Draagmoeders

Een jaar na Zelfmoord voor de radio verschijnt er in 1992 opnieuw een dubbel-cd met radio-improvisaties en try-outs van Freek de Jonge, nu met de titel: Draagmoeders. De opnames werden 6 jaar eerder gemaakt, terwijl de radio-uitzendingen plaatsvonden in 1988 tijdens het vpro programma Het Pandemonium.

Hieronder een korte typering van elk van de improvisaties.

In de eerste improvisatie vertelt Freek de Jonge over een man met een damestasje: “Een van de merkwaardigste mannen die ik als kind vermoedde, was de man met het damestasje. Meneer Mevrouw zoals mijn moeder hem altijd noemde.” Deze Meneer Mevrouw vindt op een avond onderdak bij het gezin De Jonge. Hij blijkt zijn tasje door toedoen van kwajongens te zijn kwijtgeraakt. Freeks moeder brengt redding. Zij geeft aan Meneer Mevrouw haar eigen “zondagse tasje” af, bewerend dat het een afdankertje is.
Dialoog van een echtpaar gaat over het gebruik van de fantasie. “Als ik een auto had” verzucht de mannelijke helft van een echtpaar keer op keer, gevolgd door fantasieën over wat hij dan allemaal zou doen en oplossingen voor problemen die hij daarbij zou ondervinden. Zijn vrouw onderbreekt zijn gedachten steeds met opmerkingen die duidelijk meer op de realiteit gestoeld zijn.
Dat het schrijven van een stukje niet moeilijk is, bewijst De Jonge in Drie stukjes schrijven. Aan de hand van drie onderwerpen (vrouwen in Alaska, De Derde Wereld en Het weer) associeert hij er uitbundig op los. Zo belandt hij in meerdere terzijdes waaruit hij zich dankzij zijn manipulatief talent telkens weer weet te redden.
Scenario van een kerstvertelling heet de vierde improvisatie. Dit scenario vertelt het verhaal van een dementerende vrouw in een bejaardentehuis. De Jonge is tijdens het vertellen echter vooral bezig om aan de radioluisteraars de bijbehorende regieaanwijzingen uit te leggen. Deze uitweidingen monden weer uit in nieuwe uitweidingen, wat erg komisch is.
In Draagmoeders zoekt Freek een vrouw voor zijn kind. Hij wil graag vader worden van een 100-meterlopertje. Als hij een vrouw vindt met goed functionerende eierstokken, raakt deze zwanger van een tweeling. Dit is het begin van vele problemen. De conference eindigt met een pleidooi voor actieve geweldloosheid.
De hoofdrol in een Drents Sprookje is weggelegd voor een reus die eens in de genoemde provincie leefde. Hij leidde daar een rustig bestaan, totdat hij werd benoemd als suppoost van het Rijksmuseum te Amsterdam. Daar moet hij toezicht houden op twee Oosterse vazen. Dit gaat lange goed totdat een nieuwsgierige Japanse toerist voor problemen zorgt.
Coma is een verhaal verteld door Arend Nierenveld wiens vader in comateuze toestand verkeerd. Hij probeert met zijn gedachten die van zijn vader te begrijpen. Zijn vader was onderwijzer. Toen deze in oorlog getuige was hoe twee soldaten een kind uit zijn klas meenamen, greep hij niet in. In plaats daarvan terroriseerde hij na de oorlog zijn eigen gezin.
“Gekken oordelen niet” beweert De Jonge in de laatste improvisatie Kerstverhaal. Dit in een inleiding op het eigenlijke verhaal van een landheer die zijn onderdanen een tijdlang toestemming geeft om met zijn landgoed te doen wat ze willen. Hij geeft ze alleen wat eenvoudige regels mee waaraan men zich dient te houden. De onderdanen houden zich niet aan zijn regels, maar beginnen elkaar wel te beoordelen. Ze verdelen zich in “de goeden” en “de kwaden”. Dit uit angst voor het mogelijke oordeel van de landheer bij zijn terugkomst. Maar wanneer deze terugkeert, vertelt hij zijn onderdanen dat er geen oordeel is. De tweedeling is voor niets geweest

Pascal Klaassen