Zij speelden honderden shows in Carré: ‘Het is de kroon op je werk’

Het Parool 15 januari 2019 – auteur Arno Gelder

Jochem Myjer (41) treedt vanaf dinsdagavond 51 keer op in Koninklijk Theater Carré en brengt zo zijn totaal op honderd. Carréroutiniers over de eer van het spelen in de pluchen suikertaart van Amsterdam.

Bert Visscher (58)
“De historie in Carré is zo tastbaar… In de sterrenkleedkamer bijvoorbeeld, pal naast het podium. Als je daar in de spiegel kijkt, besef je dat ook Toon, Youp en Freek erin hebben gekeken.”

“Je wordt gevraagd voor Carré, al heb ik de indruk dat het beleid ruimhartiger is geworden. Ik trad er voor het eerst op in 2002 met mijn show Geluk Zit in Hele Grote Dingen. In april passeer ik met zes shows van Hij Wordt Vanzelf Moe de honderd voorstellingen in Carré. Een mijlpaal.”

“Die eerste keer, wat was ik zenuwachtig. Alles trilde. Maar ik besloot: ik sloop die zaal, ze gaan eraan met z’n allen… Dat lukte.”

“Carré is een heerlijke bak. Een instituut. Ik fietste er als jonge cabaretier langs, droomde ervan om daar te staan. Die gang met zijn circusposters, het gastenboek waar legendes als Marlene Dietrich en Edith Piaf in staan. En die kleine Bert Visscher, ja. Daar ben ik reuzetrots op. Ik zeg tegen Jochem: ga weer volop genieten in die prachtige zaal!”

Freek de Jonge (74)
“Ik zei als jonge, overmoedige cabaretier midden jaren zestig tegen een krant: over vijf jaar sta ik in Carré. Het scheelde één jaar: in 1971 trad ik er op tijdens de Vietnam Nacht, georganiseerd door de toenmalige politieke partij PPR.”

“Carré is de kroon op je werk. Heb ik er bijna 500 keer gestaan? Poeh, dat is meer dan ik dacht. Na het eerste optreden van Neerlands Hoop werden we door toenmalig directeur Guus Oster teruggevraagd. Dat deden we niet. We wilden iets anders met ons nieuwe programma, dat paste niet. Hij begreep er niks van.”

“In Carré galmt de lach nog na van Toon Hermans, van Snip en Snap. Als solist debuteerde ik er op 1 april 1980 met De Komiek. Daarna werd ik er kind aan huis. Van Jochem Myjer vind ik het een goede keuze dat hij niet voor zo’n gevaarte als de Ziggo Dome kiest. Dan wordt het showbusiness en heeft het niks meer met ons beroep te maken.”

Youp van ’t Hek (64)
“Mijn eerste optreden in Carré was een liefdadigheidsavond voor Artsen Zonder Grenzen. Ik stond zo stijf van de spanning dat ik er geen seconde van genoot. Ik werd al in 1989 benaderd om in Carré te staan, maar ik vond dat te vroeg. Ik wilde eerst nog kilometers maken in bijvoorbeeld De Kleine Komedie.”

“In 1995 debuteerde ik in Carré met de voorstelling Spelen Met je Leven. Ik stond er meteen vijf weken. Ik ervoer het als één groot feest.”

“Het was destijds het hoogst haalbare en dat is het nog steeds. De magische plek waar Toon Hermans honderden oneman­shows gaf, waar mijn ouders
me mee naar toe namen. Nu ga ik zelf richting de 250 voorstellingen in Carré.”

“Nee, meer dan Carré bestaat er niet. Die kneuzen die nu allemaal in de Ziggo Dome gaan staan… Dan ben je alleen maar gek op geld – niet op je vak. Of ik Jochem ga bekijken? Heb ik allang gedaan natuurlijk.”

Herman van Veen (74)
“Ik ben de tel kwijt, ik schat dat wij er plusminus 550 keer hebben gespeeld. Maar één man speelde er vaker – Toon Hermans. Ik lig er nog 50 achter. Moet dus blijven leven om hem te evenaren. En dat doe ik graag.”

“Carré is een van de nog weinige wintercircussen in de wereld. In München staat Circus Krone, in Parijs Cirque d’Hiver; ook prachtige zalen om te spelen.”

“Dat Carré uniek is, ligt in het simpele feit dat het in wezen niet anders is dan zo’n duizend jaar oud Grieks-Romeins auditorium/amfitheater. De mensen zitten in een halve waaier, steil oplopend vlak voor je neus. Ze kunnen elkaar zien en dus genieten ze dubbel. Van elkaar en van wat er op het toneel gebeurt.”

“Jochem Myjer weet als geen ander Carré om te toveren tot één groot gezellig café. Hij is de uitgelaten barkeeper die ons fratsen, grappen en uitbundigheid schenkt.”