Te wapen! Waar is mijn zwaard?

Er was eens een koning die kort na zijn kroning in een enorme identiteitscrisis zakte. Wat zijn levenslustige vrouw hem ook opbeurde, hij bleef somberen.
– Het komt toch niet door mijn vader? vroeg de nieuwbakken koningin ten einde raad.
–  O nee, zei de koning en ook niet door mijn opa.
– Hoe bedoel je? vroeg zijn vrouw .
– Laat maar zitten, verzuchtte de koning mismoedig.

Het toneelstuk waar hij bij zijn geboorte in was beland had een onomkeerbare wending genomen. De politiek scheen er behagen in te scheppen zijn taken tot het minimum te beperken, het volk zag het koningshuis als een excuus het eens lekker op een zuipen te kunnen zetten en zijn lof werd in middelmatige liederen bezongen door tweederangsartiesten. Het land dat hem gekroond had verkeerde in crisis. Er was genoeg geld, maar het vertrouwen om het te laten rollen ontbrak.Hoewel hij dol op zijn vrouw was kon hij soms nauwelijks verhullen dat hij jaloers op haar was. Op haar minikredieten en haar bemoeienissen met muziek voor kinderen En wat had hij? Uit het leger, uit het IOC, uit de waterleiding.  Wie zat er nog op hem te wachten? Opzitten en pootjes geven dat was zijn vooruitzicht.

Lees verder >