|
Losse nummers
Na het verschijnen van zijn tweede roman, Neerlands bloed, vertelt
Freek de Jonge in interviews dat hij het theater definitief heeft
ingeruild voor de schrijftafel. Hij vergelijkt het maken van theater
met snorkelen en het schrijven van een roman met diepzeeduiken en
uit alles blijkt dat zijn voorkeur uitgaat naar het tweede. Mede
omdat het schrijven hem de mogelijkheid biedt te ontsnappen aan
de tirannie van de lach, zoals hij het zelf uitdrukte.
Maar ook deze keer blijkt de aantrekkingskracht van het theater
te groot om te weerstaan. Nog hetzelfde jaar klimt De Jonge weer
op het toneel en van december 1991 tot en met mei 1992 speelt hij
de voorstelling Losse Nummers. De titel van het programma wijst
er al op dat De Jonge hierin teruggrijpt naar een vorm van cabaret
die hij ooit had afzworen, dat van korte opeenvolgende nummers (veertien),
zonder onderlinge samenhang. Losse Nummers kent geen rode draad.
Niets heeft te maken met niets, zoals De Jonge het in de voorstelling
zelf uitdrukt.
De, in vergelijking met zijn vorige programma's, lossere opzet
betekent niet dat De Jonge niets meer te zeggen zou hebben. Integendeel
zelfs. Hij wijst in Losse Nummers zijn publiek op het feit dat men
tegenwoordig nog steeds even weinig weet over de essentie van het
bestaan als duizenden jaren terug: Niets. Zo weet men nog steeds
niet welke grote geheimen rond Antarctica onthuld zullen worden
dankzij de walvisvaart en het lijkt De Jonge daarom dan ook beter
om deze voorlopig niet stop te zetten. Misschien een op het eerste
oog wat vreemde gedachtegang, maar in het derde nummer van de voorstelling
wordt duidelijk hoe hij tot deze redenering komt.
De Jonge begint met het vertellen van een oud verhaal, dat hij
vroeger ooit van zijn opa, een oude walvisvaarder, hoorde. De hoofdpersoon
van dit verhaal is een wereldberoemde zakenman die besluit zijn
manier van leven op te geven. 'Hij had zoveel leugens moeten aanhoren
en misschien nog wel meer onwaarheden verteld, dat hij met niemand
nog één woord wenste te wisselen.' Deze zakenman,
van oorsprong ijsverkoper, heeft nog maar één wens:
de zuidpool zien. Als metgezel kiest hij een piloot, die zelfs op
de vraag of hij kan vliegen, blijft zwijgen.
Onderweg is de nodige rampspoed hun deel. De zakenman krijgt dan
ook steeds meer behoefte iets te zeggen, maar de piloot volhardt
in zijn stilzwijgen. Als ze beiden uiteindelijk stervende op het
zuidpoolijs liggen, kan de zakenman zich niet meer bedwingen, hij
vraagt aan de piloot: 'Waarom?'
De piloot opende zijn mond, doch er kwam geen geluid uit omdat
zijn stembanden ter plekke bevroren. Hij graaide een velletje uit
zijn overall en schreef met een stompje potlood het antwoord. Hij
wilde het blaadje aan de zakenman aanreiken, deze lag evenwel één
hand te ver en de piloot viel op de grond. Dood! Het briefje dwarrelde
door de lucht. De zakenman wilde het pakken, greep mis en viel boven
op de piloot. Ook dood!
Tot zover ging het verhaal van grootvader. De Jonge heeft zich
vervolgens zijn hele verder leven afgevraagd wat er op de briefje
stond. Totdat hij gisteren bij de kapper 'The Best of Readers Digest'
inkeek. In een artikel stond beschreven hoe het briefje eerst decennia
lang over de zuidpool dwarrelde. Vervolgens kwam het in het zeil
van een windsurfer terecht, die daarna voorover in de oceaan viel,
om vervolgens, samen met het briefje, door een walvis te worden
opgeslokt. Weer maanden later werd deze walvis door een Japanse
walvisvaarder gevangen en overdwars open gesneden. En toen kwam
uit de ingewanden van het dode zoogdier de nog steeds levende windsurfer
te voorschijn, met in zijn hand het briefje. Ontroerd las hij voor
wat hier opstond: 'Maybe this is all meant to try us out.'
Vandaar De Jonges overtuiging dat het verstandig is de walvisvangst
voorlopig niet stop te zetten, omdat we niet weten hoeveel geheimen
omtrent Antarctica ze nog zal onthullen. Feitelijk komt het erop
neer dat De Jonge wil laten zien wat voor een hoogmoed zich van
de mens meester heeft gemaakt, wanneer deze denkt te kunnen beslissen
over leven of dood van een existentie. Zolang we niet weten waarom
we hier zijn, is alles mogelijk.
In het elfde nummer van de voorstelling, getiteld 'het interview',
maakt De Jonge dit op een komische wijze opnieuw duidelijk. Hij
speelt hierin zowel een interviewer als een geïnterviewde,
waarbij de hele tijd van bril verwisseld moet worden om beide personages
uit elkaar te houden. De geïnterviewde vertelt in dit gesprek
dat hij dol is op de natuur. Hij geeft tal van voorbeelden, allemaal
eindigend in een uitgebreide verhandeling over telkens weer een
ander gemotoriseerd werktuig dat hij gebruikt om in zijn tuin te
werken. Zijn motto luidt: 'Natuur is mooi, maar het moet wel beheersbaar
blijven.' Als de interviewer hem vraagt wat hij van de ozonlaag
vindt, is zijn antwoord als volgt:
Te hoog. Wij moeten niet de fout maken van generaties voor ons
door de doem die op onze schouders is gelegd, weer over te dragen
op een volgend geslacht. Zolang wij niet weten waar het in het leven
om gaat en dat weten wij nog steeds niet - al proberen mijn collegae
van de kleine rechtse partijen het tegendeel te beweren - is alles
mogelijk. Wie weet moeten wij de hele ozonlaag afbreken. Opdat over
miljarden jaren volmaakt leven op Jupiter mogelijk is.
Terug naar de laatste woorden van de piloot: Maybe this is all
meant to try us out. Deze opmerking komt in de voorstelling namelijk
nog een aantal keer terug, zij het soms in een iets andere vorm.
Het zijn bijvoorbeeld de laatste woorden van de voorstelling, maar
ook het gedicht over de dood van De Jonges zoontje eindigt ermee:
Nooit heb ik overwogen zelfmoord te plegen.
Ik ben dol op het bestaan.
It is all meant to try us out.
Het zijn bijna religieuze woorden die hier gesproken worden. Tel
hierbij op het relatief grote aantal momenten dat De Jonge een mediatief
stilspel opvoert en je kunt je zeggen dat hij zich in Losse nummers,
meer dan in welke eerder voorstelling dan ook, gedraagt als een
soort goeroe, misschien wel priester, tegenover zijn leerlingen.
Gelukkig vergeet De Jonge nergens dat hij zelf ook maar een leerling
is, zodat er bij het kijken naar Losse nummers in ieder geval één
ding heel erg duidelijk wordt: al weten we niets over de essentie
van het bestaan, er valt in ieder geval genoeg te lachen. En misschien
is dat ook wel een deel van het antwoord op de vraag: 'Waarom?'
Om ons op te proef te stellen en om zo nu en dan eens te kunnen
lachen.
(door Pascal Klaassen)
|