|
Freek de Jonge en de magie van het theater
Aan het begin van zijn carrière vormde Freek de Jonge samen
met Bram Vermeulen het duo Neerlands Hoop in Bange Dagen. Samen
veranderden ze het aangezicht van het Nederlandse cabaret voorgoed.
Daarna ging Freek solo en bleef zichzelf vernieuwen. Van een hechte
dramatische eenheid uit het begin van zijn solocarrière,
naar een veel speelsere opbouw daarna, inclusief enkele programmas
die louter uit muzikale nummers bestaan. In totaal is dit 32 jaar
theater waar maar één werkelijke rode draad
doorheen loopt: de lach. De grappen vormen iedere voorstelling opnieuw
de bouwstenen voor het dramatisch geheel. Ze zijn het fundament
voor Freeks parabels en andere verhalen. Dit alles met maar één
doel: het publiek in de spanningsboog van de avond vangen en tot
volledige overgave dwingen, zodat het wonder kan geschieden, het
wonder van de totale concentratie: het absoluut denken aan totaal
niets.
Freek de Jonge wordt op 30 augustus 1944 te Eenrum, gemeente Westernieland,
geboren. In zijn jonge jaren verhuist hij regelmatig: van Eenrum
naar Workum, van Workum naar Zaandam en van Zaandam naar Goes. In
al deze plaatsen moet hij als kind een nieuwe plaats veroveren.
Volgens de overlevering blijkt de humor daarbij een uitermate geschikt
middel. Op zijn elfde staat Freek voor het eerst op het podium.
Daar, op het toneel, voelt hij zich onmiddellijk thuis, wat niet
van de school gezegd kan worden. Freek kan zich moeilijk concentreren,
blijft regelmatig zitten en houdt zich voornamelijk bezig met het
treiteren van leraren. Uiteindelijk lukt het hem om in Goes de hbs
af te maken.
In 1965 vertrekt Freek naar Amsterdam om te gaan studeren. Hij
schrijft zich in voor de studie Culturele Antropologie, maar van
studeren komt niet veel. De Jonge besteedt zijn energie liever aan
optreden. De overstap van Culturele Antropologie naar Nederlands
verandert hier niets aan. Wel leert hij ondertussen bij het Amsterdamsch
Studenten Corps Jop Pannekoek kennen. Jop regelt regelmatig optredens
voor Freek en brengt hem in contact met Bram Vermeulen. Samen met
Johan Gertenbach vormen ze het trio Cabariolet. Een erg groots succes
zijn de voorstellingen van dit gezelschap niet. Voor het laatste
optreden van Cabriolet is zelfs zo weinig aandacht dat de voorstelling
wordt afgelast om de rest van de avond samen met het spaarzame publiek
in een café door te brengen. Uiteindelijk besluit Johan Gertenbach
meer tijd aan zijn studie te besteden en stopt met optreden. Bram
en Freek gaan vanaf dat moment als duo verder.
De doorbraak komt tijdens het Cameretten cabaretconcours te Delft.
Ze eindigen slechts als vijfde, maar de belangstelling van pers
en publiek is gewekt. Als gevolg hiervan kunnen ze steeds vaker
optreden en in de zomer van 1969 gaat hun eerste avondvullend programma
in première: Dutch Music & Comedy Show, Neerlands Hoop
in Bange Dagen.
Met deze voorstelling geven ze het Nederlandse cabaret een geheel
nieuwe impuls. De snelheid waarop Freek zijn grappen op het publiek
afvuurde is ongekend. Een pianist die zich niet beperkt tot het
begeleiden maar actief aan de voorstelling deelneemt, is ook nog
nooit vertoond. Bovendien laten Bram en Freek zich voor de liedjes
inspireren door de traditie van Rock & Roll, in plaats van de
Franse chanson. Het effect is overrompelend. Neerlands Hoop wordt
het boegbeeld van de linkse beweging in Nederland. Vooral ook omdat
ze duidelijk stelling nemen tegen vermeende misstanden in de maatschappij
en zich daarbij afzetten tegen al het amusement dat nietszeggend
is en de werkelijke problemen verdringt.
Het bekendste voorbeeld hiervan is de actie Bloed aan de
Paal in 1978. Het Nederlands elftal maakt zich klaar om deel
te nemen aan het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië.
Neerlands Hoop probeert dit te verhinderen vanwege het strenge dictatoriaal
regiem dat de macht in Argentinië in handen heeft. Er breekt
een brede maatschappelijke discussie los, maar het voetbal blijkt
groter dan Neerlands Hoop. Het Nederlands elftal reist toch af naar
Argentinië om daar de finale van het gastland te verliezen.
In 1979 komt er een einde aan de samenwerking tussen Bram en Freek.
De laatste voorstelling van Neerlands Hoop vindt plaats op 23 december
van dat jaar in de Stadsschouwburg van Haarlem.
In 1980 speelt Freek de Jonge in Carré zijn eerste solovoorstelling:
De Komiek. Was Neerlands Hoop een breuk met de cabarettraditie,
met De Komiek breekt hij dwars door de grenzen van het genre heen.
Freek zweert het losse-nummer-cabaret af en introduceert de zogenaamde
rode draad in zijn voorstellingen: een verhaal dat de
hele voorstelling doorloopt en waarnaar De Jonge iedere keer nadat
hij over een bepaald onderwerp is uitgeweid weer behendig weet terug
te keren. Daar komt bij dat hij die rode draad niet
zozeer vertelt, maar eerder speelt. De voorstellingen vanaf De Komiek
tot en met De Bedevaart (1985) kunnen dan ook misschien beter als
drama dan als cabaret omschreven worden. Tekenend hiervoor is dat
ze allemaal integraal in boekvorm zijn uitgegeven.
Vanaf De Pretentie (1987) worden de voorstellingen weer minder
hecht. De Jonge wil niet het gevoel krijgen dat hij gaat zichzelf
imiteert en slaat een nieuwe weg in. De rode draad is
meestal nog wel aanwezig, maar deze is niet langer het belangrijkste
gegeven binnen de voorstelling. Ze wordt een handige kapstok voor
uitweidingen in verhaal- of liedvorm, die zelf nauwelijks meer met
die rode draad in verband staan. Deze verhalen en liedjes
worden wel in boekvorm uitgegeven, maar nu als bloemlezingen waarin
ze geheel op zichzelf staan.
Niet alleen op het toneel zoekt De Jonge steeds naar nieuwe vormen,
ook daarbuiten verkent hij zijn mogelijkheden. Eerder maakte hij
al twee films De Illusionist (1983) en De Komediant (1986), nu begint
hij met het schrijven van romans. In interviews vergelijkt Freek
het maken van cabaret met snorkelen en het schrijven van romans
met diepzeeduiken. Zijn debuut, Zaansch Veem, verschijnt in 1987.
Later volgen Neerlands bloed (1991) en Opas wijsvinger (1993).
Verder duikt Freek ook op als televisiepresentator, is hij tijdelijk
te beluisteren op een 06-lijn en bereikt hij in de zomer van 1997
de eerste plaats in de Nederlandse hitparade met het nummer Leven
na de dood.
In 1999 gaat De Jonge weer een nieuwe uitdaging aan. Hij besluit
om in een jaar tijd tien voorstellingen te gaan maken onder de verzamelnaam
De Grens. In deze programmas laat Freek alle vormen van cabaret
die hij sinds 1968 heeft gemaakt, de revue passeren. Van conferences
gevuld met een kritische blik op onze maatschappij tot aan flauwekul
om de flauwekul. Van parabels vol mythische symboliek tot aan een
hedendaagse musical. Na tweeëndertig jaar blijkt Freek de Jonge
nog altijd bevangen door de magie van het theater, van de mogelijkheid
telkens opnieuw te kunnen beginnen. Daarbij wordt hij geholpen door
zijn vrouw, Hella de Jonge, en de muzikale duizendpoot Robert Jan
Stips. De eerste is al vanaf het begin van zijn solocarrière
voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het decor, licht
en kostuums. En verder wordt Freek de Jonge natuurlijk zijn hele
leven lang al voortgedreven door de enige echte onuitputtelijke
motor achter zijn gehele carrière: de lach.
Pascal Klaassen
|