1989 – De Volgende

Categorie:

In de voorbereiding op Het Damestasje heeft Freek de Jonge al met deze vorm geëxperimenteerd. Voordat hij op 9 oktober 1989 de allereerste inspeelvoorstelling zal spelen, houdt hij een week lang elke middag een lunchvoordracht van drie kwartier in Theater Bellevue, waarbij hij teksten voor zijn nieuwe programma voorleest. Dat is in de week van maandag 25 tot vrijdag 29 september.
Op die woensdag, 27 september, zal hij ’s avonds gastspeaker zijn bij de voetbalwedstrijd van Ajax tegen Austria Wien. Die ervaring zal ervoor zorgen dat zijn voorstelling na die woensdag meteen een heel andere wending neemt.

Kort voor het einde van de returnwedstrijd in het Uefa Cuptoernooi gooit een 17-jarige F-side-supporter een ijzeren staaf naar de Oostenrijkse keeper. Die wordt in zijn rug geraakt, gaat neer en… de scheidsrechter staakt de wedstrijd. Ajax wordt vervolgens voor een jaar uitgesloten van Europees voetbal, mag drie daaropvolgende Europese wedstrijden niet in Amsterdam spelen en loopt een financiële schade op van ruim een miljoen gulden.
De hoofdschuldige van de gebeurtenis, die als het Staafincident de voetbalgeschiedenis in zal gaan, lijkt niet ene Gerald M. te zijn, maar… Freek de Jonge. Die is door het Ajax-bestuur benaderd om als stadionspeaker op te treden. Na een succesvolle start door tv-bekendheid Ron Brandsteder lijkt het het Ajax-bestuur onder leiding van Michael van Praag een leuk idee voortaan voor elke Europese thuiswedstrijd een bekende Nederlander als speaker te vragen.
Terwijl de F-side de hele avond Nazi’s Nazi’s scandeert, verwerkt Freek de Jonge opmerkingen in het Duits door zijn commentaar. Als Ajax door de gelijkmaker van de Oostenrijkers dreigt te worden uitgeschakeld, doet hij, tijdens een blessurebehandeling, een eerste verzoek aan Herr Waldheim om Herr Wiesenthal an zu rufen.
De Oostenrijkse bondspresident Kurt Waldheim is de jaren daarvoor in opspraak geraakt vanwege zijn oorlogsverleden, terwijl Simon Wiesenthal, ook een Oostenrijker, geldt als een van de bekendste nazi-jagers, maar Waldheim in bescherming lijkt te nemen.
Als Freek de Jonge zijn opmerking daarna nog eens herhaalt, haalt hij zich de woede van het Ajax-bestuur op de hals. En als kort daarna het incident plaats vindt waardoor de wedstrijd wordt gestaakt, krijgt hij nog de schuld ook. Niet alleen van het Ajax-bestuur overigens, maar vanaf de volgende ochtend ook van vooraanstaande sportjournalisten (onder wie Ben de Graaf van de Volkskrant) in hun commentaren op de wedstrijd. Sommige kranten hebben zelfs als kop: ‘Gastspeaker Freek de Jonge zet supporters aan tot nazistische leuzes.’

In De Volgende wordt het verhaal van ‘de heer G.’ de rode draad. Niet de echte ‘heer G’, staafgooier Gerald M., maar een fictieve, met als uitgangspunt de gebeurtenissen rond de heer Freek de J. Het feit dat er een hetze tegen hem ontstaat als gevolg van de rampspoed rond de voetbalwedstrijd tergt de cabaretier in hoge mate.
‘Telefoon voor de heer Waldheim. Wil hij zich in verbinding stellen met de heer Wiesenthal.’ Dat heeft ‘de heer G.’ gezegd. ‘Gordelroos’ is zijn volledige naam. Hij is een buitenbeentje en heeft al vroeg geleerd dat je je niet moet neerleggen bij tegenspoed, maar juist moet zorgen voor nieuwe energie. Daarom heeft hij ook die opmerking gemaakt in zijn functie als stadionspeaker. Zijn club dreigt te worden uitgeschakeld, de supporters misdragen zich. Hij hoopt dat wat olie op het vuur zal werken…
Het werkt inderdaad, maar dan averechts. ‘G.’ krijgt de schuld, kranten en tv-talkshows nagelen hem aan de schandpaal, hij verliest zijn baan, belandt in de armen van hulpverleners, verliest zijn gezin en dan is er geen weg meer terug…

Het uitgangspunt voor de voorstelling was anders. In navolging van De Pretentie en De Goeroe & De Dissident moet De Volgende een avond worden met komische en absurde verhalen en anekdotes rond datzelfde zware, maar onderliggende thema: het doel van de mens in dit leven. In de aanloop ernaartoe heeft hij twee verhaallijnen ontwikkeld. Het ene is dat van de mens als De Volgende in de rij, langs de levenslijn, op het pad dat we allen lopen. Je wordt geboren, je maakt van alles mee en… dan ga je dood. Oftewel: ieder mens gaat zijn ondergang tegemoet. Zo moet het gaan. Verzet je niet, laat je meevoeren. Het eindpunt is hetzelfde, maar het maakt de reis aangenamer. Ronduit verbluffend mooi vormgegeven door Freek en Hella loopt de mens de zee in, wordt een vis, gaat dood, wordt opgegeten door insecten… Labi Siffre klinkt vanaf de muziekband veelzeggend met Something inside so strong.
De Volgende zijn in de wachtkamer is een gegeven dat ook allerlei aanknopingspunten biedt. Kolderieke sketches (naar Snip & Snap) in de wachtkamer van de dierenarts of dokter. Of in ‘de wachtkamer’ van een talkshow, waar je de volgende gast bent nadat de Kruimeldiefjes en de familie Kurkentrekker-Blikopener hun burenruzie voor heel Nederland hebben overgedaan. Maar natuurlijk is ook deze symboliek door te trekken naar het leven en je De Volgende bent in de wachtkamer van de dood – of nog beter: van het inzicht dat de dood er niet toe doet.
Het thema komt ook terug in de twee versies (eerst vanuit het perspectief van de soldaat en dan van de hoer) van het lied Wie volgt? (naar Jacques Brels Au Suivant), dat hij vertolkt met een draaiorgeltje, net zoals hij in De Komiek opvoerde.

ik haat die commandanten
fluistert mijn rekruutje lief
hij geeft mij zijn zaad
ik geef hem mijn sief
wie volgt

altijd als hij bij zijn vrouw is
en hij springt er bovenop
zal hij bang zijn voor haar liefde
want het dendert door zijn kop
wie volgt

(…)

ik hoor weer zijn stem
die klaargekomen rochelt
je volgt iemand op
of je wordt achtervolgd
wie volgt wie

ze mogen mij verachten
ik zoek geen ordentelijke baan
ik laat de mannen op mij wachten
ik hoef niet in de rij te staan
nooit meer wie volgt

De tweede verhaallijn is die van de vogels. Die zitten niet gevangen in wachtkamers, lopen niet mee in de rij. Zij staan symbool voor de vrijheid. In deze voorstelling staan ze echter ook voor alles wat ons, lopend in de rij, zwaar boven ons hoofd zweeft aan ideologieën. Idealistische Paradijsvogels, fundamentalistische Kemphanen
Maar de vogels staan ook voor onze omgang met cultuur, welk begrip niet voor niets door de cabaretier gedefinieerd wordt als intellectuele verwijzing naar de natuur. De as van de Phoenix strooien we uit boven Avifauna… Weten we het verschil nog tussen een valk en (tv-producer) Jos van der Valk… Zijn we nog wel bij machte een blauwe reiger te onderscheiden van een geverfde gier…
Door het staafincident bij Ajax komt er dus nog een derde verhaallijn bij. Die is niet, zoals de beide andere, verborgen in symboliek, maar voelt als een openliggende zenuw, uitgezonderd het feit dat bekende Oostenrijkers een mooi aanknopingspunt vormen voor een van de twee running gags. De andere is: Tot zover was er niets aan de hand…
Op het affiche van De Volgende staat Freek de Jonge als vogelverschrikker. Daarmee brengt hij alle drie de thema’s samen. De vogelverschrikker verjaagt niet alleen de aasgieren die op hem loeren, maar ook de nuttige vogels. Als je je door hem laat afschrikken, doe je niet alleen jezelf, maar ook hem te kort.
Praatprogramma’s, zoals Sonja, moeten het ontgelden door de wijze waarop ze zich storten op slachtoffers. ‘Wie hunkert naar macht doet er goed aan een zondebok te kiezen’, stelt hij dan. Of: ‘Als het leed van de een entertainment voor de ander moet worden, begeef je je op het gevaarlijke terrein van de cabaretier.’

De Volgende is prachtig vormgegeven onder leiding van Hella de Jonge. Niet alleen in het groot (het licht, de vogels), maar ook qua kleding en attributen (zoals voor de wachtkamerscènes). Sinds Freek de Jonge de muziek voor zijn voorstellingen niet meer speciaal laat componeren (door Willem Breuker, Joop Visser of Hennie Vrienten), maar kiest voor bestaande muziek op band, draagt ook die steeds meer bij aan de symboliek van de voorstelling. Deze keer bijvoorbeeld via een klassiek stuk van Pietro Mascagni (1863-1945), waarin het vogelthema verborgen zit.

Door het persoonlijke engagement geldt De Volgende als een van de scherpste programma’s van Freek de Jonge, die zich gekwetst voelt. ‘Als ik niet meer kan zeggen wat ik wil…’, zegt hij schijnbaar terloops. En: ‘Rechtse humor gaat ten koste van iemand, maar is om je dood te lachen. Superieure linkse humor gaat ten koste van… jezelf.’ En het is een van zijn boeiendste shows door de wijze waarop hij zijn vaste thema over de positie van de mens – ‘de kakkerlak onder de aapachtigen’ – niet plaatst in de maatschappij, maar in de evolutie. Hierbinnen past dan ook goed het lied dat hij met draaiorgeltje vertolkt als toegift: Leven na de dood. Het is de oerversie van het lied dat acht jaar later, in 1997, Freek de Jonge’s eerste en enige nummer 1-hit zal worden!

heb je je doodsangst overwonnen
wordt het alle dagen feest
dus vandaag nog maar begonnen
voor je het weet ben je er geweest

COULISSEN

In de reprise (1990) heet de voorstelling niet meer De Volgende, maar De Vorige.

Bestaande muziek op band, net zoals in de vorige programma’s, maar ook weer eigen begeleiding via een draaiorgeltje, zoals in De Komiek.

Met zijn theatershows Het Damestasje (1986), De Pretentie (1987) en De Goeroe & De Dissident (1988) staat Freek de Jonge niet in Theater Carré. Een principieel besluit op grond van het feit dat Carré heeft besloten te blijven samenwerken met Bart de Groot, de voormalig manager van Freek de Jonge. Door een zakelijk conflict, waarbij de rechter De Jonge in het gelijk stelt, heeft de cabaretier de contacten verbroken.
In 1989 polst Carré Freek de Jonge voor een nieuwe verbintenis. Het heeft Toon Hermans vijf weken weten vast te leggen in november/december 1989. Carré stelt voor dat Freek en Toon samen het theater delen. Toon speelt niet op zondag, maandag en donderdag en Freek krijgt het voorstel die dagen te spelen. Bart de Groot werkt niet meer in Carré en deze kans met Toon … Hij stemt onmiddellijk in.

Hij bedenkt hiervoor een duoprogramma met de Engelse komiek en singer-songwriter Neil Innes. Innes is de oprichter van de legendarische Bonzo Dog Doo-Dah Band en in De ­Mythe (1983) zong Freek zijn lied How sweet to be an idiot (vertaald als: Wat fijn om idioot te zijn). Het programma moet Mystery Guests gaan heten en daarin gaan zij ieder hun eigen repertoire spelen, maar het ook mengen tot duopresentaties.
De daarvoor noodzakelijke voorbereiding is gepland tijdens het Edinburgh Festival, augustus 1989, maar loopt mis door Innes’ drukte. Voor De Jonge is dat reden het plan voorlopig af te blazen. Daarvoor in de plaats kondigt hij zijn nieuwe theatersolo aan, getiteld De Volgende. De geplande tour van vijf weken lang drie dagen per week in Theater Carré breidt zich uit tot twee keer drie maanden toeren, waarbij Carré in april 1990 nogmaals wordt bezocht met de afsluitende serie voorstellingen.
In 2008 gaan Freek de Jonge en Neil Innes opnieuw samenwerken, nu met het doel een studio-cd te maken met nieuwe liedjes van De Jonge. Maar deze keer houdt Innes het voor gezien. Freek de Jonge, in 2010, (in het voorwoord van zijn cd Van A naar Z): ‘Wat er precies misgegaan is met Neil, weet ik niet, maar we hebben enkele maanden fantastisch gewerkt aan een aantal nummers. (…) We brachten in december 2008 een kerstlied, De Kerstengel, als eerste proeve van samenwerking uit. Na enkele concerten in Westwoud was de lust bij Neil om verder mee te werken opeens verdwenen.’

Freek de Jonge krijgt dus de schuld van het incident waardoor de wedstrijd Ajax-Austria Wien wordt gestaakt. Van het Ajax-bestuur en vanaf volgende ochtend in de wedstrijdcommentaren van vooraanstaande sportjournalisten.
‘Een hijgende Freek de Jonge aan het apparaat: “Ja, want nu moet ik natuurlijk weer reageren op iets wat bij jullie in de krant heeft gestaan. En dan gaat iemand anders daar weer op reageren. Kortom, het bekende gezeik waar de Nederlandse samenleving aan kapot gaat.”
Het “gezeik” is het gevolg van een opmerking die hij woensdagavond in het Ajax-stadion maakte en betreft een passage van Volkskrant-journalist Ben de Graaf in diens verslag van de gestaakte wedstrijd Ajax-Austria Wien. In de krant van donderdag schrijft hij over die opmerking. (…) Verslaggever Ben de Graaf: “Onbegrijpelijk genoeg had de voor deze gelegenheid ingehuurde Ajax-omroeper Freek de Jonge in de slotfase van de wedstrijd olie op de golven gegooid door de volgende kreet door de microfoon te slingeren: Hallo, hallo, herr Waldheim soll herr Wiesenthal anrufen.”
De komiek betuigt lichte spijt. Het ware inderdaad beter geweest de opmerking niet te plaatsen. “Ik zit daar achter die microfoon niet mijn vak uit te oefenen, maar ja, het risico dat iets dergelijks eruit floept, is er natuurlijk.” Hij verwacht dat dit zijn laatste optreden als Ajax-speaker is geweest: “Ik was vooral voor de Europa Cup ingehuurd.”
De komiek plaatst ook kanttekeningen. Er floept weer wat uit: “Nou ja, ik ben toch eigenlijk wel boos.” Hij vindt dat hem ten onrechte een ophitsende rol is toegeschreven. (…) De visie van Freek: de gewraakte opmerking werd halverwege de tweede helft gemaakt. “Ajax stond op 1-0, het publiek was perfect, er heerste een prima stemming. Zelfs toen de tussenstand bij Feyenoord, 2-0 voor Feyenoord, werd doorgegeven, ontbrak het gebruikelijke gejoel.” Na de opmerking (“Nogmaals, ik had hem beter achterwege kunnen laten”) heeft speaker Freek voornamelijk gezwegen.
Freek: “En alle ellende begon pas een stukje later. In de verlenging toen Austria gelijk maakte en duidelijk werd dat Ajax eruit lag. Op dat moment ziet de F-side zijn kans schoon. Ik heb verder niks meer gezegd. Elk woord is dan verspild. Als woorden in zo’n situatie helpen dan was het hele vandalismeprobleem al lang opgelost.”
Hij vind het werkelijk “te dol” hoe hij in deze krant is neergezet als mede-aanstichter van alle ellende die zich woensdagavond in het Ajax-stadion heeft voorgedaan. “De oorzaak van het vandalisme is door Ben de Graaf gevonden. Ik ben de zondebok. Een hele eer.” Hij is sterk in gespeelde woede, maar nu is het echt.
Weer floept er iets uit. “Leuk hoor, die journalistiek. Kijk, een journalist zit tussen zijn twintigste en dertigste op het hoogtepunt. Tussen zijn dertigste en veertigste ontdekt-ie de kroeg. Tussen zijn veertigste en vijftigste raakt-ie verbitterd: kinderen de deur uit, hij had eigenlijk al voorlichter moeten wezen. En ja, iemand die na zijn vijftigste nog sportjournalist is…”
Burgemeester Van Thijn verklaarde donderdag dat hij Freeks opmerking “ongepast” vond. “Tsja. In die korpsen van autoriteiten, burgemeesters, voorzitters vinden ze veel van mijn opmerkingen ongepast.”
Hij is druk bezig met zijn nieuwe programma. “Iemand die creatief is, moet mooie dingen maken.” Veel meer speeksel wil hij aan de opmerking en het incident niet kwijt. Tien minuten later belt hij zelf op. “Hoe het werkt, hè. Ik kreeg zojuist een jongen aan de lijn van Sonja. Of ik zondag in het programma wilde komen. Om iets te zeggen over de opmerking.”
Hij heeft de uitnodiging van Sonja vriendelijk terzijde gelegd.’ (de Volkskrant, 29 september 1989)

Hiermee is de kous nog niet af:
‘Cabaretier Freek de Jonge is betrokken in een gerechtelijke procedure waarin de voetbalclub Ajax 500.000 gulden schadevergoeding eist van de zogenoemde stavengooier. Deze jongen wierp tijdens de wedstrijd Ajax-Austria Wien een stalen staaf naar de doelman van de Oostenrijkse club.
De cabaretier riep tijdens de wedstrijd in het Duits de Oostenrijkse president Waldheim op nazi-jager Wiesenthal te bellen. Dit grapje viel slecht bij de Europese voetbalfederatie die mede hierom Ajax voor een jaar van Europees voetbal heeft uitgesloten.
De stavengooier heeft gisteren via zijn advocaat (…) schriftelijk verweer ingediend tegen de schadeclaim van Ajax. Hij stelt zich op het standpunt dat niet alleen hij verantwoordelijk is voor de wanordelijkheden, omdat nog vier jongens werden opgepakt wegens het gooien van voorwerpen. De stavengooier wijst er bovendien op dat in het vonnis van de Europese voetbalfederatie het “opruiende gedrag” van stadionspeaker Freek de Jonge wordt veroordeeld.
De rechter stemt doorgaans in met verzoeken van gedaagden om meer partijen in een schadeprocedure te betrekken. Door “mededader” De Jonge in de zaak te mengen bespaart de stavengooier zich een aparte procedure om verhaal te halen.
De advocaat van Ajax (…) vindt het “onzin om De Jonge voor zijn grapje te laten bloeden”. De cabaretier is straks wel de enige kapitaalkrachtige gedaagde. De stavengooier is werkloos. De werkelijke schade van het incident wordt door de club begroot op 620.000 gulden plus 13.000 Zwitserse francs procedurekosten voor de disciplinaire behandeling bij de Uefa.’ (de Volkskrant, 15 februari 1990)

De kous komt wel af, want in 1990 wordt ‘de heer G.’ veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf.
Op 2 oktober 1989 krijgt de publieke omroep concurrentie van RTL Véronique, al vrij snel RTL 4 genoemd, verwijzend naar de naam – 4(onique) – , maar ook naar de programmaplaats op de televisie: direct na Nederland 1, 2 en 3. Aanvankelijk heeft de omroep nog geen eigen gezicht. Het format is gebaseerd op het Luxemburgse RTL en het Duitse RTL+, met ontbijtnieuws ’s morgens, spelletjes overdag, Viola Holt en Catherine Keyl om vijf uur en soft porno ’s avonds laat. De omroep trekt jonge onbekende presentatoren aan, zoals Carlo Boszhard, Irene Moors en Jeroen Pauw.
Links Nederland kijkt vreemd op als Freek de Jonge de eerste uitzending van de omroep opluistert en als bekend wordt dat RTL 4 ook zijn theatershows in verkorte versie gaat uitzenden:
Freek de Jonge: ‘Nou, ik heb daar over het algemeen goede dingen over gehoord. Sommige mensen zeggen dat de beste dingen eruit gesneden zijn; anderen zeggen dat je die programma’s niet op die zender moet zetten. (…) Er zijn dingen, in overleg, teruggebracht tot een bepaalde tijd. Ik vind het een acceptabele recycling. Ik vind het wel aardig dat, net zo goed als je nog naar oude Lucille Ball-shows kunt kijken, mijn repertoire ook regelmatig te zien is. Daarbij heeft de publieke omroep absoluut die taak niet. (…) Het is eigenlijk een beetje belachelijk dat de VPRO mij nog steeds uitzendt. Want ik ben volkomen established en het maakt niet uit. Als ik bij RTL 4 ben, kijken er ook mensen en wat is nou eigenlijk daar het verschil tussen? (…) Zoals wij indertijd van het Shaffy Theater met Neerlands Hoop doorgeschoven zijn via De la Mar naar Carré, vind ik het ook een logische ontwikkeling dat het met mijn televisieoptredens op dezelfde manier gaat. Zo ligt dat nu eenmaal. Ik kan niet mijn hele leven avant-garde blijven.’ (VPRO Gids, z.j.)

Artistiek Nederland begrijpt niks van deze move, maar diezelfde maand, op 12 oktober 1989, is Freek de Jonge wel weer degene die zich, op verzoek van Hans Croiset, artistiek leider van Het Nationale Toneel, enthousiast inzet om publiek te trekken voor de voorstelling De tijd en het vertrek van Botho Strauss:
‘Besloten is nu tot een eenmalige samenwerking op 12 oktober in de Koninklijke Schouwburg. Het Nationale Toneel speelt De tijd en het vertrek aan één stuk, dan is er pauze en daarna leest De Jonge een uur lang fragmenten uit zijn nieuwe programma De Volgende. Hij zal het doen in hetzelfde decor en waarschijnlijk ook op de voorstelling ingaan.
De bedoeling is volgens Croiset dat de mensen die dan eigenlijk voor De Jonge komen zich na afloop afvragen waarom ze niet eerder naar De tijd en het vertrek zijn gegaan. Hij hoopt ook dat ze zo enthousiast zijn over de voorstelling dat ze het overal rondbazuinen. Het te hulp roepen van De Jonge is geen noodgreep, maar “een bevordering van het kennismakingsproces tussen de Hagenaars en Het Nationale Toneel”, aldus Croiset.’ (de Volkskrant, 7 oktober 1989)

Freek de Jonge stelt, ook als mondelinge toelichting op de dvd-registratie van deze show, dat de titel De Volgende zonder betekenis was. Het was gewoon de volgende nieuwe grote theatershow. Toen De Volgende na de succesvolle serie in het najaar van 1989 nog een vervolg kreeg van januari tot april 1980, noemde hij die toer De Vorige. Dat was wel een grap. Maar de titel De Volgende was dat toch allerminst.

KRITIEKEN

‘Cabaretiers maken voorstellingen over nieuwsfeiten, dat is bekend – en in dat nieuws gaat het altijd over anderen. Maar dit is nog nooit vertoond: een cabaretier maakt een voorstelling over een nieuwsfeit waarin hij zelf het mikpunt vormde. (…)
Zijn verhaal is, zoals gebruikelijk, onderbroken door een groot aantal op hol geslagen vertellingen waarin de hilariteit grote hoogten bereikt. In een razend tempo en met die bezwerende galm in zijn stem stapelt hij zijn vaak schaamteloze kwinkslagen op elkaar.
In de eerste helft speelt hij zelfs een sketch (…) die uitsluitend uit komisch effectbejag bestaat. Maar als weinig anderen weet De Jonge zulke vloedgolven van pret binnen enkele seconden in stilte om te zetten. Hij speelt dat spel fenomenaal, geassisteerd door hoogst alert licht en geluid en een sprookjesachtig tableau vivant (van Hella de Jonge) in de finale. Pathos en pathetiek liggen weer dicht bij elkaar; zodra de dichter of de dominee retorisch dreigen door te slaan, merkt de cabaretier iets wezenlijks op of duikt de komiek op met een grap. Het getuigt van een groot ego om een programma te schrijven naar aanleiding van een actualiteit waarbij de eigen betrokkenheid tot belachelijke proporties is opgeblazen. Het getuigt echter van een nog groter talent om er toch weer zo’n gaaf programma van te maken.’ (Henk van Gelder in NRC-Handelsblad, 7 november 1989)

‘Freek de Jonge gaat ver. Hij voelt zich ten onrechte beschuldigd en gekruisigd en daarom kruipt hij uit het beklaagdenbankje en beschuldigt de aanklagers. (…) Hij neemt het op voor iedereen die een keer buiten de pot pist en vervolgens de verontruste burgerij over zich heen krijgt. Als je dit beeld van underdog sterk uitvergroot, krijg je volgens De Jonge de Chinese student met plastic boodschappentas tegenover de tank. Op de affiches staat Freek afgebeeld als vogelverschrikker. Hij verjaagt de aasgieren, die dreigend boven het podium cirkelen. Maar, zo laat hij via het lied Something inside so strong van Labi Siffre weten, mocht er zich een vergelijkbare situatie voordoen, dan doe ik het weer, ondanks de schijnheilige verontwaardiging van anderen: I’m gonna do it anyway.
Subtiliteit is in De Volgende ver te zoeken. Freek maait om zich heen en verliest daarbij het relativeringsvermogen. Dat hij het theater gebruikt om zijn persoonlijke woede te ventileren is uitstekend. Dat hij daarbij de gehele zaal, het hele volk als zijn belagers ziet, is niet sterk.
Het deel van het publiek dat deze sneren van Freek voor kennisgeving aanneemt en verder gewoon wil genieten van een vrolijke avond, komt in De Volgende ook voldoende aan zijn trekken. Vooral het stuk over Erica Terpstra die tijdens de verkiezingscampagne automobilisten in de file koffie serveert, is hilarisch. In andere delen laat Freek zien dat hij de vertiertraditie in Carré van Snip & Snap en Toon Hermans, met wie hij deze maand Carré deelt, respecteert.
Maar de kolder is in De Volgende vooral versiering. De botte bijl, die in de Neerlands Hoop-tijd werd gehanteerd om het universele onrecht te lijf te gaan, is toch nog een keertje uit de kast gehaald. Maar het onrecht is nu persoonlijker dan ooit.’ (Patrick van den Hanenberg in de Volkskrant, 7 november 1989)

SPEELDATA

9 oktober t/m 20 december 1989 en, als De Vorige, van 7 januari t/m 8 april 1990.

MUZIEK

Bestaande muziek van Jacques Brel, Bob Dylan, Pietro Mascagni en Labi Siffre.

KLEDING

Hella de Jonge (ontwerp), met medewerking van Marieke Geerlings en Madelon Bruna.

PUBLICATIES

Tekst

Programmaboekje.
Uitgave in de stijl van het maandblad Het Beste van Reader’s Digest, zowel qua vormgeving (formaat, kleur, lettertype, opmaak) als inhoud. Net als (zoals de kaft meldt) ’s Werelds meest gelezen tijdschrift. Maandelijks meer dan 28 miljoen exemplaren in 15 talen. Nederlandse editie: 415.000 exemplaren bestaat Freek’s (De Jonge) Het Beste uit een bonte verzameling van korte verhalen, foto’s, grappen, cartoons, interviews en advertenties.
De uitgave is gemaakt onder redactie van Kick van der Veer en vormgegeven door Piet Schreuders. Deze pastiche vindt haar aanleiding in de inhoud van de voorstelling. Niet voor niets melden de kaften van zowel origineel als namaak: Niet uit de wachtkamer verwijderen s.v.p.

In Freek’s (De Jonge) Het Beste neemt Kick van der Veer ook het verhaal Het Kistje op, uit de oudejaarsconference De Openbaring (1983). Het gevolg is dat dat verhaal in de bloemlezingen De Rode Draad (1995) en De Toeschouwer (2006) abusievelijk aan De Volgende wordt toegeschreven.

Verschillende conferences en anekdotes uit de voorstelling zijn, veelal in andere stijl, namelijk als literair verhaal – opgenomen in de bundels De Brillenkoker (1990) en Losse Nummers (1992). Het betreft onder meer (fragmenten uit) In de wachtkamer, Mijn eerste bril, Onbekende adressen, Onderbroekenverdriet en Papa, wie ben ik uit De Brillenkoker en Stemt allen Erica Terpstra! en Stil maar, wacht maar! uit Losse Nummers.

Het verhaal De speaker, dat staat afgedrukt op het hoesje van de oorspronkelijke cd-uitgave, is als De speaker spreekt opgenomen in De Brillenkoker.

In de bloemlezingen De Rode Draad (1995) en De Toeschouwer (2006) zijn de teksten In de wachtkamer, Mijn eerste bril, en De speaker spreekt opgenomen. Als bronvermelding staat niet de voorstelling vermeld, maar wordt verwezen naar de bundels De Brillenkoker en Losse Nummers.
De twee versies van het lied Wie volgt? (naar Jacques Brels Au Suivant) en de toegift Leven na de dood (naar Bob Dylans Death is not the end) staan afgedrukt in Iets rijmt op niets. Verzamelde liedjes 1967-1990 (1990). Het laatste lied onder de titel Leven na de dood (de theaterversie). Het zal, in geactualiseerde versie, in 1997 een nummer 1-hit worden.

Geluid

2CD De Volgende (1990).

CD-heruitgave (1992). 2cd-uitgave 115 minuten; heruitgave teruggeknipt tot 67 minuten.

Beeld

VHS-uitgave (1990).
VHS-uitgave als deel 13 in de videoserie in 16 delen (1992).

DVD (met De Goeroe & De Dissident uit 1989) als de vierde van vijf 2dvd’s in cassette onder de titel De Komiek. De grote shows 1980-1995 (2004).

[Tekst: Frank Verhallen uit ‘Kijk! Dat is Freek’]

Foto's