idee hebben waar het om gaat. Dit was ook al het geval bij je verkiezingsconference van 2002. Dankzij deze mensen is de wereld zoals zij is. Mensen die alleen kijken naar de vorm, mensen die niet kunnen luisteren. Als jij met jouw uitleg deze mensen niet kan bereiken, dan maakt mij dat bang en kan ik wel janken dat wederom schoonheid niet wordt herkend. Wat betreft Schopenhauer, dat gaat te ver om het hier in dit forum over te hebben. Ik zou graag hierover het een en ander willen zeggen.’ (IKON-forum)

KRITIEKEN

Freek doet de deur dicht:
‘De spulletjes die op de piano staan uitgestald, kwamen op de eerste speelavond ook nog goed van pas om de NOS-filmploeg, die ongewenst tijdens de voorstelling opnamen stond te maken, mee te bekogelen. Freek, gehinderd door het felle licht uit de zaal, raakte helemaal uit balans: “Flikker op, de zaal uit. Ik meen het serieus.” Nadat de cameramensen waren afgedropen, had Freek moeite om het ritme weer te pakken te krijgen en vergat hij twintig minuten van zijn stof voor de pauze. Dat werd na de pauze hersteld, met onder meer een prachtig verhaal over een vakantie van de familie De Jonge in Zwitserland met Paul van Vliet en zijn geliefde. Ook liet Freek zich het buitenkansje niet ontlopen om Youp van ’t Hek, wiens huwelijk een deuk heeft opgelopen, flink op de korrel te nemen. In de voorstelling komt de geschiedenis van het theater maar zijdelings aan bod. Voor een historisch overzicht moeten we zijn bij het boek Doek! Nieuwe De la Mar 1947-2005 van Henk van Gelder, dat na afloop in de foyer (Freek: “Nee, niet op het podium, het podium is van mij”) werd gepresenteerd. Arie Cupé schreed als Fien de la Mar de trap af om haar lijflied Ik wil gelukkig zijn te zingen en het eerste exemplaar (…) aan Freek te overhandigen.’ (Patrick van den Hanenberg in de Volkskrant, 8 december 2005)

Freek doet de deur open:
‘In december sloot hij “de bonbonnière” van Fien de la Mar, tot en met woensdag heropent hij “de skischans” van Youp van ’t Hek. Freek de Jonge ontpopt zich als de spreekstalmeester van het Nederlands schouwburgwezen. “Het zal wel met mijn leeftijd te maken hebben”, lacht de 61-jarige cabaretier. (…) Freeks afscheidsshow in het Nieuwe de la Mar vormt de basis voor de vierdaagse in het Oude Luxor, met een Rotterdams sausje waarvoor de kleinkunstenaar enkele dagen Rotterdam verkende. Hij beaamt: Rotterdammers zijn een andersoortig publiek. Freek de Jonge: “Amsterdammers zijn snobistischer. Rotterdammers zijn directer in hun reacties. Ze lachen gauwer om grappen van dik hout. Nou, er worden in dit programma zeker een paar planken van dik hout gezaagd!”.’ (Trouw, 20 maart 2006)

De Dienst van Freek:
‘”Rituelen en symbolen kun je niet wegdoen. Doe je dat wel, dan breek je het huis af waar je in woont.” Aan het woord zijn een paar kartuizers in de drie uur durende documentairefilm De Grote Stilte van de Duitse cineast Philip Gröning, die in de herfst van 2006 in de Nederlandse bioscopen te zien was. Het was een van de zeldzame momenten dat ze met elkaar spraken. De kartuizers zijn monniken die een streng kluizenaarsleven leiden en het stilzwijgen houden, behalve tijdens de kerkdiensten en één gemeenschappelijke recreatiemiddag per week. Ze hadden het tijdens zo’n middag onder meer over de betekenis van het rituele handen wassen voor het eten in de refter. Duidelijk werd dat het afgezonderde leven van de kartuizers vol zit met rituele handelingen en gewoonten – ook tijdens hun privégebed – en dat ze die ervaren als de ruggengraat en de continuïteit van hun leven. Ze willen aan de gebruiken, rituelen en vormgeving van hun religieuze leven vasthouden, omdat die de weg zijn om dicht bij God te komen.
Vlak voor kerstmis 2006 werd op de Nederlandse tv De Dienst van Freek uitgezonden. De cabaretier Freek de Jonge schilderde in hilarische taferelen zijn loskomen van zijn vader – die predikant was – en diens geloof. Refrein in de voorstelling: geen enkele religie of godsdienstige uitdrukkingsvorm, ook niet het woordje “God”, is absoluut. De inhoud waar het in het leven uiteindelijk om gaat, daar moet je altijd naar op zoek. Meen je iets gevonden te hebben, maak er dan geen heilige koe van, want het heilige onttrekt zich altijd weer aan wat je erover zegt, zo luidde ongeveer De Jonge’s “negatieve theologie”.
Ik zet deze twee uiterste posities even bij elkaar, omdat ze volgens mij de piketpaaltjes zijn waarbinnen zich het gesprek afspeelt over wat onopgeefbaar is in religie en religieuze uitdrukkingsvormen of wat daarin juist noodzakelijke verandering behoeft. Aan de ene kant staan de mensen die niets willen veranderen in liturgie, geloofsleer, kerkorde, gedragsregels en bijbelinterpretatie, aan de andere kant zij die menen dat al deze dingen slechts tijdelijke en provisorische gereedschappen zijn om voor het moment het heilige uit te beelden en te beleven. In het licht van Reliflex is de tweede positie aantrekkelijker: liever Freek dan de kartuizers! Uit eerbied voor het onkenbare goddelijke moeten we geen enkel menselijk religieus eerbetoon vergoddelijken of daaraan eeuwigheidswaarde toekennen. Misschien moeten we enige angst overwinnen om deze “onthouding” te omarmen, maar er zit niets anders op. Beter dan dat we onze religiositeit identificeren met God.’ (Leo Oosterveen voor Reliflex-Reflectie, 5 februari 2007)

SPEELDATA

Freek doet de deur dicht

6 t/m 31 december 2005 in het Nieuwe De la Mar Theater, voorafgegaan door twee inspeelavonden in Zwolle (2 december) en Hardenberg (4 december).

Freek doet de deur open

19 t/m 22 maart 2006 in het Oude Luxor Theater

De Dienst van Freek

Drie uitvoeringen op zaterdagavond 19 augustus en zondagochtend en -middag 20 augustus 2006. De IKON-televisie zendt De Dienst van Freek op 26 december 2006 uit.

MUZIEK

De Dienst van Freek
Robert Jan Stips.

SPEL

De Dienst van Freek
Freek de Jonge met als gasten: Herman Finkers (zang) en koor De Nieuwe Liefde o.l.v. Joke Geraerts. Begeleiding: Robert Jan Stips (toetsen) met Leon Klaasse (drums) en Cok van Vuuren (gitaar), bijgestaan door Louk Boudestein (trombone), Rik Mol (trompet), André Pet (bastrombone) en Simon Rigter (tenorsax) en door Jan van Westenbrugge (kerkorgel) en zijn assistent Aad Overduin.

PUBLICATIES

Tekst

De conferences Bernmonument, Standbeeld en Paul van Vliet staan afgedrukt in De Toeschouwer (2006) met als bronvermelding Freek doet de deur dicht. Hoewel ze deel uitmaken van deze voorstelling is de bron in alle drie de gevallen Freek Kortgehouden. Dat geldt ook voor de conference Fabel en sprookje, die ook deel uitmaakt van Freek doet de deur dicht, maar in De Toeschouwer wel Kortgehouden als bronvermelding krijgt.
De column Fidel Castro staat afgedrukt in Cuba Rebelde, een special gewijd aan de mensenrechtenontwikkelingen in Cuba. Zowel Cubaanse als Nederlandse journalisten, vakbondsmensen en politici werkten eraan mee, onder wie Freek de Jonge, Jan Mulder, Raúl Rivero en Kees Schaepman: ‘Een Cuba-krant die in vrijheid werd geschreven en niet door de staat werd gecensureerd.; iets wat in Cuba onmogelijk is.’
De special was onder meer toegevoegd aan de Metro van die dag.
Geloofsbelijdenis, Schriftlezing en Preek staan afgedrukt in De Toeschouwer (2006).

Beeld

2DVD De Laatste Lach/De Dienst van Freek.
De Dienst van Freek is als extra dvd toegevoegd aan De Laatste Lach (2009).

Foto's