Gemeen Goed

Is het beleefd om van een voorstelling te zeggen dat je de pauze het leukst vond?

Normaal gesproken niet, maar in het geval van Gemeen Goed is die opmerking wel te begrijpen. Want nog voordat het publiek van de koffie terug is, staat Freek de Jonge al op het podium. Hij wil nog een keer de “Honden en Hoopleshow van Dr Doodle” repeteren, maar echt succesvol verloopt dit niet. Alles gaat mis of kapot. De toeschouwers zien een variétéartiest worstelen met zijn eigen act. Sterker nog: ze zien hem de act al afbreken voordat hij begonnen is. En zo ontstaat er een slapstickact die naadloos van de pauze doorloopt in de tweede helft van de voorstelling.

Met Gemeen Goed viert Freek de Jonge op zijn eigen wijze zijn dertig jaar jubileum. Daarbij schuwt hij wederom het experiment niet. In zijn zwerftocht door Nederland, beginnend in kleine zalen, uitmondend in Carré, neemt hij vier muzikanten mee: Robert-Jan Stips (toetsen), Maarten Bakker (bas), Roy Bakker (slagwerk) en Hella de Jonge (viool). Samen voegen ze een nieuw hoofdstuk toe aan Freek de Jonges toch al afwisselende carrière. De Jonge breekt in Gemeen Goed met de tradities van zijn eigen voorstellingen om een oudere cabarettraditie op te zoeken. Hij vervangt zijn altijd geprezen strakke rode draad, door een slap koortje en hangt daar een bonte verzameling liedjes en conferences aan. Dat Freek ook met dit slappe koortje de voorstelling overeind weet te houden, is een wederom een bewijs van zijn veelzijdigheid.
Eveneens toont het zijn moed dat hij eerder betreden paden durft te verlaten om iets nieuws te proberen. Na eerdere uitstapjes met The Nits (Dankzij de Dijken) en Het Willem Breuker Collectief (Stroman & Trawanten), neemt ook in Gemeen Goed de muziek een voorname plaats in. De liedjes die in Gemeen Goed ten gehore worden gebracht zijn echter geen normale nummers met een kop, midden en een staart. Freek verstopt er hele conferences in, en onderbreekt daar waar nodig, of wisselt van ritme en melodie. Hierbij wordt hij gesteund door uitstekende muzikanten die Freeks soms abrupte wendingen op gepaste wijze volgen en waar mogelijk accentueren. In het begeleidend schrijven bij de cd van Gemeen Goed wordt hiervoor de term Songference geïntroduceerd. Een term die de lading perfect dekt.

Op de avond dat Gemeen Goed in Carré in première ging, verscheen Toon Hermans na afloop op het toneel. Hij kwam aan Freek de Toon-Hermansprijs overhandigen. Een prijs ingesteld door theater Carré en bedoeld voor artiesten die een voorname rol spelen binnen het Nederlandse amusement. Deze prijs was eerder aan Herman van Veen en Toon Hermans zelf uitgereikt. De jury roemde de wijze waarop Freek de Jonge impulsen heeft gegeven aan de vernieuwing van het cabaret. Voor het eerst in zijn carrière weigerde Freek een prijs niet en hij nam het bijbehorende beeldje, gemaakt door Erik Claus, in ontvangst.

Dertig jaar in het vak en dan Toon Hermans die speciaal voor jou naar Carré komt om de naar hem genoemde prijs te overhandigen, dat is zonder meer een mooie bekroning voor al die jaren. Maar nog mooier is de voorstelling Gemeen Goed zelf, want daarin laat Freek met de combinatie humor en songferences zien, dat hij ook na dertig jaar nog lang niet op zijn retour is. Sterker nog: dat hij het experiment nog altijd niet schuwt en dat hij mede daardoor nog altijd in staat is om ijzersterke voorstellingen te maken.

(door Pascal Klaassen)