|
Hella voor Freek
De teksten bij de tentoonstelling:
Inleiding
Van de 35 jaar dat Freek de Jonge een voorname plek inneemt in
het Nederlandse theater, werkt hij al bijna 25 jaar samen met zijn
vrouw Hella. Het artistieke verbond dat zij sloten kwam tot stand,
nadat Freek de Jonge in 1979 plotseling brak met zijn Neerlands
Hoopcollega, Bram Vermeulen. De unieke samenwerking tussen Freek
en Hella is onderwerp van deze tentoonstelling. In de kleine zaal
wordt de manier waarop het echtpaar samenwerkt uiteengezet. In de
grote zaal trekken de producten van die samenwerking in vogelvlucht
voorbij. Omdat het een expositie in het Theatermuseum betreft, wordt
geen accent gelegd op de films en boeken van Freek de Jonge en het
beeldende werk van Hella de Jonge.
Kleine zaal
Freek de Jonge
Domineeszoon Freek de Jonge (Westernieland, 1944) had zijn roeping
al vroeg gevonden. Nadat hij ontdekte dat mensen om hem moesten
lachen, besloot hij dat zijn toekomst in het theater lag. Waar hij
maar kon beklom hij in zijn jeugd het podium met een Toon Hermans-imitatie,
of met uit het hoofd geleerde moppen uit het tijdschrift De Lach.
Zijn theaterambities namen vastere vormen aan nadat hij in zijn
studententijd door Jop Pannekoek werd voorgesteld aan Bram Vermeulen.
Bram en Freek besloten samen cabaret te gaan maken. Eerst nog vergezeld
door Johan Gertenbach onder de noemer Cabariolet en daarna als het
duo Neerlands Hoop in Bange Dagen.
Bram en Freek waren vastbesloten de beste cabaretiers van het land
te worden. Van dat idee kon zelfs de teleurstellende vijfde plaats
op het cabaretfestival Cameretten van 1968 ze niet afbrengen. Tot
en met 1979 liet Neerlands Hoop de theaters op hun grondvesten trillen
met harde grappen en luide muziek. Toen achtte Freek de Jonge de
tijd rijp voor een solocarrière.
Hella de Jonge
In de jeugd van Hella de Jonge (Den Haag, 1949), dochter van auteur
Eli Asser en Eva Asser Croiset, stond creativiteit voorop. Vanaf
haar achtste jaar speelde Hella viool en ze was zo vaardig met naald,
draad en breimachine dat ze op 16 jarige leeftijd al geld verdiende
door zelfgemaakte jurken te verkopen aan winkels in de Amsterdamse
PC Hooftstraat. Op haar zeventiende werd ze toegelaten op de Rietveld
Academie en na een basisjaar volgde ze de studierichting edelsmeden
en (een blauwe maandag) mode. Later zou ze daar nog een specialisatie
keramiek en de lerarenopleiding aan toevoegen.
Om haar studie te bekostigen, werkte Hella als professioneel danseres.
Maar haar werk bij de Snip & Snaprevue gaf ze uiteindelijk op
omdat ze het niet leuk vond om zelf in Tilburg te moeten optreden
als haar geliefde Freek in Groningen stond. Verder deed ze er alles
aan om zo zelfstandig mogelijk van hem te opereren. Na de Rietveldacademie
- en ook toen de kinderen geboren waren - is ze blijven werken.
Ze had korte tijd een winkeltje waar ze eigen sieraden verkocht,
ze gaf les en ze exposeerde de beelden (in keramiek en brons) die
ze maakte nadat ze het edelsmeden had afgezworen.
Muze en licht
Nadat Freek haar had gevraagd de aankleding voor zijn eerste soloshow
(De Komiek - 1980) te verzorgen, groeide de bemoeienis van Hella
al snel. Naast het ontwerpen en maken van kostuums ging ze ook -
vaak in nauw overleg met haar man - het toneelbeeld van de verschillende
producties van Freek bepalen. In 1983 trad ze voor het eerst wat
meer op de voorgrond door de cabaretier in het slotnummer van De
mythe op de viool te begeleiden, en vanaf Het damestasje (1986)
verzorgde Hella tevens het lichtplan en bediende ze het licht tijdens
de voorstellingen.
De vrouw die al muze, klankbord, organisator, violist, kostuum-
en decorontwerper was, werd door Freek vanaf dit moment ook liefkozend
'mijn licht' genoemd.
Het gewone bijzonder maken
Freek en Hella de Jonge beschouwden hun samenwerking van meet af
aan als een organisch proces, waarin de wederzijdse beïnvloeding
voorop stond. De ene keer leidde inhoud tot vorm en de andere keer
bepaalde vorm de inhoud. Zowel Freek als Hella bleken hun inspiratie
overal vandaan te halen. Op een rondreis door China verzamelden
ze bijvoorbeeld allerlei zaken die later een plek vonden in De tol
(1994). En zelfs het resultaat van een bezoek aan een winkel als
de Maxis was terug te zien in het theater. Freek vond in de winkelschappen
een ragebol, zette het op zijn hoofd, en daardoor kwam Hella op
het idee om in De volgende (1989) allerlei borstels te verwerken
tot hoofdtooien.
Het gewone bijzonder maken - zoals met de borstels gebeurde - werd
een belangrijk kenmerk in het toneelbeeld van Hella de Jonge. Zoals
een verhaal bij Freek net een andere wending neemt, zo geeft Hella
ook graag een twist aan de dingen. Een poezenmand is bij haar nooit
zomaar een poezenmand, een gieter wordt sterk vergroot en een sjoelbak
is zo gemanipuleerd dat de stenen niet glijden maar gelanceerd worden.
Inventief
Hoe groot het effect van het toneelbeeld ook is, in de voorstellingen
van Freek de Jonge krijgt het visuele aspect nooit het alleenrecht.
Hoofdzaak is niet dat decors en rekwisieten een mooi plaatje opleveren,
maar dat ze functioneel zijn en de inhoud ondersteunen. Daarbij
lijkt het een sport om decorstukken, rekwisieten en kostuums in
eenzelfde programma te hergebruiken en ze daardoor een andere betekenis
mee te geven. Door het inventieve gebruik van de Chinese kast in
De tol werd bijvoorbeeld eerst een orgel gesuggereerd, was het een
fractie later een dankbaar attribuut voor de goochelende Freek,
vormden de losse delen samen vervolgens een aantal trappen en school
er uiteindelijk een drum in.
Een levend object
Zowel Freek als Hella de Jonge werken het liefst op de vloer zelf.
De cabaretier legt de basis van zijn programma's weliswaar thuis
achter zijn bureau, maar hij probeert het bedachte altijd zo snel
mogelijk uit voor een publiek. Al improviserend en vaak met slechts
een paar steekwoorden op zak, bouwt hij aan zijn voorstelling. Hella
is zo visueel ingesteld dat ze zonder eerst uitgebreid te schetsen,
in haar atelier maakt wat ze in haar hoofd heeft.
In de loop der jaren is Hella op het toneel de kunst van het weglaten
steeds meer gaan toepassen en kreeg Freek de behoefte zich wat bescheidener
en strakker te kleden. Daarmee verviel de noodzaak dat Hella alle
kostuums zelf maakt. Toch drukt ze ook op de gekochte maatpakken
altijd een eigen accent door er versieringen op aan te brengen.
Freek blijft immers haar ‘levende object'.
Grote zaal
Het publiek op bezoek
Freek de Jonge stelde ooit dat vanaf het moment dat zijn vrouw
hem in het theater bijstaat, hij is opgehouden met optreden. Door
Hella aan zijn zijde ervaart Freek zijn shows niet langer als werk,
maar als iets huiselijks, waardoor het publiek als het ware op bezoek
komt. Dat de professionaliteit van de voorstelling hier niet onder
lijdt, is volgens Freek vooral te danken aan het perfecte gevoel
voor timing en de smaak van zijn vrouw. De timing en smaak van Hella
en de onuitputtelijke bron aan verhalen van Freek de Jonge, vormen
samen de basis van deze overzichtstentoonstelling. Hoogtepunten
van hun theaterverbintenis komen verdeeld over drie tijdsblokken
- I: van De komiek (1980) tot en met De volgende (1989), II: van
Losse nummers (1991) tot en met Papa-razzia (1997) en III: van De
grens (1998) tot en met De kneep (2003) - in chronologische volgorde
voorbij. Hierbij wordt zichtbaar hoezeer de inhoud van Freek en
de vorm van Hella elkaar al een kwart eeuw tot grote hoogte stuwen.
Artistieke ambities
Na twaalf jaar Neerlands Hoop besefte Freek de Jonge dat je als
idealistisch cabaretier weliswaar een groot publiek kunt bereiken
met je boodschap, maar dat de wereld daardoor niet verandert. Vooral
de actie ‘Bloed aan de paal', waarmee Bram Vermeulen en hij
in 1978 tevergeefs hadden geprobeerd de Nederlandse deelname aan
de wereldkampioenschappen voetbal in Argentinië te verhinderen,
had hem dit duidelijk gemaakt. Enigszins gedesillusioneerd doordat
de KNVB en de nationale voetbalhelden de door hun voorgestelde boycot
negeerden, besloot Freek zijn maatschappelijke ambities in de toekomst
in te ruilen voor meer artistieke. De samenwerking met Bram werd
beëindigd en die met Hella nam een aanvang.
Idealist
In de vele verhalen die de solist Freek de Jonge vanaf 1980 in
de theaters zou gaan vertellen, klonk de idealist nog steeds door,
maar die was wel wat realistischer geworden dan in de Neerlands
Hooptijd. Ongefundeerd denken dat hij het gelijk aan zijn kant had,
was er nog maar nauwelijks bij. Freek toonde zich genuanceerder
dan ooit door hoe langer hoe meer vraagtekens te zetten dan uitroeptekens.
Hij bleek af en toe zelfs bereid in het openbaar zijn mening te
herzien. Na in De kneep (2003) zijn onbegrip geuit te hebben over
de aanwezigheid van het Nederlandse leger in Irak, toog hij als
'man met een missie' in het voorjaar van 2004 naar Irak om de situatie
met eigen ogen te bekijken en op te treden voor de militairen. Wel
bleef Freek uiterst fel over een onderwerp als Argentinië,
getuige zijn kritiek op de verloving van kroonprins Willem-Alexander
met de dochter van Jorge Zorreguita (De gillende keukenmeid 2000).
Filosoof en clown
Vanaf De komiek (1980) werd ook de filosoof in het repertoire van
Freek de Jonge beter zichtbaar. In zijn liedjes, conferences en
monologen maakte hij het publiek deelgenoot van zijn zoektocht naar
hogere waarden en naar de resultaten van die expeditie. Het leidde
bijvoorbeeld tot verhalen over het verliezen van de onschuld (Sanne
in De komiek en De kleine zwervers in Stroman en trawanten - 1984),
een houten kistje met daarin een geheim (De openbaring - 1982),
een spin die een andere waarheid ontdekt dan zijn vader hem voorspiegelt
(De mythe 1983) en de dood van zijn drie maanden oude zoon (Losse
nummers).
Vanwege de sterkte van tegenstellingen, heeft Freek het intellect
nooit los willen zien van de domheid en de verheven gedachten niet
van banaliteiten en dubbelzinnigheden. De wijsgeer gaat dus hand
in hand met de clown. In dit laatste personage - een tragische figuur
(De mythe) of een onhandige man die niet leert van zijn fouten waardoor
zijn optreden in de meeste gevallen verre van vlekkeloos verloopt
(het hondennummer in Gemeen goed - 1997) - is Freeks voorliefde
voor circus, variété en Toon Hermans te ontdekken.
|