De Gillende Keukenmeid

Ook in 2000 neemt Freek de Jonge de oudejaarsconference weer voor zijn rekening. De voorstelling krijgt de titel De Gillende Keukenmeid mee.

Freek begint de avond losjes. Hij maakt wat grappen over gebeurtenissen van het jaar daarvoor. (Het aftreden van Bram Peper, De Paralympics, het EK-voetbal), houdt zijn publiek een spiegel voor (“Als je zo graag wil lachen om gehandicapten, waarom ga je dan niet voor ze zorgen?”) en heeft de nodige maatschappijkritiek (“McDonalds, dat zijn de ware kinderverkrachters”). Het zijn de min of meer gebruikelijke ingrediënten van zijn oudejaarsconferences waarvan hij ook dit jaar weer een bijzonder smakelijk geheel weet te maken.

Een van de indrukwekkendste gebeurtenissen van 2000 was ongetwijfelde de vuurwerkramp in Enschede. Freek de Jonge verwacht als gevolg hiervan een speciale jaarwisseling. Hij roept het publiek op om uit respect voor de slachtoffers dit jaar geen vuurwerk af te steken. Ter vervanging heeft hij in de zaal papieren zakjes uitgedeeld, die men kan opblazen en daarna met de vlakke hand kan laten knappen. Ondertussen knippert een technicus met de verlichting.

Ongeveer halverwege de voorstelling begint De Jonge de parabel over Shota te vertellen en komt er langzaam een duidelijk thema naar voren: de stilte. Shota is een beroemde Japanse toneelspeler die zijn roem te danken heeft aan het gegeven dat het tijdens zijn voorstellingen volstrekt stil is. Wanneer hij op een dag naar Nagasaki trekt om daar voor de keizer op te treden, gaat hij zich te buiten aan saki, sushi en geisha’s. En de bevolking van Nagasaki met hem, meer geïnteresseerd in het fenomeen Shota dan in zijn boodschap. De dag dat Shota weer het podium opkomt, beseft hij dat hij de stilte nu zal moeten afdwingen. Deze zal niet langer een vanzelfsprekend protest zijn. Shota schaamt zich voor zijn daden en dat betekent dat hem nog maar een ding rest: hij pleegt zelfmoord. Hara kiri.

De stilte speelt ook een belangrijke rol in het antwoord op de belangrijkste vraag binnen de voostelling: “Wat is de blues?” Door middel van diverse verhalen en andere uitweidingen waarin het verschil tussen schuld en schaamte centraal staat, komt De Jonge tot het volgende antwoord: De blues is de stilte na de storm/ de schaamte voorbij/het enige wat we tegenover de gedicteerde vrolijke marketingtechnieken van McDonalds en consorten kunnen stellen/ vormgegeven verdriet door tranen in een lied.”

Uit de rest van de voorstelling blijkt dat De Jonge hiernaar op zoek is. Moe geworden van een jaar waarin continue de hardrock van het afschuiven van de schuld te horen was, is het nu tijd geworden om naar de stilte van de schaamte te luisteren. Voor zichzelf ziet hij aan het einde van De Gillende Keukenmeid dan ook nog maar één taak weggelegd: hij eindigt de voorstelling met een oorverdovende schreeuw om stilte.

Samengevat kun je stellen dat “de stilte” het hoofdthema binnen De Gillende Keukenmeid is. Hetzelfde geldt voor De Verademing uit 1984. Ook toen riep De Jonge zijn publiek op om dat jaar geen vuurwerk af te steken. Beide keren zonder resultaat. Maar beide keren in een oudejaarsconference die de kijker van begin tot einde in de greep heeft en daar was het ook om begonnen.

Pascal Klaassen