1968-1979 – Neerlands Hoop

Categorie:

We weten dat we goed zijn

Vraag aan Freek de Jonge wanneer zijn professionele theatercarrière begon en hij antwoordt: ‘Op 8 november 1968.’ Die avond heeft de finale plaats van het dan nog Delftse (nu Rotterdamse) cabaretfestival Cameretten. Neerlands Hoop in Bange Dagen verliest en wint er van de traditie. De festivaljury, onder leiding van cabarethistoricus Wim Ibo, geeft de voorkeur aan het literair-muzikale ensemble Cabaret Don Quishocking. Neerlands Hoop vertegenwoordigt een vorm van absurdistisch theater waar de heren en dame van de jury niet zo goed raad mee weten:

ik wil u het verhaal vertellen
van de vlinder en de bloem
want de bloem die kon niet spreken
en de vlinder zei zoem zoem

Neerlands Hoop komt in pak en met het dankwoord op zak de hoofdprijs ophalen, maar eindigt als vijfde. De linkse pers roemt de excentrieke individualist Freek de Jonge. Zijn talent, zo schrijft men, lijkt geïnspireerd te zijn door Toon Hermans en Albert Mol, persoonlijkheden van wie het cabaret in die jaren niets moet weten. Hoewel de vergelijking mank gaat, horen Freek de Jonge en Bram Vermeulen dus niet bij de gevestigde orde. Een groter compliment kun je het duo niet maken! Neerlands Hoop is te goed! Voor het cabaret in het algemeen en voor dit festival met deze jury in het bijzonder. Klaar voor de start? Af!

Dutch Music and Comedy Show Neerlands Hoop in Bange Dagen. Niks cabaret dus. Juni 1969, een week na de première van dit debuutprogramma, staat er een groot interview met het duo in de Volkskrant. Kop: ‘We weten dat we goed zijn.’ Freek de Jonge: ‘Ik heb in één maand het hele Nederlandse cabaret afgelopen. Het is om door je stoel te zakken van ellende. (…) Cabaret in Nederland is een regelrechte ramp. Je gelooft je ogen en je oren niet. Er zijn twee mensen die zich het cabaret hebben toegeëigend: Wim Ibo en Nico Knapper. Ze hebben zichzelf uitgeroepen tot De Grote Autoriteiten. Het is om je te begillen.’ Bram Vermeulen: ‘Kleinkunst is kunst die eigenlijk te slecht is.’ Freek de Jonge: ‘Het is om je dood te lachen. Wim Ibo, de grootvader van het cabaret, en Nico Knapper roepen steeds dat het cabaret bloeit.’ Bram Vermeulen: ‘Het is zo dood als een pier. Er gebeurt geen donder.’ Beiden: ‘Als we alsjeblieft maar niet tot het establishment van de Nederlandse showbusiness of iets dergelijks gaan behoren. De club van Wim Ibo en Nico Knapper. Want dan weet je zeker dat er nooit en te nimmer meer iets creatiefs uit je poten zal komen.’

Wie zijn er dan niet goed? Freek de Jonge: ‘We moeten oppassen dat we er geen handeltje van maken. Geen geldwolven worden die alleen nog maar aan hun bankrekening denken. Zoals Herman van Veen. Dan is het gebeurd met je creativiteit.’ Bram Vermeulen: ‘Ramses Shaffy zong drie jaar geleden dat het zo stil was in Amsterdam. Dat was prachtig. Maar hij zingt nog steeds dat het zo stil is in Amsterdam.’ En in het algemeen? Freek de Jonge: ‘Het komt aan op ambitie, talent en intelligentie. (…) De meeste artiesten zijn ontzettend dom. Staan daardoor artistiek gezien stil.’ En zijzelf? Freek de Jonge: ‘We weten dat we goed zijn. Dat klinkt arrogant, maar het is gewoon zo.’

Anno 2011 stelt Freek de Jonge: ‘Dat interview is opgetekend door Gerard Pâques, die een paar jaar later zelfmoord pleegde trouwens. Pâques was een van de jonge journalisten die een nieuwe manier van interviewen nastreefde: provocatief, treiterig en dus spraakmakend. Veel van de uitspraken kwamen helemaal niet van ons, maar legde hij ons in de Volkskrant in de mond. Maar wij vonden het natuurlijk prachtig. Je kunt zelfs zeggen dat wij ons gingen gedragen op de manier zoals hij ons had afgeschilderd: arrogant. En dat zijn we blijven doen. En ik weet zeker dat ik mij vanaf dat moment anders ben gaan gedragen, Ja, arrogant, betweterig.’

Neerlands Hoop in Bange Dagen gaat 20 juni 1969 in première in de Haarlemse Stadsschouwburg. Directeur Peter Lohr heeft het duo in april zien optreden in het kleine theater van Haarlem: Haarloheim. Hij nodigt Bram & Freek uit bij hem te komen spelen. Het klikt tussen hen. Hoewel het duo nog nooit in een zaal van 750 stoelen heeft gespeeld, besluit het in de Stadsschouwburg in première te gaan. Lohr belooft ervoor te zorgen dat de zaal goed gevuld is. Hij zal collega-theaterdirecteuren uitnodigen en de recensenten van de landelijke dagbladen. En… ze zijn er!
Begin mei van dat jaar heeft Bram Vermeulen zijn laatste volleybal-interlands gespeeld. Hij besluit de beste te worden in een ander vak: al voor de première kiest hij voor een beroepscarrière als theatermaker. Freek de Jonge, dan 24 jaar, kan zich al zijn halve leven nergens anders op concentreren en hoeft niks op te geven. Nou ja, zijn studie, maar daar is hij eigenlijk nooit echt aan begonnen.

Doen wat je niet laten kunt

In 1966 hebben ze elkaar ontmoet. De conferencier die af en toe al optreedt zoekt een nieuwe begeleider en Jop Pannekoek komt aan met psychologiestudent Bram Vermeulen. Voorjaar 1967 vormt Freek een gezelschap om op te treden op Adammania, het lustrumcabaret van het Amsterdamsch Studentencorps. Het bestaat uit pianist Bram Vermeulen, conferencier Freek de Jonge en zanger Johan Gertenbach, student medicijnen.

Ook maken ze, bijgestaan door Eddy Habbema, Ton Steinz en Just Enschedé, nog een radioserie rond het festival. Radio Veronica zendt die uit, want Steinz werkt daar als Jan Steen. En ze vinden Johnny Jordaan bereid om twee liedjes in te zingen: Adammania, gek op Amsterdam en Adammania, zei de tovenaar. Teksten van Freek en muziek van Bram. De volkszanger zet ze op een grammofoonplaatje en Jordaans maatschappij Bovema biedt het trio de mogelijkheid ook zelf twee lustrumliederen op te nemen: Het Paradijs en Merck toch uw zerk. Naar het titellied noemen ze zichzelf dan De Paradijsvogels:

eens zullen kale rotsen begroeid zijn
eens zullen dorre woestijnen bevloeid zijn
dan zullen de mensen spelen
de machine doet het werk
niemand hoeft nog te bevelen
maar het eindpunt blijft altijd een zerk

In Iets rijmt op niets, de eerste uitgave van zijn verzamelde liedjes (uit 1990), herinnert Freek de Jonge zich:

Van de eerste jaren (…) heeft slechts één liedje deze bundeling gehaald, zij het met de tenen krom van terugwerkende schaamte. Onder de naam De Paradijsvogels (flower power!) namen Johan Gertenbach, Bram Vermeulen (…) en ik een single op met op de A-kant ‘Het Paradijs’ (met naar mijn idee dezelfde hitpotentie als ‘Het land van Maas en Waal’ van Boudewijn de Groot, wat nog in het arrangement is terug te horen) en op de B-kant ‘Merck toch uw zerk’. (…) De aanvankelijke euforie van een plaatje te mogen maken sloeg al snel om in teleurstelling en verbittering over het uitblijven van succes, door platenartiesten die geen hit scoren altijd bondig samengevat in de zin: ‘Ze hebben er ook niks aan gedaan.’

De Paradijsvogels is geen geschikte naam voor een cabaretgroep, terwijl het trio zich vanaf dat moment wel actief gaat aanmelden voor de verschillende studentencabaretfestivals. Het zijn steeds dezelfde groepjes rond studenten Nederlands van de Universiteit van Amsterdam die elkaar daar tegenkomen. Jop Pannekoek heeft trio Zwart Zaad, Ivo de Wijs treedt op met Kabaret Ivo de Wijs (dan nog een kwintet). Pieter van Empelen, George Groot, Jacques Klöters en Anke Petersson vormen Cabaret Don Quishocking. Van het laatste gezelschap zou Freek de Jonge zeker deel zijn gaan uitmaken als hij het briefje op het prikbord had zien hangen: ‘Neerlandici die mee willen doen aan een cabaret op de Helios-avond, moeten zich opgeven bij George Groot.’

Trio De Paradijsvogels gaat zich Cabariolet noemen. Eddy Habbema geeft advies en Willem Diepraam maakt publiciteitsfoto’s. Just Enschedé doet het licht en rijdt de gehuurde auto, want de anderen hebben nog geen rijbewijs. Gertenbach ervaart al snel dat zijn geldingsdrang toch heel wat minder is dan die van deze twee strebers en hun aanhang. En ook veel minder dan die van zijn broer Beer (later een van de beste radiotechnici van ons land), die onder de naam Beer Bossu in musicals zingt en plaatjes maakt. Vooral Freek de Jonge’s overdreven behoefte op te vallen door zich in kleding en gedrag te onderscheiden, irriteert Johan Gertenbach. En als het met dat singletje nou nog wat zou zijn geworden… Hij kiest weer voor zijn studie, gaat in de reclame werken en… komt in 1971 om bij een verkeersongeval. In Neerlands Hoop Express krijgt hij zijn In Memoriam als de groep een applaus vraagt voor saxofonist Johnny Gerbach, die er die avond niet bij kan zijn. Zo heette hij dus niet en hij speelde geen sax, maar het gaat op het toneel niet om de feiten, maar om de betekenis ervan.

Bram & Freek gaan samen verder. Op de planken en in de coulissen. Want als het lukt voor Johnny Jordaan te schrijven, waarom dan ook niet voor anderen? Onder pseudoniem – want dit is toch anders dan beroemd worden als de makers van de Dutch Music and Comedy Show – sturen ze vijf liedjes in voor het Nationale Songfestival, waaronder Ga naar je kanarie, Arie. En ze gaan in gesprek met René van Vooren om te kunnen schrijven voor De Mounties en met de VPRO om een opvolger van het jongerenprogramma Hoepla te maken. Die initiatieven slagen niet. Ook het meeste wat ze schrijven voor de NCRV-televisieshows van Joop Doderer haalt de uitzending niet. Later blijkt dat de Engelse tekstschrijver die aan het programma meewerkt dit repertoire doorverkoopt aan een Australische komiek. De samenwerking houdt al na enkele afleveringen op. Maar met het verdiende geld kan wel een tweedehands Hohner-pianet worden gekocht.

Voor de Joop Doderer-show heeft Freek popliedjes vertaald. Als liefhebber is hij daar goed in thuis. Hoewel het in de kunstenaarskringen waarin hij verkeert bon ton is te dwepen met jazz, koopt Freek grammofoonplaatjes met de betere popsongs van die tijd: nummers van Beatles, Dylan, Lovin’ Spoonfull… Vooral met Just Enschedé deelt hij die muzieksmaak. Bram heeft meer affiniteit met rhythm and blues. Hij wil muziek maken in plaats van kopen. Maar ach, nog altijd liever pop dan Nederlands cabaret. Daarom investeren ze ook maar meteen in een demo. Die nemen ze op in Londen. Toevallig is de choreografe van de Joop Doderer-show getrouwd met producer Paul Atkinson. En die is van The Zombies. Atkinson vraag gitarist Mark Griffiths van The Shadows mee te werken. Engeland verover je niet als De Paradijsvogels en dus bedenken ze wéér een nieuwe naam: Slight Ache, genoemd naar een toneelstuk van Harold Pinter.

Opnieuw Freek de Jonge in Iets rijmt op niets (1990):

Just Enschedé (we hadden al vroeg een manager; voorbeeld Brian Epstein!) is vooral op mijn aandringen nog met dat demootje gaan leuren bij Tony Vos, de toenmalige hitproducer bij Phonogram. Zijn afwijzing herinnerde ons aan Decca, het label dat The Beatles geweigerd had, en betekende geen enkele beschadiging van ons geloof in eigen kunnen.

Vanaf april 1968 heten ze Neerlands Hoop in Bange Dagen. Bram zegt dat die naam te danken is aan zijn moeder, die hem wel eens zo noemde. En van haar weet hij weer dat men daarmee vroeger het Nederlandse leger aanduidde. Met hetzelfde cynisme natuurlijk als hoe binnen het traditionele cabaret wordt aangekeken tegen dit duo.

Neerlands Hoop In Bange Dagen dus. Naam van het duo en titel van het debuutprogramma, dat zich laat omschrijven als een Dutch Music and Comedy Show.

Ze zijn onafscheidelijk, want Bram & Freek repeteren en knutselen hele dagen samen aan de voorstelling. Dat doen ze op Raamgracht 8, bij AVSV: de Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereniging. Ook ’s avonds laat zoeken ze elkaar nog dikwijls op om een tekst af te geven of deuntje voor te spelen. Op 12 juni 1968 zijn ze aan het repeteren als Freek het bericht krijgt dat hij onmiddellijk naar huis moet komen omdat zijn vader ziek geworden is. Als hij dat hoort weet hij meteen: mijn vader is gestorven.

Neerlands Hoop probeert uit voor studenten- en personeelsverenigingen en in cafés en gehuurde theatertjes. Maar ook in het Lido-café, speciaal voor toeristen en dus in het Engels. Het Lido is de sociëteit van het Amsterdamsch Studentencorps en heeft de beschikking over een piano.

Door Joop Doderer is er materiaal te over. Een internationale doorbraak met Slight Ache zit er nog niet in, maar ze zijn zelfverzekerd over hun nationale toekomst. En dus willen Bram & Freek de te verwachten aanvragen voor optredens in goede banen leiden. Ze vragen Just Enschedé om hun manager te worden. Een jaar later is hij hun vennoot in de nieuwe VOF. Freek bedenkt de naam: BRAm VErmeulen = Brave = Good; Freek de JONGE = Jonge(n) = Boy. Dus: Good Boy Productions. Op dezelfde manier zal hij later, als zijn solocarrière begint, de naam van zijn eigen BV knutselen: dochter Roos = RO, zoon Jelle = JE, vrouw Hella = HEL, dus De Roje Hel.

Doelstelling Good Boy Productions: ‘Het organiseren van artistieke manifestaties door het exploiteren van het artistieke talent, door het daarbij optreden als directe of indirecte bemiddelaar en met name door het exploiteren van de artistieke kwaliteiten van de partij De Jonge en partij Vermeulen.’

Ook in de liefde binden ze zich officieel aan partners. November 1969 verlooft Bram zich met Titia Kiewiet de Jonge, met wie hij al vanaf zijn zeventiende is. Op die verloving ontmoet Freek (zonder Kiewiet) de Jonge Hella Asser.

En er komen optredens! Niet door de vijfde plaats op Cameretten, maar dank zij de lof van Peter van Bueren (De Tijd) en Rinus Ferdinandusse (Vrij Nederland). Die vinden achteraf dat ze voor Neerlands Hoop, vanwege de miskleun van de vakjury, eigenlijk een persprijs hadden moeten instellen. Tot april 1971 zullen Bram & Freek de voorstelling zo’n 350 keer spelen in voornamelijk de kleine zalen. Er zijn twee series van een maand in het splinternieuwe Shaffy Theater. Steve Austen heeft eind 1968 de opdracht gekregen een van de ruimtes van Felix Meritis in te richten als theaterzaal. De eerste voorstelling die er speelt, is natuurlijk van Ramses Shaffy, bij wie Austen werkte als roadmanager. Sindsdien heet de zaal Shaffy Theater, al zal Shaffy er zelf nauwelijks spelen. Het is de plek in Amsterdam voor vernieuwend theater, zoals van het splinternieuwe gezelschap Funhouse, rond Rob van Houten. Maar Austen haalt ook veel Engelse theatermakers naar Nederland. Neerlands Hoop geeft er graag uiting aan dat het niet ingedeeld wil worden bij het middelbare dan wel bejaarde Nederlandse cabaret, maar onderdeel is van de wereldwijde jongerencultuur. Daar waar de opvatting heerst dat je je ambities kunt verwezenlijken als je gelooft in je talent. Of zoals ze in 1978 zingen: Doen! Doen wat je niet laten kunt, dat moet je doen!

Dat zelfvertrouwen is er vooral bij Bram Vermeulen. Hij is opgegroeid in een socialistisch gezin en gaat naar het Montessori. Zijn moeder is een heel goede turnster. Ook zelf is hij dus al vroeg een topsporter. Freek de Jonge is van nature veel onzekerder en zijn succes moet nog komen. Hij weet donders goed wat hij wil, maar ook dat het tijd zal kosten. En 12 juni 1968 sterft zijn vader dus onverwacht. Net als het allemaal begint. Het remt hem niet, integendeel zelfs, maar het is even niet allemaal vanzelfsprekend wat er gebeurt. Freek de Jonge: ‘Mijn vader was een uitstekende amateur-dichter, die er ieder jaar op Sinterklaasavond weer in slaagde de kinderen te laten lachen en moeder te laten huilen. Zoals het hoort.’ Hij heeft het vak dus niet alleen aan Toon Hermans, maar zeker ook aan zijn vader te danken.

Een jaar of vijf denkt hij dan nog wel nodig te hebben voor zijn succes. In juni 1967 weet hij al dat dat zich voor hem uiteindelijk toch zal afspelen binnen de cabarettraditie, maar ook… als solist! Dan zegt hij in een interview: ‘Ik wil over vijf jaar een one-man-show op de planken brengen. Daar is behoefte aan, want de drie grote mannen worden ook een dagje ouder. Kijk, ik wil niet beweren dat ik onmiddellijk gevierd zal zijn. Integendeel! Maar het is wel zo dat ons cabaretje goed gaat, ik volgend jaar acteer- en zanglessen ga nemen en dat zal mij veel leren. De critici moeten maar uitmaken of dat kan gebeuren of niet.’

A-muzikaal, onfatsoenlijk en oncollegiaal

In de ogen van Freek de Jonge zijn de programma’s van Neerlands Hoop het werk van een cabaretier en een begeleider. Niet achter de schermen, want in de eerste jaren is het Bram Vermeulen die er, met zijn sportersmentaliteit, wel voor zorgt dat ze in topconditie zijn. Kwestie van trainen – het juiste woord, want ze benaderen elk optreden als een sportwedstrijd. En zowel op als naast het podium is Bram er niet de persoon naar om niet van zich te laten horen. Hij is een man van groot gebaar, luide stem en altijd beter weten.

Voor Freek de Jonge, niet alleen onzeker maar ook slechtziend, onhandig en ongelukkig met zijn uiterlijk, is Brams nadrukkelijke begeleidersrol een houvast. Bram is een matig pianist, maar wat maakt het uit. Gewoon doen! Achter zijn rode elektrische piano zit hij te grijnzen en bevestigend te wippen op zijn eveneens rode kruk. Reageert het publiek niet, dan doet Bram dat nog altijd wel met zijn harde lach of een kreet van enthousiasme. Bovendien vullen ze elkaar goed aan. Vermeulen kan mooi tekenen en heeft veel gevoel voor vormgeving en compositie. En hij is degene die tijdens het repeteren haarfijn aanvoelt waar Freeks woordenstroom nodig onderbroken moet worden door muziek. Of waar de volgorde niet klopt. En hij weet dat Freek wel eens vergeet dat het er niet om gaat leuk te zijn, maar dat het materiaal moet deugen. Ook daardoor maken ze van één plus één drie. En hun mentaliteit komt overeen: beiden zijn uitgesproken geëngageerd, kritisch en overmoedig.

Voor Bram Vermeulen is Neerlands Hoop niet het werk van een solist met begeleider, maar een gelijkwaardig tweemanschap: een conferencier-tekstschrijver en een zanger-muzikant-componist. En waar Freek degene is die op de voorgrond treedt, is hij degene die door zijn kwaliteiten op de achtergrond domineert. Als decorontwerper, maar ook als vormgever van de affiches en programmaboekjes. En als klankbord en regisseur, want hij is het die oog heeft voor het detail en die resultaat boekt met het herschikken van het programmamateriaal. Voor hem is het dan ook vanzelfsprekend dat hij in de latere programma’s op het podium naar voren treedt als Freek de Jonge bewust een stap terug zet.

In 2011 roemt Freek de Jonge nog steeds de sportmentaliteit van het duo: ‘Elk optreden was voor ons een wedstrijd. En die moesten we natuurlijk winnen. Dus vooraf elkaar oppeppen en in de pauze en vooral na afloop eindeloos het resultaat analyseren. Dank zij Bram dus. Die kreeg dat analytische vermogen mee vanuit het volleybal, maar misschien ook al wel door het Montessori-onderwijs, waar kritisch zijn naar jezelf en naar anderen vanzelfsprekender is dan binnen mijn gereformeerde achtergrond.

Je kunt daar te ver in gaan, wat ons ook overkwam, maar het is wel een instelling waar ik enorm van geleerd heb. Ook een aanpak die ik soms mis bij theatergezelschappen. Je moet elkaar altijd scherp houden en je moet elkaar kunnen bekritiseren om sterker, beter te worden.’

Aanvankelijk verloopt hun samenwerking vlekkeloos. Het duo gaat in 1969 dus in première. De kranten zijn niet eens zo enthousiast, maar koppen wel dat Neerlands Hoop ‘een aanwinst’ is (Algemeen Dagblad) en ‘verrassend goed’ (NRC) en ‘iets bijzonders’ (Het Vaderland). Het Vrije Volk schrijft: ‘Het doet maar een eind weg en het is puur pret.’ De Volkskrant noemt het debuut zuinigjes ‘aardig cabaret door studenten’, maar spreekt wel van ‘een verrassend programma dat eindelijk weer enige verfrissing lijkt te brengen in de fantasieloze vaderlandse cabaretsector’.

Deze aandacht voor hun eigen cabaret en hun uitspraken in een interview over andermans cabaret zorgt voor veel boekingen. Bovendien komt in de publiciteit dat prominenten uit het cabaretvak bij Neerlands Hoop in de zaal zitten. In interviews vertellen ze trots dat Wim Sonneveld een briefje heeft gestuurd met de mededeling dat hij ‘geweldig genoten’ heeft. Wim Kan daarentegen spreekt uit dat hij Bram & Freek wel erg ‘Dram & Preek’ vindt. Als in 1989 delen van zijn dagboeken openbaar worden gemaakt, kunnen we lezen wat hij op vrijdagochtend 12 september 1969 heeft genoteerd:

Hele avond mij steeds afgevraagd: doen ze (doet Freek) expres zo slecht of per ongeluk. Persoonlijkheid hebben ze zeker, maar daarnaast staat een huiveringwekkend amateurisme. Slechte plastiek of liever gezegd geen plastiek. Slechte, slordige stem. Verwondering over de unaniem mooie pers. Verwondering ook dat ‘men’ niet ziet dat Toon ditzelfde al jaren doet en veel beter. Woordspelingen zo oud als… sherrycan. Een banaan ligt voor lul op de fruitschaal. Doodmoe word ik van die Freek met die zwaaiende malende armen en benen. Toch was ik zeker vier- tot zesmaal zeer geboeid, ook door de mimische gaven van de pianist-organist Bram. Bijzonder boeiend af en toe. Maar Freek (vind ik) een drukdoenerige dikdoenige dilettant.

Het duo speelt zijn debuutprogramma door tot april 1971. In 1969 schrijft het, onder regie van Eddy Habbema, ook nog een musical voor een lustrum van de VVSL, de Vrouwelijke ­Vereeniging Studenten Leiden. Het is de tijd van de rockmusicals Hair en Tommy en zoiets willen de Leidse studenten ook graag opvoeren. De dag dat de onschuld doodging – tekst Freek, muziek en decors Bram – zal slechts drie keer spelen, maar tekst en muziek vormen in 1975 wel de basis voor een professionele musical: Een kannibaal als jij en ik.

Freek speelt, naast onder anderen Willeke van Ammelrooy en Jan Decleir, een rol in de film Mira van Fons Rademakers. Bram werkt mee aan de film waarmee Carel Struycken afstudeert aan de Filmacademie. En Bovema brengt drie plaatjes van het duo uit: twee met liedjes uit de eerste show, maar ook de drie songs van Slight Ache. Daarmee heeft Neerlands Hoop ook nog een slinger gegeven aan de Nederlandse popmuziek, want bij de opname van Zeven ballen en een piek ontmoet Thijs van Leer in de Bovema-studio gitarist Jan Akkerman, zijn latere muzikale partner in de succesvolle groep Focus.
Behalve die singles verschijnt de eerste show op twee grammofoonplaten: de in het Noord-Hollandse theaterkerkje opgenomen lp Live in Wadway en, al eerder, de studio-lp Neerlands Hoop in Bange Dagen, met daarop ook enkele liedjes uit De dag dat de onschuld doodging.

de avond valt
de dag is stuk
de dronkaard lalt
wat is geluk

de morgen naakt
ik kleed me aan
de dronkaard braakt
onaangedaan

ik pak mijn fiets
de dronkaard gaapt
de nacht is niets
voor wie goed slaapt

Peter Lohr schrijft een aanbeveling op de platenhoes van Neerlands Hoop in Bange Dagen: “Als je de bliksemcarrière van ‘Neerlands Hoop’ op de voet volgt, zijn er een paar dingen die opvallen. Allereerst het feit dat ze, al vóór hun landelijke première in Haarlem, iedereen die het maar horen wilde, toeriepen dat zij, Freek en Bram, ‘het absolute einde’ zijn. In het kort komt het erop neer dat de Nederlandse cabarettraditie, begonnen bij Eduard Jacobs, via Louis Davids, Wim Kan, Toon Hermans en Wim Sonneveld, nu zijn absolute toppunt heeft bereikt. Zo’n uitspraak kan natuurlijk gemakkelijk irriteren of met iets meer moeite een grijns veroorzaken. Die oprechte onbescheidenheid is een van de sleutels voor het succes van dit duo, dat van de satire zijn leven maakt.”

Als Jacques Klöters – indertijd een van de drijvende krachten van Cabaret Don Quishocking – in 1987 terugdenkt aan Dutch Music and Comedy Show Neerlands Hoop in Bange Dagen schrijft hij (in zijn boek Honderd jaar amusement in Nederland): “Alle wetten van het vak werden met voeten getreden: fatsoenlijk bewegen konden ze niet, hun uiterlijk sloeg nergens op, ze spraken slecht, ze zongen raar, ze waren in veler ogen a-muzikaal en uiterst onfatsoenlijk en daarbij verregaand oncollegiaal.”

Een artiest is altijd onderweg

Neerlands Hoop in Bange Dagen is het debuut van twee kritische jongens met grote bekken, maar het verrassende zit veel meer in de vernieuwende vorm dan in de onschuldige, studentikoze inhoud. Het gaat wel over overbevolking en seks en discriminatie en milieu en religie, maar meer om er iets leuks over te zeggen dan om er wat van te vinden. De liedjes en conferences zijn grappig en absurd en duikelen in hoge snelheid over elkaar heen. Maar het materiaal is los zand en, op een enkele kwinkslag na, niet kritisch. Dat is het duo dan nog alleen buiten het podium.

er zit een toepeetje in de vlaflip
o wat heeft die melkboer een bedrukte snuit
er zit een toepeetje in de vlaflip
en hoe krijg je dat er uit

Neerlands Hoop in Bange Dagen speelt dus tot april 1971. Maar omdat het allemaal niet snel genoeg kan gaan, zijn ze november 1970 al begonnen met inspeelvoorstellingen van het tweede programma: Neerlands Hoop in Panama. In dat programma valt alles veel beter op zijn plaats.

Neerlands Hoop in Panama is, zoals alle programma’s, door Bram vormgegeven vanuit de keuze de hoop van Nederland te symboliseren met de kleuren rood, wit en blauw. En de naam Neerlands Hoop in… blijkt meteen zeer bruikbaar voor het spelen met woordbetekenissen door het al dan niet aan elkaar schrijven. Na In Bange Dagen en In Panama kun je iemand op het verkeerde been zetten met Interieur. Maar een voorstelling over (ingenaaide en gebonden) boeken noem je juist: Neerlands Hoop In Genaaid of Gebonden. En het programma dat er uiteindelijk niet meer zal komen Neerlands Hoop Incognito. Of toch In Cognito?

Neerlands Hoop in Panama heeft zijn naam overigens te danken aan Pyjama-rel in Panama, een deel uit de Bob Evers-serie, zeer populair onder lezers van Aloha en Hitweek, jongerentijdschriften die ook Bram & Freek lezen.

Ook in Panama ligt het tempo ongekend hoog. Geen tijd om door en uit te lachen, want de volgende grap dient zich alweer aan. Al bij het debuut hebben de echte fans besloten dat ze meerdere keren gaan kijken om alles te bevatten en te kunnen navertellen.

De humor is veel venijniger en hilarischer. Het materiaal is niet langer alleen leuk, maar ook raak. In enkele satirische scènes is de maatschappijkritiek veel duidelijker herkenbaar. De conferencier grossiert nog steeds in grappen die stukvallen en woordspelingen die te flauw zijn, maar dat laat zich herkennen als keuze in plaats van gebrek. Ook de publieksparticipatie wint aan kracht. Hun publiek moet bij het debuut in het slotlied – Ik ken bendes douairières met een doodgewone bips, maar de gedverderrière van mijn tante is nog krakender dan chips – papieren boterhamzakjes opblazen, stukslaan, verfrommelen en naar de conferencier gooien. Deze keer is er een spel bedacht dat tot opwinding in de zaal leidt, al valt er uiteindelijk weinig te winnen. De hoofdprijs is gevallen… en kan daarom niet worden uitgereikt.

In Panama zitten meer teksten van langere adem, waardoor het programma lijn krijgt. En het liedrepertoire is veel gevarieerder: van zeer kolderiek tot uiterst serieus. Freek ziet James Brown optreden en die maakt gebruik van een microfoonstatief met ronde voet, waardoor je er veel meer en makkelijker mee kunt bewegen. Vanaf dat moment behoort dit ook tot zijn materiaal. In de liedjes ligt er veel nadruk op de popmelodieën, terwijl Bram Vermeulen zich niet alleen meer begeleidt op de elektrische piano, maar ook op een vierkorige (vier dubbele snaren) gitaar:

die avond heeft de vrouw ontzettend goed haar best gedaan
dan belt haar man op dat hij later komt met eten
ze zegt o goed maar denkt dat kan je wel vergeten
de smaak gaat eraf als ik het te lang laat staan

ze draait het gas weer uit het is al zeven uur
ze pakt het boek dat hij voor haar heeft meegenomen
en als ze denkt nu kan hij ieder ogenblik komen
gaat ze weer terug en zet de pan weer op het vuur
ze ploft terug in haar stoel pakt het boek weer in haar hand
door de honger wordt ze geeuwerig en loom
tien minuten later schrikt ze wakker uit haar droom
door de stank van fazant met zuurkool die verbrandt

Ook met Panama, dat tussen november 1970 en juni 1973 zo’n vierhonderd keer speelt, doet het duo vooral de kleinere theaterzalen aan en nog niet overal zitten die vol. Dat komt pas nadat het op 15 juni 1972 in de Haagse Koninklijke Schouwburg een programma speelt voor het Holland Festival. Plankenkoorts bestaat uit materiaal uit Neerlands Hoop in Panama, aangevuld met nieuw materiaal. Is Panama een breed palet van alles wat ze op dat moment kunnen en willen; Plankenkoorts heeft alleen maar tot doel ‘een bepaalde kijk op het theatergebeuren’ te geven. Dat doen ze in dit bijzonder amusante programma met een parodie op het artiestenbestaan op, maar ook naast het podium. Compleet met allerlei gedoe met attributen wat totaal in strijd is met de heersende cabaretopvattingen. Het duo speelt het pretprogramma slechts zo’n dertig keer: het probeert het uit met onder meer een serietje in het Shaffy Theater en na het Holland Festival spelen ze het nog achttien keer in het land. Daarna hernemen ze Panama en stromen de zalen vol. Vanaf Neerlands Hoop Express spelen ze in de grootste zalen.

Van Neerlands Hoop in Panama verschijnt een studio-lp met liedjes en later een zaalregistratie op dubbel-lp. Die krijgt als titel Weerzien in Panama. Ook Plankenkoorts wordt uitgebracht. Freek de Jonge: ‘Dat is te danken aan Frank Jansen van Bovema. Hoe goed die is, blijkt wel uit het feit dat hij een jaar later de zanger van de Utrechtse groep Unit Gloria weet te bewegen in het Nederlands te gaan zingen. Robert Long dus, die hij ook nog eens koppelt aan arrangeur Erik van der Wurff. Ook in ons geval waren het Jansens inzicht en enthousiasme die ertoe leidden dat Plankenkoorts op grammofoonplaat verscheen. En die plaat kun je toch zeker beschouwen als een belangrijke doorbraak van Neerlands Hoop.’

Radio Veronica ontdekt dat zinnen uit de conferences van die platen zich uitstekend lenen voor jingles. Het te pas en te onpas uitzenden van kreten als Zo zou ik nog wel uren door kunnen gaan en Dit is het spel, dat zijn de regels en zo moet het gespeeld worden zorgt voor een nog grotere populariteit bij het jongerenpubliek.

Bij hun platenmaatschappij, Bovema, hebben Bram & Freek inmiddels geïnformeerd naar goede muzikanten om een volgend programma mee te maken. Niet eens zozeer om een poppubliek te bereiken, maar om zelf een popbandje te kunnen zijn. Ze komen in contact met drummer Harry Heeren van De Lords, de voormalige begeleidingsband van Rob de Nijs. Ook gitarist Jan de Hont wordt gevraagd. Hij is bekend van ZZ en De Maskers, maar bovenal een veelgevraagd studiomuzikant. De Hont twijfelt te lang en raakt zijn plaats kwijt aan de 21-jarige gitarist Thé Lau. Liever hadden ze John Schuursma van Brainbox gehad, maar die is te druk bezet en noemt Thé Lau. Omdat ze nog een basgitarist zoeken, neemt De Hont die rol op zich en maakt zich in de zomer van 1973 dat instrument eigen.

Neerlands Hoop in Panama heeft gespeeld tot juli; in september starten de repetities van Neerlands Hoop Express: het duo met drie muzikanten.

de nacht is lang en eindeloos de wegen
vijf jongens vijf maanden op tournee
eens per kilometer kom je een praatpaal tegen
en de vangrail rijdt oneindig met je mee

(…)

de zon komt op nog honderd kilometer
om tien uur thuis tenminste zonder pech
je komt nooit thuis weet uit ervaring beter
een artiest is altijd onderweg
Ik tel mijn idealen en raak er steeds meer kwijt

Het is 1973 en Neerlands Hoop is pas op de helft van zijn loopbaan. Toch verstoort Neerlands Hoop Express voorgoed de vanzelfsprekendheid in de samenwerking van de conferencier en de muzikant. Het idee met drie popmuzikanten te gaan spelen, komt van hen beiden. Maar waar Bram inmiddels goed heeft leren inspelen op Freeks niet altijd gespeelde onhandigheid op het podium, hebben de anderen het veel lastiger met alles wat afwijkt van wat tijdens de repetities is afgesproken. Dat vergt een andere, veel behoedzamere concentratie, waardoor optredens stroever verlopen. En hoewel het een bewuste keuze is de popmuziek centraal te stellen en muziektheater te maken, valt er in Freeks ogen deze keer uiteindelijk te weinig te lachen.

Fans van het eerste uur haken af. Daar komt wel een nieuw, groot publiek voor in de plaats: de werkende jeugd. De voorstelling is dan ook afgestemd op de problematiek van die kwetsbare groep: persoonlijke verwachtingen versus maatschappelijke eisen, afhankelijkheid van ouders versus persoonlijke groei en de sleur van dagelijkse werk versus drugs en dromen. Maar die nieuwkomers zijn zeker geen beter publiek en in die grotere zalen is het contact sowieso al afstandelijker. Freek vindt het lastig dat Bram door zijn contact met de andere begeleiders groeit in zijn rol als muzikant, terwijl hij er zelf meer en meer buiten komt te staan. Bram legt de schuld voor een deel bij Freek, want hij heeft er opnieuw op gewezen dat die voor een hechte verhaallijn moet kiezen. Maar Freek is daar, net als bij Panama, gaandeweg het werkproces van afgeweken. Daarmee heeft hij zichzelf voor een deel buitenspel gezet en tja, dan moet hij het zelf maar weten.

De recensies zijn voor het eerst vernietigend, maar Bram, gesteund door ‘de zijnen’, roept dat die recensenten ook geen van allen verstand hebben van muziek. En als Jip Golsteijn van De Telegraaf positief schrijft, is dat ook omdat hij iemand is die daar wél verstand van heeft. Ze wisten van tevoren dat de keuze voor de muziek ten koste zal gaan van de tekst. Daarom adverteerden ze ook met de kreet ‘Een onverstaanbaar goede show’. En zo is het maar net.

Toch niet voor Freek dus. Maar er is dan ook meer aan de hand. Op 30 mei 1970 is Bram in het huwelijk getreden met Titia en op 22 februari 1971 trouwt Freek met Hella. Dat heeft het jongensavontuur vanzelf al veranderd. Precies een jaar later wordt Freeks dochter Roos geboren en 1 november 1973 zijn zoon Jork. Eind januari 1974 reizen Hella en Freek naar Texel om een paar dagen met elkaar te zijn op de plek waar hun zoon een jaar eerder is verwekt. Onderweg overlijdt hun kind. Terwijl Bram zijn verdriet eruit geschreeuwd zou hebben, houdt Freek iedereen op grote afstand van zijn verdriet. Soms zelfs onbereikbaar voor zijn gezin, maar helemaal voor die vier muzikanten die nog vier maanden met hem op tournee gaan.

Freek de Jonge: ‘Bram en Titia zijn Jork mee gaan begraven. Omdat het al niet meer goed voelde tussen ons. Omdat ik hoopte dat wij, als we dit zouden delen, er samen weer doorheen zouden kunnen breken. Omdat ik wenste dat het grote verdriet van Hella en mij weer een verbinding tussen Bram en mij zou kunnen leggen. Maar wat er gebeurde, was dat Bram er zich totaal geen raad mee wist. Hij kon geen moment bij ons verdriet komen. Dat maakte de afstand alleen maar groter. Voor Hella was het allemaal al zo moeilijk. Zij is een joodse vrouw en zeer beschadigd doordat ze door haar ouders werd afgewezen. Ook bij Neerlands Hoop is zij niet met open warme handen, maar met kil wantrouwen ontvangen. Zij brak in, verstoorde de relatie van Bram en mij. Zij voelde ook daar weer afwijzing. Dat is heel moeilijk, heel pijnlijk voor haar geweest.’

Intussen gaat het werk wel door. Express speelt tot april 1974 en er zijn voor het eerst series in de grootste theaters, waaronder Circustheater Scheveningen, het Rotterdamse Luxor en Carré in Amsterdam. Ze maken van hun VOF een BV, want ze vormen gezinnen en hebben de verantwoordelijkheid voor huizen met hypotheken. Dat jaar werken ze vooral voor televisie en wat belangrijk is: ze doen dat weer samen. Het duo maakt een serie televisieprogramma’s van elk zo’n 45 minuten: productie Just Enschedé, regie Jop Pannekoek. Geen nieuw materiaal, maar wel speciale registraties. Zes met hoogtepunten uit Neerlands Hoop in Bange Dagen en Neerlands Hoop in Panama, een met materiaal uit Neerlands Hoop Express en een rond Neerlands Hoop In Genaaid of Gebonden. De VARA zendt ze uit tussen oktober 1974 en september 1975, wanneer als negende aflevering nog een compilatie voorbijkomt.

Neerlands Hoop In Genaaid of Gebonden speelt op verzoek van de CPNB als opening van de Boekenweek op 28 maart 1975 in het Jaarbeurs Congrescentrum in Utrecht. Ze proberen het programma uit in Amsterdam-Noord, in het Cleyntheater. Na de Boekenweekavond volgen er nog een paar voorstellingen. In Plankenkoorts stond het theater centraal, deze keer is de eerste en een groot deel van de tweede helft opgehangen aan van alles rond het boek: het maken en lezen van literatuur en lectuur, poëzie en pulp. Uit het programmaboekje:

Het jonge schrijversduo De Jonge & Vermeulen heeft in de zes jaar sinds zijn debuut held Neerlands Hoop gemaakt tot de lieveling van het Nederlandse publiek en een niet meer weg te denken figuur uit onze literatuur. In de nieuwste uitgave, ‘Neerlands Hoop In Genaaid of Gebonden’, staat de hoofdfiguur voor een schier onmogelijke opgave. (…) In zijn onschuld stemt Neerlands Hoop er in toe de jaarlijkse Boekenweek met een geheel op het boek gerichte voorstelling op te fleuren.

Het programma is veel meer in evenwicht dan Express. Bram zingt veel, maar Freek heeft ouderwets de ruimte voor grappen en conferences. Intussen blijft het voor hem een zware tijd:

ik heb een kind verwekt dat ik niet lang gekend heb
toch huilt het elke dag weer in mijn hoofd
(…)
ik tel mijn idealen en raak er steeds meer kwijt

Groot persoonlijk leed en het besef dat Express niet de manier van theater maken is die hem altijd voor ogen heeft gestaan. Bram heeft zich naar de voorgrond gedrongen en Freek is sterk van mening dat dat ten koste is gegaan van zijn talent. Hij moet de touwtjes weer in handen nemen of…

Met de VARA-tv-serie en zeker ook het Boekenweekprogramma hebben ze zich beiden van hun sterkste kant laten zien en daarover zijn ze tevreden. Maar Freek wil ervoor waken dat een volgende grote theatershow hem opnieuw teleurstelt. Ook gezien de privéomstandigheden vindt hij het te vroeg om daar nu al materiaal voor te moeten bedenken.

Vaak hebben ze gezegd dat de musical De dag dat de onschuld doodging het verdient professioneel te worden uitgevoerd. Door het succes van de afgelopen jaren kan het bedrijf het financieel aan dit risico te nemen. Eddy Habbema (regie) en Larry Oaks (choreografie) zijn in de gelegenheid om opnieuw de kar te helpen trekken. Just Enschedé niet. Die heeft het te druk met zijn studie.

Joop van den Ende – eigenaar van een feestartikelenwinkel, maar bekender als theaterproducent van de André van Duin-Revue, manager van popband Mokum Beat Five en sinds kort ook tv-producent – neemt de productie aanvankelijk op zich. Daarvoor wordt naast Good Boy Productions de BV Good End Productions opgericht. Tot een goed einde komt het overigens niet, althans niet financieel.

De cast is teruggebracht van de 25 amateurspelers met orkest van de Vrouwelijke Vereeniging Studenten Leiden tot een muzikaal trio onder leiding van Jan de Hont en acht professionele bespelers uit verschillende disciplines. Onder hen acteur Carol van Herwijnen, rockzanger Bill van Dijk en allrounders Corrie van Gorp en Willem Nijholt.

Het thema blijft gehandhaafd: het goede ontkomt niet aan de invloed van het noodzakelijk kwade. Oftewel: jeugdige onschuld krijgt te maken met een maatschappij die eisen stelt, wat ook in Freeks eerste soloprogramma’s en film het belangrijkste thema is. Wel wordt het verhaal van De dag dat de onschuld doodging volledig herschreven, want een heel seizoen toeren in de grote theaters vraagt om een stevige basis.
Aan het begin van de repetities van Een kannibaal als jij en ik constateren de makers dat er nauwelijks tekst is voor Willem Nijholt, terwijl hij toch hoofdrolspeler is. Freek zet zich aan de eerste van een aantal nieuwe versies, maar Eddy Habbema zal uiteindelijk toch kiezen voor de vroegste, hoeveel er ook op is aan te merken. Bram, verantwoordelijk voor de muziek en de decors, kan tijdens de repetitiefase een constructieve bijdrage leveren. Maar Freek is van zijn eigen optredens gewend dat elke goede inval een kans verdient. Dit zeer tot ergernis van Eddy Habbema, die constateert dat hij daarmee bij de toch al onzekere spelers alleen maar voor verwarring en onrust zorgt. Freek wordt op afstand gehouden, ook door Bram, wat hij hem erg kwalijk neemt.

De musical gaat in première op 1 oktober 1975 in het Nieuwe De la Mar. De recensies zijn positief over het musicalverhaal, waarin de westerse beschaving zich letterlijk een weg baant naar een stam in de jungle. Jack Jungle, gespeeld door Nijholt, vlucht en komt terecht in het variété van Bom Duiten (Van Herwijnen). Als hij de leegheid van dat bestaan ervaart, komt hij in opstand. Tevergeefs. Met geweld wordt ook hij gedwongen tot grijs geluk in de grijze middelmaat. De recensenten vinden dat het stuk op te veel gedachten hinkt. De kritiek op Willem Nijholt betreft zijn te karikaturale rol, maar dat verwijt men niet hem. In het algemeen geldt dat de goede prestaties van sommige spelers niet kunnen verhinderen dat er twee spelers in het stuk node gemist worden: Bram & Freek zelf.

De productie is dan inmiddels weer overgenomen door Just Enschedé, vooral door de grote verschillen in inzicht met Van den Ende. Zo is die van mening dat zo’n musical gediend is met smeuïge publiciteit via Telegraaf en televisie, wat Neerlands Hoop nu juist niet wil. Enschedé trekt de organisatie weer naar zich toe, ook voor de speciale tv-registratie die de VARA ervan maakt. Maar ook hij kan niet meer verhinderen dat de voorstelling na bijna honderdvijftig keer spelen afsluit met een verlies van ruim honderdvijftigduizend gulden.

Freek de Jonge: ‘Joop van den Ende zat opgescheept met Rob van Reijn, die zou meespelen in een productie die niet doorging. Hij wilde daarom dat Van Reijn deel ging uitmaken van de cast van Een kannibaal. Dat wilden wij niet, want ons oog was toen al gevallen op Ferd Hugas. Het conflict liep zo hoog op dat het bij de rechter moest worden uitgevochten. Die zaak hebben we verloren. Dat betekende dat wij moesten opdraaien voor het jaarsalaris van Van Reijn: zo’n veertigduizend gulden. En we hadden al zoveel tegenslag. Zo hadden we erop gehoopt dat Guus Oster de productie veertien dagen in zijn Theater Carré zou laten spelen, maar die durfde het risico uiteindelijk niet aan. De voorstelling heeft daar uiteindelijk maar een paar dagen gespeeld. Hartstikke uitverkocht. Met zo’n langere serie in Carré zouden we uit de kosten zijn gekomen.’

Ik heb geluk gehad

In april 1975 hebben ze ieder een setje gouden platen mogen ontvangen vanwege de goede verkoop van hun lp’s. In zijn toespraak zegt Freek dat de pers nu even niet meer hoeft te rekenen op musicals die ze schrijven of televisieshows die ze spelen. De zeven vette jaren van Neerlands Hoop Doet Alles zijn voorbij. Nu komen de zeven magere jaren van Neerlands Hoop Doet Alleen Waar Het Het Best In Is. Deze zeven jaar zullen ze niet meer volmaken, maar dat weet Bram dan nog niet. En Freek? Die weet nog niet of hij wel zal durven breken.

December 1975 is het duo begonnen met het inspelen van Neerlands Hoop Interieur. Freek de Jonge laat er geen misverstand over bestaan dat het deze keer moet zoals hij het wil. In Express was er te weinig ruimte voor zijn vakmanschap. Bovendien is er het verkeerde publiek mee bereikt. Hij zal zich deze keer laten gelden en hoopt zo het betere theaterpubliek terug te winnen. En tenslotte: met Een kannibaal is veel geld verloren gegaan. Ook dat vereist een goed programma. De tijd van onbezonnenheid is voorbij. Dat ze zelf mannen zijn met een gezin en een hypotheek, is een mooi thema voor de voorstelling.

Het huisje-boompje-beestje-gevoel staat centraal, maar dan in allerlei vormen en facetten: van anekdotes over emancipatie en gezinsplanning, via conferences over falende ouders en eenzame oudjes tot het lied van de cabaretier die zichzelf nauwelijks de kans gunt thuis te komen:

ja ik sta hier en jij zit thuis met twee kinderen
die me straks hun opvoeding verwijten
ik heb geen zin me nu al vrij te pleiten
ik ben gevangen en een beetje op de vlucht

daarom wil ik dat je weet dat ik naar je toe vlucht
en dat ik bang ben voor woorden als liefde en geluk
want ik maak altijd alles stuk met schelden en vloeken
ik wil dat jij me vrij laat om naar jou te zoeken

Bram heeft opnieuw aangedrongen op een stevige verhaallijn en die deze keer niet uit het oog te verliezen. In Interieur biedt het verhaal van de ontslagen snoepverkoper S. uit Appelscha een prachtig uitgangspunt. Ook deze keer besluit Freek echter om die lijn dun te houden.

Interieur speelt twee jaar door: tot december 1977. Ook nu zijn er series geboekt, onder meer in de Stadsschouwburg Haarlem, in Carré en zelfs twee keer in het Rotterdamse Luxor Theater. En de voorstelling kent enkele series in Vlaanderen, waarvan ook een lp-registratie verschijnt: Heimwee in Holland, opgenomen in Brussel. De tour is lang en Bram beleeft er steeds minder plezier aan. In de vier slotmaanden keert Jan de Hont terug. Bram & Freek zijn inmiddels in gesprek over een volgend programma. Omdat Jan de Hont daarvoor gevraagd is, kan hij in de laatste serie meebouwen aan die nieuwe voorstelling.

Hij treedt ook mee op in de drie afleveringen die de VARA-tv van het Interieur-programma maakt. Waarom in drie keer? ‘Mensen kunnen het tegenwoordig niet meer opbrengen om de hele avond naar dezelfde koppen te kijken’, zegt Freek in een interview voor de Veronica-gids.

Jan de Hont werkt in 1976 ook mee aan Hoezo Jeugdsentiment? John Lennon brengt in 1975 Rock ‘n Roll uit: een lp met songs die hem in zijn jeugd hebben geïnspireerd. Bram & Freek doen hem na met hun jeugdsentiment uit de jaren vijftig en zestig, waaronder liederen van vakbroeders als Peter Koelewijn (Marijke) Ramses Shaffy (5 uur) en Cornelis Vreeswijk (Waar gaan wij naar toe na onze dood), maar ook liedjes als Peter (van NCRV-meisjeskoor Sweet Sixteen), Kleine Kokette Katinka (van De Spelbrekers) en Beestjes (van Ronnie en de Ronnies). Ook Freeks vroegere idool Jaap Fischer nemen ze op: Blaren. Maar de platenmaatschappij is er niet van op de hoogte dat Fischer niet als auteur-componist is aangesloten bij auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra. Dat betekent dat men hem persoonlijk om toestemming had moeten vragen en dat is niet gebeurd. Fischer, die dat jaar zijn rentree maakt onder het pseudoniem Joop Visser, heeft slechte ervaringen met de geldwolven van de platenindustrie. Hij weigert zich te laten bedriegen. Bram & Freek kunnen hem niet op andere gedachten brengen en dus verdwijnt zijn lied van de lp.

Dertig jaar later deugt de platenindustrie nog steeds niet, vindt Fischer. Als in 2006 een cd-box verschijnt met alle lp-registraties van Neerlands Hoop, maakt ook Hoezo jeugdsentiment? daar deel van uit. Volgens de inhoudsopgave is Ik heb genoeg van jou (van Jan de Honts ZZ en De Maskers) het zesde nummer, maar op de cd is dat… Blaren. Wel tien liedjes, want Marijke ontbreekt. Als de fout ontdekt wordt, krijgt de cd-winkel alsnog het schijfje met de toenmalige grammofoonplaatregistratie toegestuurd met het verzoek het andere cd’tje terug te sturen. Maar genoeg fans hebben en houden de eerste versie in hun bezit.

Neerlands Hoop Interieur speelt lang door en de gesprekken naar en na optredens zijn die van partners in een slecht huwelijk. Ze zwijgen of hebben woorden. Freek spreekt uit dat Neerlands Hoop om hem draait. Bram stelt daar tegenover dat hij nog altijd degene is die de voorstelling voor de helft mee bedenkt, ermee op het podium staat, alle muziek maakt, verantwoordelijk is voor de vormgeving en het geluidsplan. In interviews werpt hij op dat hij, net zoals toen hij volleybalde, de spelverdeler is: de man met overzicht, die strategie bepaalt en die goede spelers nog beter maakt en laat scoren.

In Hoezo Jeugdsentiment? mag de groeiende rivaliteit naar de achtergrond, want Bram geniet van het muziek maken met een band en Freek van het repertoire waar hij zoveel affiniteit mee heeft. Aan de grammofoonplaat werken, naast Jan de Hont, ook zangeres Patricia Paay en de Volendamse band The Cats mee. The Cats maken deel uit van het koortje in Peter, dat Bram geraffineerd arrangeert naar Walk on the wild side van Lou Reed. The Cats werken ook mee aan het eenmalige concert in een uitverkocht Carré op 13 september 1976.

Al net zo gretig beginnen ze half februari 1978, twee maanden na de dernière van Neerlands Hoop Interieur, aan Bloed aan de Paal. Het Nederlands elftal heeft zich gekwalificeerd voor het WK voetbal in Argentinië, maar mensenrechtenorganisaties als Amnesty International spreken schande van het bewind van generaal Videla. Juist omdat Freek een groot voetballiefhebber is en Bram een voormalig topsporter, vinden ze dat ze recht van spreken hebben met de actie Bloed aan de Paal, gebracht door Neerlands Hoop & Music Garden. Music Garden is de band die Thé Lau en Jan de Hont meteen na Express hebben opgericht. Jan de Hont is er inmiddels uit gestapt, onder meer vanwege zijn medewerking aan Interieur en in de toekomst aan Neerlands Hoop Code.

Bloed aan de Paal wordt een tournee van vier maanden en zo’n dertig voorstellingen onder het motto: ‘Oranje kan iets bereiken door niet naar Argentinië te gaan.’

Hartelijk welkom vanuit een Olympisch Stadion in Berlijn. Op de eretribune zit Adolf Hitler, geflankeerd door Prins Bernhard en Pieter van Vollenhoven. (…) Op dit moment (…) is het wachten op het elftal van de Israëli. (…) Het is zo (…) dat drie uur geleden hier een trein met Israëli is gearriveerd. Maar in tegenstelling tot bij een normale sportwedstrijd zijn zij reeds voor aanvang onder de douche gegaan en sindsdien nog niet teruggezien. Wel weten wij dat er op dit moment reserves uit heel Europa worden aangevoerd en wij kunnen gaan tot ongeveer zes miljoen reserves.

‘Oranje kan iets bereiken door niet naar Argentinië te gaan.’ Maar Nederland gaat wel en de actie kan niet op ieders sympathie rekenen. Waarom Bram dan wel in Oost-Europa ging volleyballen, vraagt men hem. Hij antwoordt: ‘Oost-Europa is onze vijand en daar vecht je tegen. Argentinië is een bondgenoot en daar voer je actie tegen.’ Als Erik van Muiswinkel in januari 2008 Nederlandse sporters oproept om de Olympische Spelen in China te boycotten, rekent hij op Freek de Jonge, immers actievoerder in 1978. Maar die weigert resoluut en geeft daarvoor hetzelfde argument als Bram indertijd. Namelijk dat Argentinië een soort bondgenoot was. Daartegen moet je de waarheid zeggen. China is geen bondgenoot en moet je niet voor het hoofd stoten. In zo’n geval moet je de dialoog zoeken.

Dat Neerlands Hoop eindig is, blijkt ook in april 1978, nog tijdens de tournee van Bloed aan de Paal. Het plezier van Hoezo Jeugdsentiment? willen ze overdoen met een studio-lp met nieuwe liedjes. Zoals altijd: teksten van Freek en composities van Bram. Bram speelt toetsen en gitaar. Ook Jan de Hont speelt gitaar en Freek gaat drummen. Ze huren kasteel Nemerlaer in het Brabantse Haaren. Ook dit weer naar voorbeelden uit de popmuziek, want dagenlang tot elkaar veroordeeld zijn zal verbroederen. Maar vanaf de eerste dag van opname blijkt dat Bram alles al zó ver heeft voorbereid dat Freek niet meer ruimte krijgt dan de nummers te spelen en te zingen. En Bram heeft het er zelf niet naar zijn zin omdat hij zich irriteert aan de koppigheid van hun Bovema-producer Eddy Hilberts. Maar zijn ergernis wordt nog groter als zijn beide kompanen na een paar dagen besluiten de avonden niet meer met hem door te brengen. Ze vinden het vermoeiend en gaan na de opnamen liever naar hun gezinnen om de volgende ochtend weer fris terug te keren. Bram & Freek: twee mannen ongelukkig in hun rol. Ik ben volmaakt gelukkig. Maar niet heus:

laat me maar laat me maar
ik ben volmaakt gelukkig
of liever nog ik heb geluk gehad

Het is beter zo

Tot eind juni 1978 is het actieprogramma Bloed aan de Paal gespeeld. Anderhalve maand later, op 12 augustus 1978, is de eerste inspeelvoorstelling van Neerlands Hoop Code. Nou ja, eigenlijk van Offsmboet Ippq Dpef, waarbij geldt A = B, B = C et cetera.

Bram heeft opnieuw gezorgd voor het toneelbeeld, het geluidsontwerp, affiche, programmaboekje. Hij voelt zich goed. Interieur was geen fijn programma, maar nu lijkt het erop dat zijn aandeel op het podium weer vijftig procent is. Hij is blij met de aanwezigheid van Jan de Hont, terwijl ook Freek een rol als muzikant krijgt, want hij blijft drummen. En het materiaal is heel goed en heel breed. Ze zijn kritisch naar elkaar toe geweest. In de eerste jaren was het vanzelfsprekend dat Freek een nieuwe tekst schreef als Bram iets niet goed genoeg vond. Dit vanuit Freeks motto: ‘Een tekst is nooit af, een verandering is meestal een verbetering en weggooien is vaak de beste verandering.’ Bij Express drong Bram niet genoeg aan op nieuw materiaal; bij Interieur trok Freek zich er niets van aan. Ze hebben lang gesproken over de naam Neerlands Hoop Code als thema voor de voorstelling: het idee dat tekst en muziek meer betekenis in zich moeten herbergen dan je als toeschouwer denkt. En ook over de keuze binnen de verhaallijn te werken met teksten in de afstandelijke derde persoon tegenover de persoonlijke ik-vorm. Code is het meest theatrale programma. Freek heeft prachtige conferences geschreven en hij acteert nu ook echt. Daarnaast is hij de entertainer die goochelt, maar ook een halsbrekende act op rolschaatsen uitvoert: De Grote Hudori. En Bram mag elke avond het mooiste Neerlands Hoop-lied zingen:

opa heeft mij een fiets beloofd
wat heeft die man daar een raar hoofd
heeft die zijn kinderen ook geslagen
weet je pap een nieuwe fiets
voor mijn verjaardag vind ik niets
ik ga zo’n plank op wieltjes vragen

(…)

mama is lief mama is lief
mama gaat zo vaak op stap
heb je geen zakdoek pap
en als je hier nog lang moet blijven
kom je niet op mijn verjaardag
en hoe krijg ik dan mijn cadeau
niet dat je thuis moet komen hoor
het is veel beter zo

In de recensies van Code is, ook door zo’n lied als Beter zo, veel waardering voor het vakmanschap van Bram Vermeulen als zanger-componist. Maar ook is er onverwacht vlijmscherpe kritiek. In Interieur hebben ze hun ‘conflict’ ook op het podium beslecht, maar in satirische vorm. Zoals de keuze van Bram om in een overall te lopen, terwijl Freek in pak was. Of het moment waarop Freek de plug uit Brams elektrische gitaar trekt om verstaanbaar te kunnen zijn. Maar dat was niet met het doel dat publiek of recensenten last van hun tweestrijd hebben.

Maar in interviews in die periode heeft Bram, ongelukkig met Interieur, dus wel heel nadrukkelijk gewezen op zijn betekenis als spelverdeler. Daardoor zijn mensen anders gaan kijken naar het duo: met meer waardering voor Bram of juist niet.

Freek de Jonge: ‘Laat het maar gewoon gezegd zijn: Bram moest van heel ver komen. Van onze begintijd zijn nauwelijks opnamen bewaard gebleven, maar Bram is opgeklommen van pianist op een verdekte plaats achter op het podium tot de helft van een fantastisch duo. Iets meer nederigheid zou hem hebben gesierd. Ik heb al gezegd wat Bram zijn grote verdiensten zijn geweest: zijn kritisch vermogen, zijn energie, zijn moed. Maar als het niet meer goed voelt met iemand, ga je je meer irriteren aan de gebreken dan dat je nog kunt genieten van de kwaliteiten. Ik kreeg ook helemaal genoeg van de wijze waarop hij met de roem omging. Altijd die grote bek, altijd dat geflirt met vrouwen. Ik dacht soms: hoe kan ik in godsnaam Titia onder ogen komen als ik weet wat jij achter haar rug om flikt.’

Ook Code gaat, 13 september 1978, in première in de Haarlemse Stadsschouwburg. Vermaard Parool-criticus Hans van den Bergh prijst het talent van ‘duivelskunstenaar’ Freek, maar stelt dat Bram ‘noch in tempo, noch in humor, noch als theaterpersoonlijkheid’ kan meekomen. En het Leidsch Dagblad vindt dat Freek geïsoleerd staat, omdat hij de solist is naast een duo: Vermeulen en De Hont. Dat duo is verantwoordelijk voor ‘harde, ongenuanceerde muziek, eentonig gedreun en verveling’ (De Telegraaf). De hardste klap deelt Vrij Nederland uit. Theaterrecensent Anton Koolhaas heeft de hele carrière van Neerlands Hoop gevolgd en vond het duo afschuwelijk (in Express), bijzonder (in Interieur), heel goed (in het debuut), nog beter (in Panama) en geweldig (in Plankenkoorts). 23 september 1978 is het niet Koolhaas, maar Piet Grijs die over het duo schrijft. Hij wijdt zijn wekelijkse column aan de rolverdeling binnen duo’s naar aanleiding van het zien van ‘Freeks nieuwe programma Neerlands Hoop Code, waarin Freek tot volle rijpheid is gekomen’. Na de constatering dat de snoepzakjes rondgaan in de zaal als Bram zingt en dat mensen zich verslikken in dat snoepje als Freek weer op het toneel verschijnt, komt hij tot de conclusie dat je, ondanks dit alles, het heengaan van Bram niet kunt eisen. Immers: ‘Dan kun je ook aan dokter Jekyll vragen of hij van dokter Hyde wil scheiden.’

Vooral omdat ze zelf het idee hebben een prachtig programma gemaakt te hebben, valt de kritiek zwaar. Het drijft hen uit elkaar. Freek deelt veel van de kritiek en vraagt zich af of dit niet het moment moet zijn dat… Bram vermoedt dat Freek… Voor het eerst is hij zijn zekerheid kwijt. Just Enschedé ziet wat er gebeurt en is niet meer bij machte in te grijpen. Hij is er tijdens Code nog maar zelden bij als ze ergens spelen.

Op 20 december 1978 is hij er wel. Hij heeft al eerder aangegeven te willen stoppen, maar nu wil hij knopen doorhakken. In de Twentse Schouwburg bespreken ze dat hun driemanschap op 1 augustus 1979 eindigt. Dan zal hij terugtreden als directeur van Good Boy Productions. Alle drie denken ze dat Bart de Groot, bij Bovema verantwoordelijk voor de Nederlandse kleinkunst en dus ook voor hun platen, een goede opvolger is. Freek belt hem en vraagt of ook hij die avond naar de Twentse Schouwburg wil komen. Al half januari 1979 wordt hij directeur van het bedrijf van Neerlands Hoop. Tot 1 augustus 1979 met Just Enschedé en daarna alleen, al zal dat nog geen half jaar duren.

De besten waren wij

Bram is zijn zekerheid kwijt, maar nog niet zijn sportmentaliteit. Opgeven kan altijd nog. Code speelt tot december 1979 en dus zal er een nieuw programma moeten komen in 1980. Bram bedenkt Neerlands Hoop Incognito. Omdat Freek geen inspiratie toont, komt Bram met het programma-idee. Hij zal de entertainer spelen die de hele avond staat te zingen. Freek stelt voor daarvoor ouder repertoire te gebruiken van Neerlands Hoop of misschien wel in de stijl van Hoezo Jeugdsentiment? Wat ook kan: volksrepertoire zoals hun eigen beginliedjes voor het Songfestival, voor Joop Doderer of Johnny Jordaan… Dat vindt Bram geen goed idee en voor het eerst gaat hij zelf liedjes schrijven. En dat vindt Freek weer niks.

Voor de zomer van 1979 zijn ze nog niet echt verder gekomen. Van 11 tot 21 juli 1979 speelt Neerlands Hoop in Londen. Zeven optredens in het Royal Court Theater als Dutch Hope. Dat was al afgesproken en de beroemde dramaturg Snoo Wilson heeft zijn vertalingen al klaar. Wilson was hen aanbevolen door Ian McEwan, die zij eerder als vertaler hadden benaderd. En dus brengen ze Breaddish (Broodschotel) en Tim, the mongol, who belongs more to the flowers than we do (Kijk, dat is Kees), maar ook actuele, speciaal voor of op Londen geschreven conferences.

Jan de Hont is niet mee en omdat ze daar een klein theater moeten veroveren voelt alles weer zoals toen Neerlands Hoop in 1968 begon. Bram wil werken aan Neerlands Hoop Incognito, maar Freek laat doorschemeren dat hij twijfelt over de toekomst en veel met Hella praat over zijn carrière. Zo heeft hij inmiddels besloten een tv-programma te gaan presenteren: Denkbeeld. Bram ziet in dat hij Freek voorgoed kwijtraakt en maakt machteloze ruzie. Na die week hebben ze maar twee weken vrij en begint Code aan zijn tweede theaterseizoen met een serie van zes weken in het Rotterdamse Luxor.

In de laatste week van die Rotterdamse serie beleeft Neerlands Hoop zijn persoonlijke Nine Eleven. Op 11 september 1979 belt Freek Bart de Groot en meldt dat hij een gesprek wil. Of hij naar kantoor kan komen. Bram viert thuis het verjaardagsfeestje van een van zijn twee dochters, maar ook hij komt naar kantoor. Het wordt een zakelijk gesprek. Freek stopt met Neerlands Hoop. Ze zullen tot en met 23 december doorspelen. De serie in Carré, die gepland staat voor de hele maand april van 1980, doet Freek alleen. Hij heeft een soloprogramma bedacht. De verplichting voor Holland Festival 1980 kan Bram dan op zich nemen, misschien met het repertoire dat hij heeft geschreven voor Neerlands Hoop Incognito. Dat zal het begin worden van Bram Vermeulen & De Toekomst. Bart de Groot, die met Freek een intensiever contact heeft dan met Bram, gaat voor Freek werken.

Die laatste maanden zijn heel erg onplezierig. Voor een optreden eet Bram samen met Jan de Hont en technici. Freek komt pas na zeven uur binnen, blijft in de kleedkamer en is na afloop van de voorstelling meteen weg. Hij stoort zich enorm aan Bram en aan zijn eigen ploeg. De herrie, de bravoure – hij voelt dat hij er niet meer bij hoort en wil er ook geen deel meer van uitmaken. Orlow Seunke maakt een tv-film van Code en heeft daarvoor contact met Bram of Freek en zelden met hen samen. Uit het contact met Freek ontstaat in 1980 Seunke’s rol in De Komiek.

Freek de Jonge: ‘Wij wilden als grote mensen uit elkaar gaan, maar dat lukte gewoonweg niet. Zoals je in een huwelijk ook niet meer samen moet blijven als je je vertrek eenmaal hebt aangekondigd. Hoe zwaar het me allemaal viel, blijkt goed uit mijn reactie die elfde september. Ik wist dat ik Bram had weggeroepen van de verjaardag van zijn dochter. Nadat hij was weggegaan en ik zijn verdriet kon aflezen aan zijn rug, voelde ik me zo treurig en zo bezwaard. Toen ben ik naar zijn huis aan de Keizersgracht gegaan. Ik heb voorgesteld om pannenkoeken voor alle kinderen te gaan bakken. O, wat was dat pijnlijk daar in huis. Letterlijk dicht bij elkaar, maar nooit eerder zo ver van elkaar verwijderd. Dat vergeet ik nooit meer.’

In het theater van hun première beleven Bram & Freek nu hun dernière. In de Haarlemse Stadsschouwburg zien vrienden en betrokkenen de laatste voorstelling en na afloop is er een bescheiden feestje. Thé Lau treedt op met zijn band. Liesbeth List zingt Vogelvrij, want zij is een van de weinigen die een Neerlands Hoop-lied heeft gecoverd. Riet Henius en Carol van Herwijnen roepen Een kannibaal in herinnering. Joop Visser bewijst dat Jaap Fischer niks tegen Bram & Freek persoonlijk had met de keuze op zijn Blaren te gaan zitten. En Bram & Freek zelf? Die hebben met elkaar afgesproken geen bijdrage aan de avond te leveren, want het is allemaal al ingewikkeld en pijnlijk genoeg. Totdat Freek laat weten ook iets ingestudeerd te hebben, het podium op stapt en Bram toespreekt met een gedicht dat eindigt met:

ik zal doorgaan als Toon Hermans en Bram trekt met zijn band van bal tot bal
nog een half jaar grote bekken en zo komt hoogmoed voor de val
Bram, wat er van ons duo restte is IK en IK en dan misschien HIJ
maar ik zal nooit meer zeggen IK ben de beste want de besten waren WIJ

Twaalf jaar Bram & Freek

In 1981 stelt journalist Frits Oppenoorth, geadviseerd door Just Enschedé, de lp De Toetjes samen: een bloemlezing van bijzondere opnamen van De Paradijsvogels, Slight Ache, Neerlands Hoop en Dutch Hope. Ook schrijft Oppenoorth dat jaar het boek Neerlands Hoop 1968-1980. 12 jaar Bram & Freek. Hij spreekt daarvoor uitgebreid met Willem Diepraam, Just Enschedé, Bart de Groot, Eddy Habbema, Jan de Hont en Ivo de Wijs. Die bijdragen staan als interview afgedrukt. Bram Vermeulen zegt op dat moment nog geen bevredigende formulering te kunnen geven voor die periode en al helemaal geen conclusie te kunnen trekken. Hij werkt aan het boek mee door een strip te tekenen. En Freek?

Hij zegt nog niet in staat te zijn een afgerond oordeel te geven. Hij zegt zich al enige tijd erg moe te voelen, te dromen van Neerlands Hoop en zich er op te betrappen dingen te doen, bewegingen, gebaren te maken die Bram altijd maakte. Het boek heeft nog steeds zijn instemming, maar hij wil er niet bij betrokken worden.

Vanaf 1986 zingt Freek de Neerlands Hoop-liedjes weer in het theater. Solo, waarbij hij zichzelf begeleidt op piano en de laatste jaren ook op gitaar. En hij doet dat met Frits (Freek en de Nits), zijn eigen Neerlands Hoop Express. Tot 2004 lukt het Bram & Freek elkaar zo veel mogelijk te ontlopen en alleen van grote afstand te volgen. Er is pas weer persoonlijk contact in 2003 als Hella en Freek in het nieuwe De la Mar naar Zonder titel gaan kijken, Brams laatste theatervoorstelling. Bram, die van Freek alleen zijn solodebuut De Komiek in het theater zag, voelt zich zeer vereerd. En Freek: die voelt in de zaal een enorme behoefte de tweede stem te gaan zingen bij de liedjes van Bram.

Als Freek in 2004 zestig wordt, vraagt hij Bram mee te werken aan een aflevering van Freeks programmaserie De Vergrijzing. Daarin wil hij namelijk stilstaan bij Neerlands Hoop. Bram ziet ervan af alles weer op te rakelen. En daarna kan het niet meer, want Bram Vermeulen sterft op 4 september 2004 aan een hartaanval. Het is de zaterdag van de eerste tv-opname van De Vergrijzing. Een week later spreekt Freek op de crematieplechtigheid en sluit af met een buiging naar de kist. Een van de afleveringen van de serie wordt een In Memoriam Neerlands Hoop, waarbij Freek en gasten, onder wie Jan de Hont en Thé Lau, Neerlands Hoop-repertoire vertolken en waarin Freek zich laat interviewen over die jaren. Het is voor het eerst dat hij zo openhartig over die periode spreekt.

In 2006 verschijnen alle lp’s van Neerlands Hoop in een slordige cd-box. Met Blaren van Jaap Fischer dus, maar bijvoorbeeld ook met de vermelding dat Ik ben volmaakt gelukkig live is opgenomen in onder meer de aula van de TH Delft, wat niet waar is, want dat geldt alleen voor de opname van Bloed aan de Paal. Een dvd-uitgave van de zes videobanden met tv-programma’s en theatershows van Neerlands Hoop laat al jaren op zich wachten.

Anno 2011 is Neerlands Hoop voor Freek de Jonge geen periode uit zijn leven meer die achter hem ligt, maar het tijdvak dat zo’n belangrijk deel van zijn artistieke loopbaan vormt: de twaalf jaar waarmee het allemaal begon.

KRITIEKEN

‘In de hoogst wonderbaarlijke rijkdom van het Nederlandse cabaret zijn weer twee nieuwe talenten opgestaan. (…) Ze wonnen het publiek met zo overrompelend veel grappen, gezeur, fritsen en fratsen, dat het publiek doodmoe van alle vormen van lachen die het een avond lang had beoefend, het pand verliet. Freek de Jonge (…) bestaat het om de avond lang geen moment niet aan het woord te zijn met goede en flauwe grappen, goede en slappe liedjes, nummers, uitbeeldingen, parodieën en levert daarmee puur fysiek al een prestatie waarmee hij vrijwel al zijn collega’s van het cabaret in de schaduw zet.’ (A. Koolhaas in Vrij Nederland, 20 september 1969)

‘Ze zijn origineel, onweerstaanbaar, onbedaarlijk dwaas, maar dat alles dan weer met de kracht en een ongenadige vitaliteit die van ieder optreden een tour de force maakt: een soort oerkracht in het komische, die volstrekt contrasteert met de glorificatie van slapheid in teksten, mimiek en motoriek. Het opzienbarende is dat hun tweede programma dat verrassingselement van het eerste prolongeert. Bij Neerlands Hoop in Panama (…) zit men met Neerlands Hoop in Bange Dagen nog in de herinnering, voortdurend “o ja” te denken en het wordt zelfs een regulier O-ja-Erlebnis omdat dit “o ja” teruggaat naar aangetikte herkenningen van een volstrekt nieuwe benadering van het hedendaagse beleven van alle onzin onder Neerlands wolkenluchten.’ (A. Koolhaas in Vrij Nederland, 25 september 1971)

‘Er bestaat niets treurigers op het toneel dan de gebluste humorist. Osborne heeft hem in The Entertainer vorm proberen te geven, maar de werkelijkheid van de op vermakelijkheid duidende, reeds lang gedode trekken van de gebluste beroepshumorist is triester. Bij Freek de Jonge is het omgekeerde het geval. Niets ligt zo ver van zijn trekken en zijn motoriek als het “van alle wateren gewassen” zijn. Hij is geen moment niet tot het uiterste in de weer om mislukking te voorkomen en de tijd de baas te blijven. (…) In die chaos is een meesterlijke parodie op álles wat hele of halve amateurs op muzikaal of humoristisch gebied ooit op tonelen en toneeltjes hebben uitgespookt, verwacht of gehoopt, verheven tot een professionalisme waar niemand van terug heeft.’ (A. Koolhaas in Vrij Nederland, 24 juni 1972)

‘Neerlands Hoop had het geduchte en zo op het oog onvervangbare kenmerk een publiek in een grote verscheidenheid van leeftijden te kunnen binden tot een wezenlijk uit alle hoeken, kieren en gaten geamuseerd en zich kraaiend vermakend publiek. Mogelijk geleid door een consumentengids eerder dan door ook maar één sprank van geest, hebben ze nu de kindervoorstelling gekozen: hard en infantiel brutaliserend. En bovendien publiek, zowel als eigen mogelijkheden om publiek te maken, verraden. Een catastrofe en een beschamend en ellendig mensonwaardig schouwspel.’ (A. Koolhaas in Vrij Nederland, 5 januari 1974)

‘Wat ook treft is dat er een nauwere verbinding tot stand is gekomen met de wereld, bijvoorbeeld in de talrijke schetsinterviews en radio- of tv-verslagen. In hun eerste programma (…) bleven ze zo ver van de werkelijkheid van dergelijke dingen vandaan, dat ze er een volkomen nieuwe werkelijkheid mee te voorschijn toverden die de bestaande door zijn nieuwheid en door zijn afstand van de werkelijkheid veel effectiever voor gek zette dan nu de parodie iets dichter bij huis blijft. Het absurdisme is kortom een beetje verburgerlijkt en kent niet meer de reuzezwaaien van bijvoorbeeld Neerlands Hoop in Bange Dagen.’
(A. Koolhaas in Vrij Nederland, 28 februari 1976)

SPEELDATA

Dutch Music and Comedy Show Neerlands Hoop in Bange Dagen
4 april 1968 t/m 3 april 1971.
Lange series in het Shaffy Theater (in totaal zo’n vijftig voorstellingen), maar ook Amsterdamse series in het Nieuwe De la Mar (vijf weken) en De Kleine Komedie (één week). Daarnaast in onder meer Diligentia Den Haag en zowel Piccolotheater als Kleine Doelen in Rotterdam. In totaal ruim 350 voorstellingen.

Neerlands Hoop in Panama
27 november 1970 t/m 1 juli 1973.
Ook nu lange series in Amsterdam in het Shaffy Theater (in totaal zo’n vier maanden en negentig voorstellingen) en in het Nieuwe De la Mar (één maand). Daarnaast series in onder meer Diligentia Den Haag (vijf weken) en Kleine Doelen Rotterdam (vier weken). In totaal bijna 400 voorstellingen, waaronder enkele in Vlaanderen.

Plankenkoorts
14 april t/m 8 juli 1972.
Gelegenheidsprogramma ter gelegenheid van het Holland Festival. Het speelt in totaal 32 keer.

Neerlands Hoop Express
26 oktober 1973 t/m 9 juni 1974.
De kleine theaters in Amsterdam en Rotterdam zijn verruild voor Carré en Luxor. Ook voor het eerst een tour in Vlaanderen. In totaal zo’n 140 voorstellingen.

Neerlands Hoop In Genaaid of Gebonden
7 februari t/m 11 maart 1975.
Gelegenheidsprogramma ter gelegenheid van het Boekenbal. Speelt in totaal 16 keer.

Neerlands Hoop Interieur
12 december 1975 t/m 4 december 1977.
Veel series, waaronder ook in Antwerpen en Brussel. Daarnaast twee keer een maand Luxor Rotterdam en een maand Carré. In totaal ruim 350 voorstellingen.

Bloed aan de Paal
19 februari t/m 25 juni 1978.
Actieprogramma tegen deelname van Nederland aan het WK voetbal in Argentinië. In totaal 24 voorstellingen.

Neerlands Hoop Code
12 augustus 1978 t/m 23 december 1979.
Series in onder meer Carré en Luxor (beide zes weken). In totaal zo’n 275 voorstellingen.

Dutch Hope
11 t/m 21 juni 1979.
Zeven voorstellingen in het Londense Royal Court Theatre.

TEKST EN MUZIEK

Freek de Jonge (tekst) en Bram Vermeulen (muziek).

SPEL

Freek de Jonge en Bram Vermeulen, met medewerking van Jan de Hont (in Neerlands Hoop Express, de laatste vier maanden Neerlands Hoop Interieur, Bloed aan de Paal en Neerlands Hoop Code) en Harrie Heeren en Thé Lau (beiden in Neerlands Hoop Express).

VORMGEVING

Bram Vermeulen.

PUBLICATIES

Tekst
Een groot aantal liedteksten staat afgedrukt in de bloemlezingen Iets rijmt op niets (1990 en 1996), Leven na de dood (2004) en Wees niet bang (2007).
Een aantal conferences is opgenomen in De Rode Draad (1995) en in de uitgebreide heruitgave daarvan: De Toeschouwer (2006)

Geluid
S – (als De Paradijsvogels) Het paradijs / Merck toch uw zerk (1967).

S – Zeven ballen en een piek / Elektries Levenslicht (1969).

S – De douarière / (als Slight Ache) Running Nose (1969).

LP – Neerlands Hoop in Bange Dagen (1970).

S – (als Slight Ache) Second Flood / Back to the Zoo (1970).

LP – Live in Wadway (1971).

LP – Neerlands Hoop in Panama (1971).

LP – Plankenkoorts (1972).

2LP – Weerzien in Panama (1973).

S – Quo Vadis / Gooi een kwartje in de jukebox (1973).

2LP – Neerlands Hoop Express (1974).

LP – Neerlands Hoop in Genaaid of Gebonden (1975).

S – Uw gift is onze lift / Laat dit nooit meer gebeuren (1975)
Oorspronkelijk Neerlands Hoop Express, maar deze versie van Uw gift is onze lift komt uit de VARA-tv-show Uw gift is hun lift.

2LP – 28 liedjes van Bram & Freek (1975)
Heruitgave lp Neerlands Hoop in Bange Dagen / lp Neerlands Hoop in Panama.

2LP – Een kannibaal als jij en ik (1975).

S – Peter / Beestjes (1976).

LP – Hoezo Jeugdsentiment? EMI/Bovema, (1976).

2LP – Neerlands Hoop Interieur (1977).

LP – Heimwee naar Holland (1978).

LP – Bloed aan de Paal (1978).

LP – Ik ben volmaakt gelukkig (1978).

2LP – Offsmboet ippq dpef (Neerlands Hoop Code) (1979).

LP – Neerlands Hoop 1967-1980. De Toetjes (1981)
Bijzondere opnamen, ook van De Paradijsvogels, Slight Ache en Dutch Hope.

17CD – Neerlands Hoop in Bange Dagen (2006)
Heruitgave op cd van de dertien lp’s en vier 2lp’s. De musical Een kannibaal als jij en ik ontbreekt, want die is wel van, maar niet uitgevoerd door Neerlands Hoop. En De Toetjes ontbreekt, want bij de uitgave van die lp was Neerlands Hoop zelf niet betrokken en zij verscheen pas na het uiteenvallen van het duo.

Beeld
6VHS – Neerlands Hoop in Bange Dagen (1987)
1: Neerlands Hoop in Bange Dagen. Hoogtepunten uit Neerlands Hoop in Bange Dagen en Neerlands Hoop in Panama. Registraties van de VARA-tv-programma’s (oktober en november 1974) Zo zou ik nog uren… en Ai, Bandenpech.
2: Neerlands Hoop in Bange Dagen 2. Hoogtepunten uit Neerlands Hoop in Bange Dagen en Neerlands Hoop in Panama. Registraties van de VARA-tv-programma’s (december 1974, maart en april 1975) In het hol van de leeuw, De avond valt, Uw gift is hun lift en Dans rond de meiboom.
3: Neerlands Hoop Express. Registratie van het gelijknamige VARA-programma (februari 1975), die weer een registratie is van de theatershow.
4: Neerlands Hoop In Genaaid of Gebonden. Registratie van het gelijknamige VARA-programma (mei 1975), die weer een registratie is van de theatervoorstelling.
5: Neerlands Hoop Interieur. Registratie van de complete ­theatershow, die nooit eerder is uitgezonden, in combinatie met studio-opnamen.
6: Offsmboet Ippq Dpef (Neerlands Hoop Code). Compilatie van de theatershow, zoals voor tv opgenomen door Orlow Seunke, aangevuld met het interview dat niet in de tv-uitzending zat, maar wel deel uitmaakte van Orlows film.

[Tekst: Frank Verhallen uit ‘Kijk! Dat is Freek’]

Foto's