|
De Grens
Een maandelijks feuilleton over grenzen en grensoverschrijdingen,
zo luidt de omschrijving op de begeleidende aanplakbiljetten van
De Grens. Later werd hier het volgende aan toegevoegd: En
over wat ons bezig heeft gehouden aan het eind van het tweede millennium.
Wat ons dan precies bezighield, is te zien aan de titels van de
tien verschillende afleveringen: De Kinderjaren, Zinloos Geweld,
De Middenstand, Het Platteland, De Oorlog, Na de Vakantie, De Vluchteling,
Het Akkoord, De Feestdagen en Het Verdachte Koffertje. Onderwerpen
die allemaal een avond voor zichzelf opeisen. Je zou dan ook evengoed
kunnen spreken over tien verschillende voorstellingen in plaats
van een feuilleton. Des te meer omdat de cabaretstijl die Freek
per aflevering hanteert telkens weer een ander is. De Grens is niet
alleen een overzicht geworden van actuele zaken aan het einde van
de vorige eeuw, maar vooral ook een staalkaart van de talenten van
Freek de Jonge, de theaterkunstenaar.
We zien en horen hem rode draden weven, toneelspelen, de actualiteit
in het juiste perspectief plaatsen, gedichten declameren, slapstick
acts uitvoeren, zich kwaad maken, verhalen vertellen, zingen en
dat alles natuurlijk tegen de achtergrond van zijn humor. Bij aanvang
stonden voor Freek alleen aflevering 1 en aflevering 10 vast. Zij
vormden vanaf het begin het kader van het geheel. Wellicht dat daarom
deze twee afleveringen eindigen met het gedicht Wees niet
bang, terwijl alle andere afleveringen eindigen met een opmerking
in de trant van: ik zoek nog een beetje een bevredigend einde
voor dit verhaal.
Als materiaal voor De Grens gebruikte De Jonge regelmatig de columns
die hij in dezelfde periode voor Het Parool schreef. Deze verweefde
hij dan zodanig met elkaar dat de teksten geheel opgaan in het nieuwe
grotere geheel van de voorstelling.
Verder zijn de spiegelingen met voorstellingen van voor De Grens
een leuk detail. In Na de Vakantie heeft De Jonge een verfrissend
telefoongesprek met het koninklijk huis. De meeste fans zullen direct
gedacht hebben aan het gesprek dat De Jonge ten tijden van Neerlands
Hoop voerde met prins Bernhard.
Een ander voorbeeld is het ontleden van drukwerk. Voor wie het niet
meer weet. In De Tol (1994) fileerde Freek een paginagrote advertentie
van de NS en in De Mars (1984) deed hij hetzelfde met een reclamefolder
van een vakantiepark. Nu, in De Grens, bouwt hij voort op dit procédé.
Om drie voorbeelden te noemen: In de aflevering De Middenstand ontleedt
De Jonge een reclamefolder van een doe-het-zelfwinkel. In de hoofdrol
deze keer de broertjes De Boer. In De Oorlog richt hij zijn pijlen
op de voorpaginas van Het Parool zoals ze verschenen tijdens
de eerste weken van de Kosovo-crisis. En in De Vluchteling verbaast
De Jonge zich over een paginagrote advertentie van een Nederlandse
kruidenier. Alle keren is het resultaat ronduit hilarisch.
Niet alleen verzon De Jonge in een jaar tijd materiaal voor tien
voorstellingen, alle voorstellingen kregen ook hun eigen decor.
En zoals bij alle voorstellingen van Freek dienen ook in De Grens
de decorstukken niet louter als achtergrond. Ze vallen om, gaan
stuk en zijn op meerdere manieren inzetbaar. Op sommige momenten
accentueren ze op deze manier de verhalen die Freek vertelt, op
andere zorgen ze, met hun ingebouwde verrassingen, voor slapsticktheater.
Het mooiste voorbeeld van het laatste is de sjoelbak in de aflevering
De Feestdagen.
De Grens was niet alleen boeiend om te volgen in 1999, maar is
ook nu zeker het herkijken nog waard. Hiermee onderscheidt Freek
zich nog altijd van zijn collega-cabaretiers. De reden? Freek brengt
meer dan alleen een lach. Hij maakt theater. En met het feuilleton
De Grens is hij weer op zoek gegaan naar een nieuwe vorm. Een vorm
die hij zich gedurende het jaar steeds meer eigen maakte. Zo worden
de grappen hilarischer en de parabels sprekender. Freek sluit De
Grens af met een gedicht waarin hij je vertelt dat je altijd opnieuw
kunt beginnen, de tien voorstellingen die samen De Grens vormen
zijn daar het theatrale bewijs van.
Pascal Klaassen
|
|