Stroman en trawanten

In de herfst van 1983 verscheen Freek de Jonges eerste speelfilm: De Illusionist. Deze film werd tijdens de Nederlandse Filmdagen van 1984 niet alleen uitgeroepen tot de beste Nederlandse film, maar mocht tevens de persprijs van de Nederlandse filmcritici in ontvangst nemen. De muziek van De Illusionist, een film waarin niet gesproken wordt, werd verzorgd door het Willem Breuker Kollektief. Een samenwerking die goed moet zijn bevallen, aangezien ze daarna besluiten samen een theatervoorstelling te maken. Dit programma krijgt de naam Stroman en Trawanten en wordt van februari tot en met juni 1984 gespeeld. De muziek vormt een belangrijk onderdeel van Stroman en Trawanten. Ze is, nog meer dan in De Jonges solovoorstellingen, met het verhaal verweven. Het geheel kan dan ook het beste omschreven worden als 'totaaltheater', al is dat een wat belegen uitdrukking. De Jonge speelt Stroman, een jongen die telkens om een boodschap wordt gestuurd, maar die boodschap de hele tijd weer vergeet. Het begint op de dag dat zijn moeder hem opdraagt 'een half volkoren en twee ons kaas aan een stukje' te halen. Hij krijgt geld mee en slentert langs etalages, dromend van wat hij van het geld in zijn zakken allemaal wel niet kan kopen. Zo vergeet hij het doel van zijn missie en durft niet meer naar huis. Stroman besluit te gaan zwerven. Hij sluit zich aan bij de 'kleine zwervers' die op dat moment de kunst, de politiek en de liefde uit de beslotenheid naar de straat aan het halen zijn. Hierna komt hij terecht bij de Knikkerkoning en wordt een junkie. Het is dankzij de hulp van een evangelist dat het Stroman lukt om af te kicken. Dezelfde evangelist stuurt hem vervolgens voor zendingswerk naar Afrika:

Ja, broeder en zusters
Dan is het nu zover dat wij één der onzen
in dit geval broeder Stroman
mogen uitzenden
om ons mooie zendingswerk in Afrika voort te zetten
En als ik zeg voortzetten
zie ik mijzelf nog als één der eerste zendelingen
naar Afrika vertrekken
toen daar nog helemaal niets was
nog geen honger nog geen ziekte nog geen ellende
En ik heb als eerste de syfilis in Afrika mogen introduceren
en kort daarop die mooie aktie
voor de penicilline mogen opstarten
en nu gaat broeder Stroman
alweer als eerste hulp
First Aids naar Afrika brengen

Ja, broeders en zusters
toen ik daar in dat deel van de wereld kwam
waar het zo bloedje heet kan zijn
vonden wij daar die grote hoeveelheden goud
en wij moesten de plaatselijke bevolking
er snel van overtuigen dat het hem niet in de materie zat
Goud laat u dat er maar uit
en dan hou je over waar het om gaat
en om ze niet in verzoeking te brengen
hebben wij toen aangeboden
al dat goud gratis voor ze weg te brengen naar Europa
en niet alleen het goud
ook het ivoor de diamanten
alleen de olie is in handen
van een concurrerende godsdienst gevallen


In Afrika belandt Stroman al snel in een kookpot. Hieruit wordt hij door Belgische huurlingen bevrijd. Dan vertrekt hij naar Casablanca om tegen de vrouw van een van de huurlingen te zeggen: "Vergeet het maar!" In deze stad zet Stroman ergens een handtekening onder en hij blijkt voor zestien jaar aan het vreemdelingenlegioen verbonden te zijn. Hij krijgt een baan als koerier en moet een belangrijke boodschap naar de president van de Verenigde Staten brengen. Daar weet Stroman, na een kleine marteling, zijn oorspronkelijke boodschap weer: "Een half volkoren en twee ons kaas aan een stukje."

De Amerikaanse legerleiding is maandenlang bezig deze boodschap te decoderen. Stroman vertrouwt de uitkomst echter niet en vreest dat ze, hoe dan ook, tot plaatsing van kruisraketten zullen overgaan. Hij besluit naar zijn vaderland terug te keren, om zijn oude vrienden te mobiliseren.
Thuis blijkt alles veranderd. Ooit bracht men de kunst op straat, maar wat er nu nog van rest, is zouteloze borrelpraat als: 'Mevrouw, als ik een rooie streep zet, dan gaat het om wat ik weglaat, begrijpt u wel?' Men bracht de politiek op straat, maar Stroman ziet nu slechts zoutloze borrelnootjes op de televisie. Men bracht de liefde op straat, maar is de pil en abortus in het ziekenfonds en een kapotjesautomaat op het toilet nu een vertaling van: Iedereen houdt van elkaar? Stroman vraagt zich af waar de kleine zwervers, waartoe hij ooit behoorde, zijn gebleven.
Deze vraag brengt ons bij de kern van Stroman en Trawanten. De voorstelling gaat over de teleurstelling van Freek de Jonge en Willem Breuker in de mensen waarmee ze vroeger, in hun strijd voor een betere wereld, optrokken. Daarnaast is het programma een direct commentaar op de politieke ontwikkelingen van dat moment: de opkomst van extreem-rechts in Nederland. De wereld is niet geworden wat men ervan verwachtte en dat blijkt een grote desillusie.
Blijft over de vraag: Wiens schuld is dit? Stroman zoekt naar een antwoord op deze vraag. In eerste instantie komt hij bij zijn moeder terecht, opgelucht dat hij de schuld niet bij zichzelf hoeft te zoeken. Maar ook bij haar kan hij zijn schuld niet kwijt. Vertwijfeld blijft Stroman op het podium achter met de vraag: Waar laat ik mijn schuld?
Dan betrekt De Jonge het publiek erbij. Ze mogen kiezen of het goed of slecht dient af te lopen. Hij geeft één hint: Als het slecht afloopt is het leuker:

Welnu,
Wie van u wil dat het goed afloopt?

(niemand uit het publiek reageert)
Is het niet treurig
Bent u nu die elite
die het goede met de wereld voorheeft?
Eén hint dat het leuker is
als het slecht afloopt
en u pakt hem met beide handen aan
Misschien als straks de bom valt
dat dat ook nog wel best leuk om te lachen is
om je buurman als een brandende fakkel over straat te zien rennen
Kijk daar heb je buurman
die had het altijd zo koud

(...)

Laat ik het anders stellen
Wie van u wil dat het slecht afloopt?
Weer niemand
Zo ziet u maar
Democratie is een handigheidje
Een kwestie van hoe je de vraag stelt

(...)

U ziet er valt niet zoveel te kiezen
Je mag als mens je handjes dichtknijpen
als er na een heldhaftig bestaan
een straat in Leiden naar je genoemd wordt


De avond wordt beëindigd met een gedicht waarvan de moraal luidt dat je doodsangst niet je leven moet laten bepalen. Eenzelfde boodschap die ook in De Jonges solovoorstellingen sterk naar voren komt, bijvoorbeeld in De Komiek (1980), waar hij zingt: 'Mens durf te sterven'. Toch is Stroman en Trawanten nogal verschillend van De Jonges andere voorstellingen. Niet alleen vanwege de grote ruimte die de muziek krijgt, maar ook door de grote aandacht voor de directe maatschappelijke realiteit. In Stroman en Trawanten gebruikt Freek de Jonge de lach om het publiek duidelijk te maken dat men moet blijven opletten als het gaat om de richting waarin de maatschappij zich aan het bewegen is.

(door Pascal Klaassen)