|
Goedgelovig
Misschien is de ontdekking dat Sinterklaas niet bestaat wel een
van de meest onderschatte jeugdtraumata. Het besef willens en wetens
te zijn voorgelogen heeft het kinderlijk vertrouwen in de ouders
voorgoed verstoord.
De erkenning ooit goedgelovig geweest te zijn impliceert dat het
kind nooit meer onbevangen iets voor waar zal aannemen. Want niets
is kwalijker in dit leven dan betrapt worden op je onschuld.
Het verband dat gelegd is tussen geloof en beloning voor goed gedrag
kan als het geloof onhoudbaar wordt alleen maar leiden tot onbeschaamd
materialisme.
Toch blijft er in ieder mens iets hangen van de ontroering die het
geloof teweeg gebracht heeft. En zolang hij daartoe in staat is,
zal hij blijven terugverlangen naar dat kinderlijke geloof.
Dat was de reden waarom wij het verhaal toch weer aan onze kinderen
doorgaven: de traditie levend houden.
Nu blijkt uit cijfers dat het geloof in de traditie ook aan het
afbrokkelen is. In minder dan twintig jaren is het geloof in de
Sinterklaastraditie met veertig procent afgenomen.
De historicus J. de Bas heeft in zijn boek Sinterklaas mag blijven
een aantal aanpassingen voorgesteld: Sinterklaas als vrouw, Gele,
Groene en Blauwe Pieten en cous-cous en baklava als strooigoed.
Goed bedoeld gelul.
Traditie is traditie omdat het traditie is en niet omdat het lijkt
op traditie. Je houdt je hart vast als ze ooit het kerstverhaal
gaan aanpakken. (Onbevlekt ontvangen is technisch mogelijk geworden!)
We zijn gedoemd ons heil te zoeken in sfeervol uitpakken. En dat
bedoel ik letterlijk. Het zo leuk mogelijk een geschenk uit een
mooi papiertje halen.
Wie de fantasie ontbreekt om te geloven, kan niet meer geloven in
de fantasie.
|
|