1991 Neerlands Bloed

Neerlands Bloed, de tweede roman van Freek de Jonge, kent veel komische momenten. Bijvoorbeeld de scène waarin de vader van de hoofdpersoon samen met zijn zoontje naar een voetbalwedstrijd gaat kijken. De goede man is een onderwijzer van het trieste soort, eentje die geen orde kan houden en daar diep onder gebukt gaat. Wanneer hij tijdens de wedstrijd tegen de scheidsrechter roept dat deze strenger moet optreden, reageert een medesupporter met de opmerking dat hij dat nodig moet zeggen. De weken daarop slaan vader en zoon vervolgens maar een paar thuiswedstrijden over.
Freek de Jonge laat de lezers niet alleen lachen, hij bewijst met Neerlands bloed ook nog eens dat hij gerust Nederlands kampioen jongleren met woorden, ideeën en gedachten genoemd mag worden. Met een zeldzaam gemak speelt De Jonge met thema's als vrijheid, schizofrenie, heldenverering, de Nederlandse geschiedenis en de Nederlandse literatuur. Neerlands bloed mag derhalve gerust een pretentieus boek genoemd worden. De schrijver wil met dit boek zijn publiek niet alleen vermaken, maar het ook laten nadenken. Het is aan zijn talent te danken dat de lezer zich daar inderdaad toe laat verleiden.
De rode draad in de roman is de ontwikkeling van het hoofdpersonage van kind tot volwassene. Centraal in die ontwikkeling staat de vraag wie hij is: Wouter Pieterse (zoals hij officieel heet) of Kees de jongen (zoals zijn buurjongen hem ooit noemde)? De zoektocht naar zijn identiteit valt samen met een andere vraag: wat is vrijheid? 'Het Gat', in diverse vermommingen, speelt daarbij een belangrijke rol. Tegen het einde van de roman zal Mary-Kay, een meisje dat de hoofdpersoon in het eerste hoofdstuk ontmoet, hem de oplossing aanreiken: hij is Wouter én Kees. Gezien de thematiek van de roman is dat het meest zinnige antwoord. Desalniettemin zal het hoofdpersonage in deze bespreking voor de duidelijkheid alleen met zijn officiële naam, Wouter, worden aangeduid.

Eerste druk:1991
De Roje Hel b.v., Muiderberg
ISBN 9061694515

de boeken shop.