De Komiek

Van 1968 tot en met 1979 vormde Freek de Jonge samen met Bram Vermeulen het cabaretduo Neerlands Hoop in Bange Dagen. Met hun aandacht voor popmuziek en de snelheid en scherpte van hun teksten gaven zij het vaderlands cabaret een nieuwe impuls. Wanneer Freek de Jonge in 1980 zijn eerste solovoorstelling, De Komiek, op de planken brengt, gaat hij nog een stapje verder. Hij breekt dan dwars door de grenzen van het genre heen. Zowel toeschouwers als recensenten vragen zich na het zien van De Komiek af: 'Was dit cabaret of toneel?' De Jonge zelf geeft De Komiek de ondertitel 'spel in vier bedrijven' mee, hetgeen nog maar eens bewijst hoever hij met deze voorstelling richting toneel is opgeschoven.
 
De Komiek kent drie rollen: de Komiek, de Vader (beide gespeeld door Freek de Jonge) en Sanne, het doofstomme broertje van de Komiek (gespeeld door Orlow Seunke). De centrale vraag binnen de voorstelling is: hoever gaat de Komiek om zijn publiek te behagen? Dat blijkt heel ver te zijn. We zien hoe hij schaamteloos zijn doofstomme broertje en zijn bijna dode vader gebruikt om een lach bij het publiek los te krijgen. Een daarbij steeds terugkerende zin is: 'Dat is niet leuk bedoeld, maar mooi meegenomen.' Iedere lach is voor de Komiek een bevestiging van zijn rol.
De Vader keurt de wijze waarop zijn zoon het publiek probeert te behagen af. Zijn opmerking 'wat het publiek wil dat hebben we tijdens de oorlog wel gezien', is in dit verband veelzeggend.
Nadat de Vader is overleden, rijdt Sanne de kar met het dode lichaam van de Vader naar voren. Voorheen negeerde de Komiek zijn broertje wanneer die hem op de toestand van zijn vader probeerde te wijzen, maar nu kan hij niet meer om de werkelijkheid heen. Aangedaan loopt de Komiek over het podium en hij legt, terwijl hij mondharmonica probeert te spelen, snikkend zijn hoofd op de borst van zijn vader.
Dan klinkt de internationale variété-tune en de Komiek ondergaat een metamorfose. Van een Komiek verandert hij in een Clown. Het publiek móet lachen, zijn eigen gevoelens worden weggedrukt. Er volgt een ware slapstick-act, die eindigt op het moment dat Sanne voor het eerst spreekt. 'Hij was onschuldig', is zijn antwoord op de vraag: 'Sanne, geloof jij dat het vaders schuld was dat moeder is doodgebloed toen jij geboren bent?'
De Komiek lijkt zich hierdoor pas echt bewust van zijn eigen vakverdwazing. Hij neemt even pauze, even geen grappen. In plaats daarvan begin hij een geweldige tirade tegen de maatschappij. Het alsof de opgekropte woede van jaren er ineens uitkomt. Vooral de journalistiek moet het ontgelden, maar ook de 'massa' krijgt ervan langs vanwege haar domme materialisme en haar roep om marginale verbeteringen, in plaats van daadwerkelijke veranderingen na te streven: 'Want ook zij hebben een auto voor de deur en een deur voor de auto. En de waarheid kan niet groter zijn dan het verstand waar ie doorheen moet.'
De Komiek lijkt steeds radicaler te worden, maar begrijpt op tijd dat dit niet de juiste weg is. In plaats van nog langer tegen de maatschappij tekeer te gaan, gaat hij op zoek naar zichzelf en naar zijn basis. Hij zegt een gebed op aan onze vaders (het Onze Vader, maar dan in het meervoud). Hiermee maakt de Komiek zich min of meer los van het verwachtingspatroon dat het publiek van hem heeft, want God is voor hen taboe. Hij vraagt zich niet langer af wat willen zij horen, maar veeleer wat hijzelf wil zeggen of desnoods: waarover hij wil zwijgen.
Tot slot vertelt hij de parabel van de tien miljard pingpongballetjes. In een van de balletjes zit de oplossing van het levensvraagstuk. Terwijl alle wijze mannen uit China zo efficiënt mogelijk de balletjes onderzoeken, komt er een gek binnenlopen, die een balletje oppakt en het laat vallen. Het balletje stuitert en de wijzen kijken en zeggen: 'Héééé, goohhhh, tjeeeeee!!!!!!', wat Chinees schijnt te zijn voor: 'Het woord is vlees geworden zei de vegetariër en hield zijn mond.'

Hiermee is De Komiek ten einde. Het bovenstaande is in het kort het verhaal van de voorstelling. Het geheel zou je kunnen samenvatten in de woorden van de Komiek zelf: 'Het valt niet altijd mee de leukste te zijn!' Toch lijkt het alsof 'de leukste zijn' Freek de Jonge zelf verbazingwekkend makkelijk afgaat. De vraag is dan ook in hoeverre hij op de Komiek uit de voorstelling lijkt.
Het antwoord is tweeledig. Van de ene kant mag je deze twee zeer zeker niet door elkaar halen. De Komiek is en blijft een verzonnen personage. Van de andere kant heeft De Jonge in interviews verklaard dat de voorstelling voor hem ook een soort van therapie was, bedoeld om zijn eigen plaats te bepalen.
Mocht er nog twijfel over hebben bestaan, na De Komiek kon definitief gezegd worden dat De Jonge tot de belangrijkste theatermakers van deze eeuw behoort, getuige ook de volgende lovende woorden in het NRC-Handelsblad: 'De Komiek is een fantastische voorstelling, haast klassiek van dramatische opbouw, en vol geniale waanzin. Het is een voorstelling, zo intelligent, boosaardig humoristisch en toch gevoelig, dat de hele vaderlandse showbiss, het cabaret en driekwart van het toneel dat hier gemaakt wordt wel kan inpakken.'

(door Pascal Klaassen)