De Openbaring

In de scriptie De Estafette, een zoektocht naar de eindstreep van Freek de Jonge, schetst Dominique Engers de geschiedenis van de Nederlandse oudejaarsconference. Te lezen valt hoe Wim Kan op 31 december 1956 zijn eerste oudejaarsconference hield. Hij stond hiermee aan het begin van een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt. In de jaren zeventig maakte Freek de Jonge al een conference voor de radio, in 1982 besluit hij het ook eens voor de t.v. te proberen. Rond de uitzending ontstond de nodige deining omdat Wim Kan op het andere net zijn oudejaarsconference hield. Men was bang dat de twee elkaar zouden overlappen. De Jonge verzette hierop het tijdstip van zijn optreden, omdat hij het Nederlands volk Wim Kan niet wilde onthouden.
Ondanks dat de twee cabaretiers niet van een wedstrijd wilden spreken, beschouwde de pers de twee optredens alsof het een Nederland - België betrof. Later zou men Freek de Jonge als winnaar uitroepen. Overigens vond Wim Kan zelf ook dat zijn programma dat jaar beneden zijn niveau was gebleven.

De Jonge gaf zijn conference de naam De Openbaring mee. Het is zijn vierde solovoorstelling en het verschil met de vorige drie is opmerkelijk. Hijzelf had dit van tevoren al aangekondigd. In zijn voorstellingen zoekt hij altijd het spanningsveld met het publiek op. Normaal ligt dat in het theater zelf, maar omdat de oudejaarsconference rechtstreeks wordt uitgezonden is het publiek veel diverser. Het grootste gedeelte zit niet in het theater, maar in de huiskamer, waar men in de vorm van oliebollen en familie veel meer afleiding heeft. De Openbaring kent dan ook een andere structuur dan De Jonges eerdere solovoorstellingen. Geen hoofdverhaal met terzijdes, maar een uitermate humoristische aaneenschakeling van verhaaltjes, gedichtjes en liedjes. Door de steeds terugkerende opmerking 'Gulden in de pot voor Polen' komt het programma toch als een afgerond geheel over.

Omdat zijn moeder bang is dat hij niet in de hemel komt, heeft De Jonge zich voorgenomen geen vervelende opmerkingen over God of het koningshuis te maken. Het is echter lastig om zowel je moeder als een links-alternatief publiek te vermaken en De Jonge kan het toch niet laten enige opmerkingen te plaatsen. Om zijn schuld af te kopen besluit hij een giro voor Polen uit te schrijven.
Verder moet de Flevohof het ontgelden: 'Ik stond gelijk in de file. Voor me auto's. Links grazende koeien. Achter me auto's. Rechts grazende koeien. Kom ik eindelijk in de Flevohof aan, wat zie ik: grazende koeien.'
Erg leuk zijn de verwijzingen naar de oudejaarsconferences van Wim Kan. Bekend is dat hij op het podium altijd grote vellen papier neerlegde waarop zijn conference in trefwoorden stond weergegeven. De Jonge zegt op een gegeven moment: 'Nou tot hier wist ik het uit mijn hoofd'. Hij loopt dan naar achter waar een flapover staat en scheurt daar een vel papier af. Op het nu zichtbare vel staat een hele rij trefwoorden, waarvan De Jonge de meeste al behandeld heeft: 'Ja, je denkt toch niet dat ik de hele avond met die borden voor me kop ga zitten.'

De Jonge scheurt nog een paar vellen van de flapover af, tot er op een gegeven moment 31 december 1982 komt te staan. Dan begint hij het sprookje over het kistje te vertellen.
Dit sprookje is een ode aan het geheim van het leven. De hoofdpersoon, Prana, heeft een kistje waarin een geheim zou zitten. Dit kistje is alles voor hem. Het is niet alleen zijn bron van meditatie, het voorziet hem tevens van zijn dagelijks brood. Wanneer een politicus het kistje onder groots machtsvertoon heeft geopend, blijkt het leeg te zijn. Wat eerst nog alles voor Prana was, blijkt nu ineens niets te zijn, zonder dat er buiten of binnen het kistje iets is veranderd. Prana realiseert zich dat alles gelijk is aan niets en niets gelijk aan alles.
Wellicht doet de mens er goed aan niet alle geheimen te willen ontrafelen, want meestal blijft er dan niet veel over. Eerder zouden we ons door het geheim moeten laten inspireren. Zo doet ook Prana, eerst met het geheim van het kistje, later met het grootste geheim dat er is: het leven. Wanneer hij de vrouw opbelt die eerder met hem wou trouwen, vertelt ze hem dat zij ook een kistje heeft. Samen krijgen ze een kind.
Wanneer het kind tien jaar oud is, vraagt het Prana wat er in het kistje zit. 'Alles of niets', mompelt Prana en hij haalt er het volgende gedicht uit:

Alles is gedaan
niets helpt
doe niets

Overal komt narigheid van
nergens is vrede
wees nergens

Iedereen heeft haast
iedereen is ontevreden
niemand heeft tijd
niemand is gelukkig

wees niemand

Met deze boodschap eindigt De Jonge zijn oudejaarsconference. Het aardige van het sprookje is dat erin niet alleen gezegd wordt dat alles niets is en niets alles, maar dat je dit sprookje zelf ook zo op kunt vatten. Je kunt het zien als een parabel waarin een diepere wijsheid ligt verborgen, maar evengoed als niets meer dan een aardig verhaaltje.

De Openbaring is een luchtige voorstelling en mag gezien de reacties na afloop gerust geslaagd genoemd worden. De voorstelling is daarmee de start van een nieuwe traditie. In 1984, 1985, 1988, 1992, 1996 en 1997 zal De Jonge wederom degene zijn die het Nederlandse volk met zijn oudejaarsconference richting het nieuwe jaar loodst. De Jonge toont dat hij een waardige opvolger van Wim Kan is, al heeft hij natuurlijk een geheel eigen stijl.

(door Pascal Klaassen)