|
Zelfmoord voor de radio
Op de dubbel-cd Zelfmoord voor de radio staan negen try-outs en
radio-improvisaties uit 1980 en 1981. Deze improvisaties zijn indertijd
opgenomen en in 1985 uitgezonden door de VPRO in het radioprogramma
Het Evenement. In 1991 zijn ze op cd uitgebracht. De meeste van
deze conferences zijn na de opnames onderdeel geworden van De Jonges
reguliere theatervoorstellingen, in het bijzonder van De Komiek
(1980) en De Tragiek (1981).
Omdat iedere improvisatie op zichzelf staat, geef ik van elk hieronder
een korte typering.
De cd opent met de improvisatie Gek. Ik ben niet helemaal
goed, gek eigenlijk horen we De Jonge zeggen. Niet omdat
ik op zoek was naar het hogere, maar omdat anderen mij dit probeerden
te beletten. Vervolgens gunt De Jonge ons een kijkje in een
wereld die nogal afwijkt van wat meestal als normaal
omschreven wordt, maar die zeker zijn eigen logica kent.
In Brief leest Freek een brief van een trouwe fan voor. Deze heeft
wat grappen op papier gezet. Erg leuk zijn die grappen niet, De
Jonges commentaar erop wel.
Waar worden de mensen het meest belazerd, in de kerk of in
Disneyland? Deze vraag stelt Freek zijn publiek aan het begin
van de improvisatie Disneyland. Hierna volgt een hilarisch verslag
van een dagje pretpark, waarbij er diverse neefjes verdwijnen, de
achtbaan veel weg heeft van een zes en de goochelaar door zijn eigen
act wordt aangevallen.
In Vader probeert De Jonge zijn vader in een socialistisch bejaardentehuis
te krijgen. Dit blijkt niet zo eenvoudig, want als het op
een plaats in het bejaardentehuis aankomt, lijkt iedereen socialist
te zijn geweest. Het is daarom misschien een aardige suggestie
om alsnog een nsb-bejaardentehuis op te richten.
Snijbrandertje bestaat eigenlijk uit twee anekdotes, beide spelend
in Amerika. De eerste heeft de kust van Florida als locatie. Daar
zorgt de vermeende aanwezigheid van het snijbrandertje voor een
goed excuus om handtastelijk te worden. De tweede anekdote verhaalt
over de dag dat De Jonge samen met andere toeristen zit te wachten
op het moment dat er een groep vleermuizen uit een grot komt vliegen.
In Zelfmoord voor de radio besluit De Jonge zelfmoord te plegen
tijdens een radio-uitzending. Want alles is al eens gedaan, behalve
dat. Wat volgt is een parodie op de poging om het taboe rond zelfmoord
te verbreken.
De zevende improvisatie heeft als titel: Hoe ik herinnerd wil worden.
De Jonges zoektocht naar het antwoord lijkt erg persoonlijk en je
vergeet bijna dat het theater is. Zijn uiteindelijk antwoord komt
ongetwijfeld dan ook recht uit zijn hart: Als iemand die bezorgd
is over het lot van de mensheid.
There must be some way out of here
zo heet de songtekst van
Bob Dylan die Freek voorleest in de gelijknamige improvisatie. Het
gedicht wordt voorafgegaan door een lange inleiding, waarin De Jonge
aangeeft nu eens niet grappig te willen zijn. Na de songtekst volgt
een associatief verhaal dat bij de eerste keer luisteren nogal warrig
overkomt, maar sterk beeldend is.
De dubbel-cd wordt afgesloten met het verhaal Een koning kan niet
slapen. Uit alle hoeken van het land worden vertellers ontbonden
om een poging te wagen de koning toch in slaap te krijgen. Geen
der vertellers heeft succes en hun straf is telkens dezelfde: een
genadige dood. Pas wanneer een toevallig aanwezige loodgieter het
verhaal vertelt over de koning die de slaap niet kon vatten, slaapt
de koning in.
Op de cd-cover van Zelfmoord voor de radio staan de improvisaties
omschreven als het meest pure theater dat Freek de Jonge ooit maakte.
Wanneer ik de cds nu beluister vraag ik me af of dit wel een
juiste omschrijving is. Naar mijn mening missen de stukken nogal
wat van de dynamiek van de theatervoorstellingen. Wel zorgt het
kleine aantal toeschouwers voor een intieme sfeer. Bovendien is
het leuk de improvisaties en try-outs te vergelijken met de uiteindelijke
conferences in De Jonges reguliere theatervoorstellingen.
Pascal Klaassen
|
|