|
De Bedevaart
Na De Bedevaart (1985) besluit Freek de Jonge voorlopig met theater
te stoppen. Hij houdt op 31 december 1985 nog wel een oudejaarsconference,
maar daarna zal hij tot december 1987 niet meer met een reguliere
voorstelling in de theaters te zien zijn. Wie De Bedevaart gezien
heeft, zal zich over deze beslissing niet verbaasd hebben. Meer
dan eens is over deze voorstelling geschreven dat het om een artistieke
zelfmoord zou gaan. De grappen die De Jonge maakt zijn hard en direct
tegen het publiek, zijn materiaal en zichzelf gericht. De centrale
vraag binnen de voorstelling luidt: Wat doet de mens met zijn talent
en wat doet zijn talent met de mens?
Zoals van alle voorstellingen tot dan toe is ook van De Bedevaart
de integrale tekst in boekvorm verschenen. Uit de inhoudsopgave
valt op te maken hoe De Bedevaart is opgebouwd. De rode draad is
'Het verhaal van de Eerste Eenwording'. Dit verhaal wordt onderbroken
door de verhalen over de Tweede, Derde en Vierde Eenwording, die
aan één stuk worden verteld. Tussen al die verhalen
door zijn de passages geweven die ik hier onder de noemer 'De Komiek
laat wat Grappen los' wil plaatsen. In deze passages zien we hoe
De Jonge werkt aan de oudejaarsconference van dat jaar. Hij staat
gebogen over een enorme spiegel, die zijn schrijftafel moet voorstellen:
Een éénrichtingsverkeersbrigadiertje
Een brigadiertje van de verkeerde kant
Een hapklaarovertje
Een klaarovernieuwtje
Nee, dat is te marginaal
Dat moet een dijenkletser worden
Dus dat wordt weer gewoon:
Pieter van Vollenhoven...
In deze passages zien we hoe De Jonge worstelt met zijn eigen leukheid.
Zijn eigen grappen zitten hem in de weg. Zo stelt zijn rechterschoen
een telefoon voor, waarbij je zelf 'tring' moet roepen als je gebeld
wordt. Deze geïmproviseerde telefoon gaat vaak midden in een
verhaal af, zodat De Jonge gedwongen wordt zijn verhaal te onderbreken
en 'tring' te roepen.
Het is niet alleen zijn eigen leukheid waarmee De Jonge worstelt,
ook het publiek, dat iedere pauze van zijn kant automatisch vult
met een lach, zit hem dwars. Hij vindt zichzelf nogal ongevaarlijk
geworden.
Nou ik wil mijzelf weer eens wat profileren
in progressieve zin
Dat geleun op het establishment
Op handen gedragen door de nouveau riche
Volle zalen in België
Eervolle invitaties uit Duitsland
Kotsmisselijk word ik van mezelf!
Het grootste kompliment dat ik tegenwoordig krijg
Mijn moeder vindt u nu ook leuk!
Alsof ik erop uit ben
om tandeloze demente ouwe wijven te behagen
Het fantastische van het geheel is dat hoe radelozer De Jonge wordt,
hoe leuker de voorstelling. Er ontstaat een enorme spanning, die
telkens door een lach wordt weggenomen, maar daarna opnieuw wordt
teruggebracht, omdat de grap zelf weer onderwerp van een nieuwe
tirade wordt, uiteraard uitmondend in alweer een nieuwe lach. Zo
brengt De Jonge het publiek in een steeds hogere vorm van concentratie.
Na afloop van de voorstelling heb je het idee de uren daarvoor in
een soort roes te hebben verkeerd en je hebt de videoregistratie
nodig om je datgene wat er die avond op je af is gekomen weer te
kunnen herinneren.
Er waren drie gasten en een presentatrice
De eerste gast had iets te doen met Rodeo
Rodeo
Iemand die iets
voor niets doet
maar de p niet kan zeggen
Ja, ik maak ze vanavond allemaal hoor dames en heren
Vroeger had ik nog de artistieke pretentie
dat ik mijn grappen moest schiften
Maar mij is in de loop der jaren wel gebleken
dat de dingen waarvan ik denk
dat kan echt niet
die vindt u het leukste
En de dingen waarvan ik denk
dat is spits
die ontgaan u totaal
Dus wat zal ik langer uw avond bederven...?
Zoals geschreven vormt 'Het verhaal van de Eerste Eenwording' de
rode draad van de voorstelling. Dit verhaal kan gezien worden als
een antwoord op de vraag: Wat doet de mens met zijn talent en wat
doet zijn talent met de mens? De conclusie is niet erg optimistisch.
Het verhaal gaat over een dompteur die het lukt 'één'
met de leeuw te worden. Deze act wordt een groot succes. De mensen
hadden wel eens een laf dompteurtje zijn hoofd in de bek van een
leeuw zien steken, maar een dompteur die geheel in de leeuw verdwijnt
is nieuw. Het kleine circusje waar de dompteur werkt, wordt al snel
een wereldattractie. De leeuw wordt razend populair, maar de dompteur
wordt steeds depressiever, want iedere avond wanneer de leeuw voor
het publiek buigt, buigt hij tegen wil en dank mee.
Zo krijgt de dompteur een steeds grotere hekel aan het publiek.
Hij vraagt zich af wat het publiek van hem en de leeuw heeft gemaakt.
Op een avond, als hij weer één met de leeuw is, besluit
hij te breken met het verwachtingspatroon. Hij gooit de tralies
open en begeeft zich te midden van het publiek. Als hij op de tweede
rij staat, klinkt er een schot en de leeuw valt dood neer. De dompteur
komt vervolgens uit de leeuw tevoorschijn. Aanvankelijk wil hij
ook neergeschoten worden, maar als hij ziet dat het publiek naar
de directeur oprukt om hem te lynchen, beseft hij dat er maar één
ding opzit: 'doorspelen, anders gebeuren er nog vele grotere ongelukken.'
De dompteur gaat over op een clownsact. Avond aan avond maakt hij
dezelfde grappen. Totdat op een avond zijn moeder de piste instapt
en hem letterlijk de hand van zijn vader geeft. De dompteur beseft
dat hij zijn talent heeft verloochend, zijn gaven heeft verkwanseld
en besluit boete te gaan doen. Hij zal zijn verhaal vertellen aan
iedereen die het maar wil horen. Aanvankelijk in grote zalen, dan
in het b-circuit. Als het publiek ook daar is verzadigd, zal hij
naar Duitsland trekken en als men hem zelfs daar niet meer wil horen,
zal hij op zondagmorgen met een aktetas de deuren langsgaan. Dan
zal zijn boetetocht overgaan in een bedevaart en zal hij de plek
van de ontembare genaderd zijn: hij zal zijn een leeuw of zijns
gelijke.
Wanneer we bovenstaand verhaal willen betrekken op de centrale vraag
binnen de voorstelling (wat doet de mens met zijn talent en wat
doet zijn talent met de mens?), kunnen we in de dompteur Freek de
Jonge zien en in de leeuw zijn talent. Dan wordt duidelijk dat De
Jonge hier aangeeft dat zijn talent met hem op de loop is gegaan.
Ongetwijfeld is dit voor het theatrale effect flink aangezet, maar
zijn beslissing om na De Bedevaart te stoppen met theater is daar
wel mee in overeenstemming, al zal hij later op deze beslissing
terugkomen en weer het podium bestijgen.
Helemaal tot slot zingt De Jonge 'Het Lied van de Laatste Eenwording'
, ook wel bekend als 'De wals van het als'. In het nawoord bij de
bundel Iets rijmt op niets, waarin De Jonges liedteksten tot en
met 1996 zijn verzameld, zal hij zeggen dat deze wals zijn lijflied
is geworden.
Dit is de wals
De wals van het als
Als niet mijn vader
Als niet mijn moeder
Als niet mijn vader
Met mijn moeder
Dan was ik onherkenbaar geweest
Dan was ik nu ontembaar geweest
(...)
Dan schuimde ik door straten
Onuitstaanbaar uitgelaten
Omringd door mooie wijven
De hele dag een stijve
Boord was niets voor mij
Ik zocht geen plaats in de rij
Een man een man
Een wals een wals
Zou ik geweest zijn als
Hier eindigt De Bedevaart, naar mijn idee de beste voorstelling
die Freek de Jonge ooit heeft gemaakt. Niet iedereen zal het daarmee
eens zijn en verstandige mensen zullen beweren dat je de voorstellingen
van De Jonge niet met elkaar kunt vergelijken, omdat ze daarvoor
te veel verschillen.
Blijft over dat De Bedevaart iedere keer weer opnieuw blijft boeien,
door het spervuur van grappen en de reacties daarop, door de prachtige
verhalen over de Eenwordingen, door dat zelfs bij het bekijken van
de videoregistratie de spanning en de roes in de zaal nog te voelen
zijn. De Bedevaart is 2½ uur theater waarin onmogelijk veel
gebeurt.
(door Pascal Klaassen)
|